Een digitaal minimaal muzikaal maaksel van eigen muzikale digitale minimaalmakelij, met een opbouw vol patronen want daar houden wij van Drabkikker van.
Het overkoepelende principe wordt verzorgd door groepen van drie tonen (triaden). Elk van de drie tonen heeft een lage, een middelhoge en een hoge variant, waardoor ze tot 3^3 = 27 mogelijke akkoorden kunnen combineren. Die akkoorden worden volgens een vooropgezet stramien doorlopen, en om het geheel onderhoudend te houden zitten er versierselen doorheen in de vorm van begeleidingspartijen, staccatotonen en percussie.
Voor een globale indruk van de structuur vervoege men zich tot ondergelegen schema. De tijdslijn loopt van links naar rechts; de drie toonbereiken zijn weergegeven in respectievelijk weegbreegroen, graprefruitoranje en zeemeerminnenblauw. Donkerder tint = meer partijen; de S’jes staan voor stukjes staccato, de P’s voor porties percussie:
Tijd voor een lijst van bemonterende dingen. Niet ter negering van de realiteit, wel ter erinhouding van de moed. Blijf gezond, veilig en in balans iedereen!
Edit: De lijst is inmiddels zo lang dat ik hem in meerdere pagina’s heb opgehakt. Middels de knoppen onderaan deze post kunt u daarin rondnavigeren.
De origamiënde mensch vouwt natuurlijk gewoon haar eigen telefoonstandaard:
Niet bepaald zinnenverzet, wel noemens- en roemenswaardig: John Conway, bedenker van o.a. het iconische Game of Life, is ons door het gevreesde virus ontvallen:
Een mini-afvraagseltje met keiharde stukjes actualiteit: iemand enig idee waarom het Engels, dat toch doorgaans samenstellingen als losse woorden schrijft (anger management, tourist trap, Ebola virus), dan toch van coronavirus consistent één woord maakt?
Patroontjesobsessant als ik ben vertoon ik al van minstens pubersher neigingen tot het puzzelen met wiskundige reeksen (bijvoorbeeld van woorden of tonen), zoals dat je alle mogelijke permutaties van hun elementen dusdanig rangschikt dat ze niet herhalen of elkaar in de weg zitten, waarin ik met mijn omgekeerd evenredige bètadeuk op zijn zachtst gezegd variërende gradaties van succes boek.
Wel. Blijkt dat de zeventiende eeuw me hoe dan ook voor was, gezien de kerkklokkenluidkunst van het change ringing waarover ik zojuist leer:
Nog maar een krappe voortnacht en de jaren 20 breken aan! Ik kijk nu al uit naar de zeppelins, flappers, zeep met radium en een louterende beurskrach links of rechts. Ter afsluiting van het decennium een fijne Drabgreep voor u uit mijn tegenkoomsels van de afgelopen tijd.
Lieven Scheire (zo heten Vlamingen zonder dat er iemand raar van opkijkt) zingt Stabat Mater:
Baba is You, een jottem hersenkraakspel waarin je de regels moet veranderen om te winnen:
Ahâpînik: een cijfercode die ik al sinds tûpeheb liggen toen ik nog kiwas in plaats van la(dat krijg je als je in pôsîwordt geboren), dus hoog tijd voor de openbaarheid, anders is het alweer tûšen dan moet ik al mijn voorbeeldjes weer aanpassen.
Ahâpînik is een manier om getallen (en aanverwante rekenachtigheden) heel beknopt uit te spreken, door aan elk cijfer een letter toe te kennen. Zodat je bijvoorbeeld in plaats van de mondvol zevenhonderd eenendertig duizend vierhonderd negentig komma twee één zes acht kunt volstaan met siporû epâx. Of skalôn heafî, mag ook.
Iets uitgebreidere toelichtingen zijn hier te vinden, nóg uitgebreidere volgen ooit; heel in het kort is het principe als volgt.
1. Men neme dit schema:
2. Men kieze voor elk cijfer ofwel de bijbehorende medelinker, ofwel de bijbehorende klinker. Voor de 1 is dat dus de p of de a, voor de 7 de s of de ê, enzovoort.
3. Men leze de gekozen letters van links naar rechts als een woord. Dus 2019 wordt dan bijvoorbeeld tûpô, enar, eûpo, tûarof enpô. U mag zelf uw favoriet kiezen:
Da’s al, wat het basisprincipe aangaat! Hiermee kunt u bijvoorbeeld leuk uw telefoonnummer of creditcardgegevens mnemonificeren c.q. geheel vrijblijvend aan mij doorspelen voor strikt persoonlijk gebruik zonder twijfelachtige bijbedoelingen. Zo heet ik voor de belastingen bijvoorbeeld pûxô nôrîken kunnen groupies zich spontaan aan me opdringen via nummer nâpâlinûta.
Er kan nog veel meer leuk wiskundigs in Ahâpînik (zoals optellen en worteltrekken en cijfers achter de komma), maar daarover ooit een andere keer als mijn uitlegknobbel beter in vorm is. [Update 23-11: ziehier meer.] Staat in ieder geval eindelijk het basisidee eens op internet, potseldrementevanderapenkelder. Nu die andere pêliggende werken nog.
Zojuist leer ik via een Twitteruitwisseling dat de tweedeling in ‘thee/chai’ haar oorsprong vindt in de verspreiding van het onderhavige kruid over zee versus land. Is dat niet cool?
Vorige maand schreef ik over mijn letterhakbelevenissen op de workshops van Henk Welling. Ik hintte daar al even richting het leuke muizenstaartje dat nog aan het verhaal hing, want dat ging namelijk om het volgende.
Toevallig was ik precies jarig op dag twee van de cursus in Ulft, en had ik Henk een voorbeeldje laten zien van het soort letters dat ik maak, in casu het onderhavige Aprilschrift waarvan ik immers dankzij hem mijn drabhoofdig latenrondslingeren aantekeningenblok weer veilig terug in bezit had. Komt hij even later aanzetten met een vers geslepen reep marmer, met de voorbeeldtekst (zeer interessant, had ik geschreven) er alvast op gecalqueerd voor me om mee aan de hak te slaan. “Hier, verjaardagskado”. Sjee, wat tof!
Ik daar dus al danig van onder de vleienis, vraagt Henk me op dag drie: Zeg, zou ik die tekst zelf misschien ook mogen gebruiken? Lijkt me leuk om hier in de werkplaats te hangen en dat mensen zich dan afvragen wat er staat, en dat dat dan ‘zeer interessant’ is.
Sjééee de pee. Mag het een veeder inden daertoe streckenden orificye minder wezen? Alsof, noem eens wat, Maurits Escher terloops tegen je laat vallen “Zeg, ik vind die rombische dodecaëder van jou wel leuk, mag ik die gebruiken?” Wauw.
En zopas krijg ik bericht van Henk, dat zijn versie van het haksel af is. Kijk dan hoe allememachies mooi, dat is toch om rillingen van te krijgen?* (Facebookpost op Henks Facebook hier.)
* Ik probeer superlatieven te gebruiken die me niet als een idolate kwijlebabbel laten klinken, maar het lukt niet zo goed. Nou, pech. Moeten mensen maar niet van die mooie dingen maken.
Wauw. Ik kan eigenlijk alleen maar een beetje diepgevleid c.q. -geroerd hoofdschudden waar ik het aan verdiend heb. En ik ben tot mijn schaamte nog niet eens begonnen aan de verjaardagsversie (want die T is nog niet af en ik moet soms dingen als werk). Wel, als dit geen incentief is om de hakfakkel brandende te houden!
Ma is de Japanse aanduiding voor ‘negatieve ruimte’ (waar hunnie in d’rlui kunst immers rijkelijk van wanten mee weten) en dat is dan ook het principe achter dit nieuwe schriftsysteemideetje dat ik zoëven had: een schrift waarbij de ruimte tussen de letters de betekenis uitmaakt in plaats van de letters zelf.
Neem bijvoorbeeld dit proefalfabet:
De blauwe vlakken zijn de ma’s, de negatieve ruimtes die tussen de uiteindelijke letters moeten komen. Dus als je dan Drabkikker wilt schrijven neem je eerst de bijbehorende ma’s uit het alfabet:
Vervolgens bouw je lettervormen die er zodanig uitzien dat ze aangrenzenderwijs de desbetreffende negatieve ruimtes veroorzaken:
En ten slotte laat je het blauw weg. Beetje sympathiek afspatiëren, en hopla:
Merk op hoe dezelfde letter (r, k) er op verschillende posities in een woord totaal verschillend uit kan lijken te komen zien, omdat het oog van nature denkt dat het naar de zwarte lijnen moet kijken in plaats van naar de ruimtes daartussen.
Leuk concept wel, niet? Er kan nog uitgebreid gepoetst worden aan slimmere vlakverdelingen en elegantere vormen, maar verplichtingen roepen mij, dus dat een latere keer.
Afbeeldingen die ik in de loop der eeuwen van internet heb geplukt omdat ze op enigerlei wijze mooi, leuk, grappig of anderszins bewarenswaard waren. Ik denk, ik deel ze eens met u.
Van de meeste plaatjes heb ik niet bijgehouden wie ze heeft gemaakt; u kunt een achterhaalpoging ondernemen met bijvoorbeeld TinEye. Mocht u zelf rechthebbende zijn en uw hooivork reeds aan het bijpunten: vraag en ik verwijder.
Goed. De driemaandengrens is met ruime schoot gepasseerd, dus in Drabtermen kunnen we dan voorzichtig van een beklijvende bekoring beginnen te spreken. En wel in het onderhavige geval: het hakken van letters. In natuursteen. Met beitels enzo.
Henk had ook het een en ander aan eigen werk meegebracht ter illustratie. Oef. Nu ben ik natuurlijk mijn hele leven al een liefhebber van de lekkerdere letter, maar wat deze man maakt is werkelijk om week van in de knietjes te worden. Loepstrakke haksels, gebalanceerd en levendig, sierlijk en vol kracht. Ik kan niet goed uitleggen waarom, maar dit soort vormen brengt mij in een staat van zowel opwinding als ontroering.
Duidelijk dat technische vaardigheid met beitel en klopper één ding is, maar een esthetisch oog nog eens een heel hoofdstuk apart. En daarbovenop een echt innemend mens ook, deze Henk; onbraaf en wars van opsmuk, met een ziel die waarschijnlijk precies maakt dat wat hij maakt zo mooi is, zonder dat het kleverig of zweverig wordt. Integendeel.
Dus, ik huiswaarts met een rugzak vol begeesterdheid en een buitengewoon knullig bebikt stukje marmer (en de constatering dat ik mijn aantekeningenblok bij de workshop had laten liggen met de eerste aanzetten van mijn zojuist bedachte Aprilschrift erin, maar dat is dankzij Henk allemaal weer goed gekomen – hierover misschien een latere keer want daar hangt nog een leuk muizenstaartje aan). (Update: lees het muizenstaartje hier.)
Drabs brakke haksel
Terstond Henks website erop nageslagen en met mijn vader gedeeld, die per slot van rekening de oer-aanwakkeraar van mijn grafofiele vlammetje is en zulks niet minder kan waarderen. Inderdaad, die stond ook met de kaken te klepperen en merkte op: Zeg, maar deze man geeft zomercursussen. Verjaardagskado?
Wohola, dat slaan wij niet af zeg! Nou, en zo kwam het te pas dat ik de begindagen van juli in Ulft en omstreken heb doorgebracht. Henk haat woorden als “passie” (de stenen waar hij in bovenstaand filmpje aan bezig is heeft hij nadien expres in tweeën gebroken) dus ik weet even niet of “inspiratie” dan wel mag, maar dat is wel zo’n beetje de beste samenvatting van de driedaagse cursus. Ik moest me inhouden niet de hele tijd als een hondje om hem heen te hupsen. Jamaar ik vind álles wat je doet geweldig!
Tom Perkins – The Art of Letter Carving in Stone
Welaan. Zo gezaaid, zo geoogst, en nu heb ik zelf een setje beitels in huis gehaald en me een bescheiden hakhoekje in het berghok gebouwd, bijgestaan door het prachtboek The Art of Letter Carving in Stone. Het knullige biksel van april begint langzaamaan op een letter te lijken, al is het duidelijk dat ik nog even een decenniumpje mag dooroefenen voor ik het net zo strak kan als de meester.
Een groot genoegen kortom, dus allen dank die mij op dit fraaie pad hebben doen belanden! Vervolgen volgen ongetwijfeld. Als er nog iemand stukjes natuursteen heeft liggen om op te oefenen: van ganser harte.
Met mijn digitale onlinevrienden (dezelfde inderdaad) een uitwisseling naar aanleiding van de zojuist ontdekte schilderijen van Jason Anderson, dat oranje+blauw blijkbaar niet alleen een veelgebruikt kleurschema in films is omdat het zo lekker knalt, maar dus ook op doek.
Nou, dus dat ik met onderstaand op deze trend inspelend maaksel met gemak twaalfhonderd euro moet kunnen vangen. Wat zeg ik: zeventienhonderd, want er zitten ook nog eens gulden sneden en regels-van-derden in. Plus overduidelijke reminiscenties aan horizonnen en zonsondergangen, dus dit is gewoon een schijntje, waar wacht u nog op?
U kunt het geld overmaken naar rekening 2,618034 t.n.v. D. Rabkikker te alhier. Zelf even een printje maken, dat scheelt opstuurkosten.
Het bevredigendere type stoommachine, heden in het Openluchtmuseum te Arnhem. Word ik blij van. Kijk dan die meedeinende potjes smeerolie!
Tevens ook: Kunnen wij even als de wieswiedeweerga het oude RET-logo in Rotterdam herintroduceren gaarne in plaats van het huidige wanbaksel ja? Dank u namens alle typografieminnende klootbewoners.
Dit probleem (gheh) speelt in het Nederlands net ietsje minder geloof ik, maar vergelijkbare zaken doen zich ook hier voor. In Engelstalige regionen zijn er mensen (vooral oudere) die het onbeleefd vinden als je thank you beantwoordt met no problem, maar ook mensen (overwegend jongere) die you’re welcome juist onbeleefd vinden.
Ik kan me op zich in beide bezwaren inleven: no problem suggereert dat ’s gespreksparners vraag/verzoek kennelijk ook wél een probleem had kunnen zijn, terwijl you’re welcome impliceert dat je het volstrekt gepast vindt dat de ander jou bedankt, daarmee potentieel hautain uit de hoek komende.
Hoogoplopendgesteggelalom. Punt is: beide kanten hebben ongelijk. We moeten dit soort uitdrukkingen namelijk helemaal niet letterlijk nemen, want het zijn fatische uitdrukkingen. Zegwat? Over naar Tom Scott, die deze en verwante gevallen van pragmatiek nader uitlegt:
(Niet dat ik nu zeven jaar na dato inmiddels wél weet wat je op What’s up dient te antwoorden, maar goed.)
LEGO kondigt Braille Bricks aan. Wat cool! Hadden we al een woord voor ‘concept dat zo vanzelfsprekend is dat het achteraf gezien altijd al bestaan had moeten hebben alleen kwam er even niemand op’?