Categorie: Schrift

Taaldrab 50: Merovingisch

Je knijpt toch je handen ineen dat Grote Karel indertijd zijn fijne minuskel erdoor heeft gedrukt zeg. Moet je nou toch kijken hoe mensen voor die tijd schreven. Aanschouw de cardiografische kwaliteiten van het Merovingische schrift:

Merovingische schrijvers schreven vaak te paard. Vandaar. (Hopelijk.)
Kennelijk staat er echt iets.
Halverwege dit bericht vielen de Noormannen binnen. They are coming. Doom. Doom.

Dank aan achterachter(etc.)nicht Eliza die me op een tochtje schriftgeschiedenis stuurde met de vraag ‘hoe zou ons schrift eruit hebben gezien als we niet op zeker moment hadden teruggegrepen op de Romeinen?’ Nou, met een beetje pech dus zo. Laten we Karel even hartelijk dankbaar wezen, en ook vooral zijn hoftypograaf Alcuinus van Oud York. (New York was toen nog niet ontdekt, zodoende.)

Stiekem heb ik trouwens dikke fascinaties voor hoe sommige talen & schriften op het randje van asemie balanceren (zie: Grasschrift) en er voor ingewijden toch in slagen betekenisdragend te blijven (zie: Deens). En in sommige Merovingische kloosters hadden ze duidelijk minder last van aardbevingen dan elders, gezien dat ze bijvoorbeeld in Luxeuil naar verhouding een soortement van leesbaar schreven:

Luxeuil script door Thomas Huot-Marchand

Waar dan dus weer iemand, jazeker, een verdraaide fraai font van heeft ontworpen. Ligatuurt u lekker mee?

Luxeuilse ligaturen
fri
agrestius

Kan trouwens iemand die fantastisch rijkvoorziene maar schroomstuitelijk verouderd-geïnterfacede Medieval Writing-website naar de jaren twintig tillen?

Oh, en doe dan anders ook effe het idem uitgedaagde Comprehensive Aramaic Lexicon als u toch bezig bent. En alle andere kwaliteitsbronnen uit het vorige vicennium die ieder moment in het webvacuüm kunnen verdwijnen omdat iemand verzuimt de huur te betalen c.q. de migraineverwekkende vormgeving niet langer trekt. The Universe of Bagpipes ging hen al voor, zag ik, en dat is (geen grap) een verlies. Het internet is een wankele blokkentoren.

Runen in Redbad

Ik was Redbad gaan kijken, een film uit 2018 die in het proto-Nederland van de achtste eeuw speelt, met Franken en Saksen en Friezen en baarden met vlechten en brandstapels vol maagd, u kent het wel. Best onderhoudend voor op een vrijdagavond.

Enfin, zo ergens rond minuut 35 houdt de een of andere sjamaan een stok met runen omhoog, dus dan springt mijn vinger natuurlijk als vanzelf naar de pauzeknop om eens even te kijken of daar iets van te ontcijferen valt.

(Klik op de plaatjes ter vergroting.)

En jazeker hoor. De boel is geschreven in het niet al te moeilijke Elder Futhark-alfabet, en een naarstig uurtje puzzelen verder kom ik o.a. op de zin When darkness falls Redbad will rise.

Maar leuker is dat er daarnaast allemaal Nederlandse namen op blijken te staan ge-easter-eggd: ene Maikel J. Knijnvis (of J.C. Nijnuis, omdat dat u/v en de c/k in het Ruuns met dezelfde tekens worden geschreven), puntje puntje Jong, een zekere H/Janneke W/Aandma, de een of andere Liza Zmit en deze of gene Roel Reine.

Waar schrijnenderwijs uit blijkt hoeveel ik van bekende Nederlanders weet: een struinrondje op IMDb levert op dat Roel Reiné dus regelrecht de regisseur is en Lisa Smit de hoofdrolspeelster. Kuch, okee, juist, haha.

Wie H/Janneke A/Wandma is blijft vooralsnog onduidelijk; er staan meerdere De Jongen in de lijst maar het zal haast wel producer Klaas zijn, en de production designer heet dus inderdaad Maikel Nijnuis. Ha! Ik vónd Knijnvis al een beetje raar.

Kortom. Dikke ontdekpret en decodeerdecadentie hiero.

Goed, dan ga ik nu weer verder kijken. Wedden dat Redbad op komt rijzen zodra de duisternis valt?

᛭᛭ ᛒᚱᚢᚷᚷᛖᛏᛃᛖ ᛭᛭

Voor wie meer wil lezen over runenschrift in de Lage en omringende Landen: het boekje Runen van Marlies Philippa en Aad Quak is erg toegankelijk, en hier is een compleet proefschrift online van Tineke Looijenga (onder promotor Tette Hofstra, bij wie ik indertijd nog ’s een bijvakje Gotisch heb gevolgd). En uiteraard zijn er de uitstekende video’s van Jackson Crawford.

22–29 sept: Drabkikker exposeert in Rotterdam

Update 26 sept: En we hebben beeld! Foto’s door Olivier Scheffer.

~~~

Update 25 sept: Briljante tekening in Monsieur Hulot-stijl door Vader Senior:

Dirk aanschouwt de Aanschouw

~~~

Update 23 sept: en wij hangen!

De opening was gisteravond in een bruisende Witte de Withstraat en retegezellig. Mijn kast vol Lineair D-haksels en -plaksels trok leuk bekijks en leverde allerlei toffe reacties op; er sloegen zelfs wat mensen aan het puzzelen. Voor wie daar dieper in wil duiken: alle informatie over het Lineair D vindt u hier.

Meer beeld zal binnenkort op de Aanschouw-site verschijnen (hier vast ook). Voor nu heel veel dank aan Annegret en Jaap en Olivier en Berndnaut en alle aanwezigen voor hun uitnodiging en hulp en enthousiasme!

~~~

Leuk nieuws! Ik ben onlangs uitgenodigd om iets van mijn maaksels te exposeren in De Aanschouw. Dat is de galerievitrine van Café de Schouw in Rotterdam, waarin al dik 21 jaar iedere week het werk van een andere creatieveling wordt getoond.

De Aanschouw: elke week iets anders in de kast.

Onder weekgetal #1094 zal uw zeergevleide Drab van 22 t/m 29 september aanschouwelijk zijn. Ik ben nog druk aan het peinzen waarmee precies exact, maar iets in de schriftsystemenhoek lijkt een aannemelijke aanname.

De opening is op donderdagavond 22 september om 21:00 u in Café de Schouw, Witte de Withstraat 80 Rotterdam en zal worden begeleid door een inleidend vraaggesprek met gastcurator Annegret Kellner, over wat ik in vredesnaam beoog met mijn werk en dat ik daar dan hele wijze antwoorden op geef waar u dan heel erg over moet nadenken. Met bier.

Mijn eerste openbare optreden als Drabkikker. Zin in. Weest allen daarbij en roert den schalmei!

Curlivine

Grappig hoe dingen kronkelen. Ik was dus met dat pseudo-Singalees in de weer, en drie weken schetsen/knutselen/evolueren later blijk ik via een omweg gewoon terug bij mijn oude Hexamaze uit 2015 te zijn aanbeland, waar ik nog eens een keer een malle bui voor moest krijgen om het af te maken. Nou, blijkbaar heb ik die nu.

Curlivine

Uitleg volgt later, maar het idee is dat letters bestaan uit combinaties van over/onder elkaar heen gevlochten cirkelbogen in een zeshoekig rooster. Omdat de naam Hexamaze al ruimschoots door anderen wordt gebruikt noem ik ’m nu Curlivine, een amalgaampje van curlicue en vine. Krullierank, dus zegmaar.

Rappe uitleg

Okee, voorbeeldje. Dit is een letter, meerbepaald een d:

De zeshoek eromheen is slechts tijdelijk, die halen we later weer weg als we klaar zijn met schrijven.

Een letter mag naar smaak worden geroteerd (in stapjes van 60°). Dus dit zijn ook allemaal d’s:

Binnen een zeshoek kunnen meerdere letters worden geplaatst. Elke nieuwe letter komt één laagje “dieper” te liggen dan de voorgaande (weergegeven door overlappende lijnstukken) en moet zo worden geplaatst dat hij zichtbaar blijft en geen ambiguïteiten oplevert. Ook hier mag/moet weer vrijelijk met de letters worden geroteerd.

Willen we bijvoorbeeld na de d een o schrijven, dan plaatsen we die “onder” de d, maar wel zo dat alle bestanddelen van beide letters zichtbaar blijven. Bijvoorbeeld zo:

Of zo:

Maar bijvoorbeeld niet zo, want dan verdwijnt het kleine boogje van de o in zijn geheel achter dat van de d en kun je de letter niet meer herkennen:

Mag niet.

Wat ook niet mag is twee opeenvolgende letters helemaal niet laten overlappen, want dan kun je niet zien welke dieper ligt dan de andere (de verschillende kleurschakeringen gebruik ik hier alleen even voor het overzicht) en weet je niet in welke volgorde je ze moet lezen. Hier zou even goed do als od kunnen staan:

Mag ook niet.

Met deze regels in ogenschouw kun je de zeshoek verder vullen met letters. Na de o kunnen we bijvoorbeeld weer een u plaatsen:

Enzovoort. Na een letter of drie, vier zijn de mogelijke plekken voor nieuwe letters meestal wel op en moet je door naar de volgende zeshoek. Die komt direct tegen zijn buurman aan, zodat de cirkelbogen van de letters mooi op elkaar aansluiten. (De schrijver mag zelf overigens bepalen hoeveel letters er in een zeshoek komen te staan; het is niet verplicht hem helemaal tot zijn limiet vol te proppen.)

Enzoverder. Nieuwe regels worden honingraatmatig tegen de vorige geplaatst, woorden worden gescheiden met stippen, zijden van zeshoeken waar geen lijnstuk op uitkomt krijgen opvullers, en als men eenmaal tevreden is met een tekst wordt het zeshoekige rooster verwijderd en mogen de cirkelbogen geheel naar esthetisch believen worden verheringekleurd.

En dat is het idee. Er zijn ook nog methoden om letters te verdubbelen en ik ben nog bezig te peinzen over een mooie manier om de randen van een schrijfstuk af te werken, maar daarover een andere keer.

Alfabet

En dan hier het alfabet voor de douchegordijnpuzzelaars!

Een x is er niet; de onderste regel toont leestekens (de stip is dus een woordscheider, de rechte lijnen zijn nog nader toe te kennen), die als laatste in een zeshoek vol letters worden geplaatst.

Hier een ideetje voor kaderafwerking:

Taaldrab 49: Singalees

U houdt van krullerige Zuidoostaziatische schriftsystemen, maar u vindt Tamil en Malayalam en Kannada en Balinees bij lange na niet krullerig genoeg? Nou, dat hadden de Singalezen nou ook.

Er zou toch echt eens een term moeten komen voor “als iemand hier bij wijze van fictie mee aan zou komen zetten zouden mensen het onrealistisch vinden”. Kijk al die fantastische barokke pliepjes en fnupjes dan, daar kom je toch in je stoutste dromen niet op.

Singalees

Nee, het geval wil namelijk dat ik namelijk daadwerkelijk momenteel aan een fictief schriftsysteem aan het sleutelen ben dat toevallig namelijk een klein beetje op Singalees blijkt te lijken (zo kwam ik erop om deze post te posten), maar dan bij lange na zo krullerig (en mooi) niet. Moet nog even een paar millenniumpjes doorevolueren denk ik.

Drabsingalees

(Scusi. In het Engels schrijf je het met een h, maar in het Nederlands met een g. Gedoe met die exoniemen ook altijd.)

Kedja

Hop, nou we toch bezig zijn. Hier alweer een schrift.

In oude mappen struinen diept af en toe ideeën op die indertijd niet verder dan een idee zijn gekomen. Soms geheel terecht omdat het bijvoorbeeld een flutidee was; soms alsnog de moeite waard om op voort te bouwen. Zoals deze schets voor een “kabelschrift” van een krappe elf jaar geleden.

Daar heb ik nu dit van gemaakt (andermaal: alfabetbedeling kan nog veranderen):

Ajup, ’t is weer eens een ernstig gevalletje veels te op elkaar lijkende vormen, maar puh, ik vind het er leuk uitzien. Al heeft het meer weg van kettingen dan van kabels, dus misschien een naam in die richting doen. Omdat ik een onverklaarbaar zwak voor Zweeds heb leek me Kedja (spreek uit “sjee-dja”) dan bijvoorbeeld wel aardig.

Kedja

Update onderaan: Ea merkt op dat het een plan zou zijn om de afzonderlijke kabels hun eigen kleur te geven. Met die gedachte had ik inderdaad ook gespeeld, en haar verworpen omdat je zoiets niet per individuele letter kunt doen zonder kleurbotsingen te krijgen:

Maar je ketting achteraf inkleuren nadat hij klaar is kan natuurlijk wel:

Waar de lieden van Numberphile ons vast over kunnen vertellen hoeveel kleuren je mini-/maximaal nodig hebt om te zorgen dat eenzelfde kleur zichzelf niet raakt.

Kabeltrui

Wat óók nog kan, maar dan wordt het wel een hele malle toestand allemaal, is de letters om en om aan elkaar koppelen, zodat je echt een beetje de breipatronen krijgt die Ea in haarzelfde commentaar opwerpt. Van links naar rechts lezen werkt dan beter dan van boven naar beneden, en loze ruimte kun je opvullen met extra draden:

En dat dan weer inkleuren:

Nou. Ik zie de desbetreffende trui graag tegemoet, haha. Dank ook weer hier aan mijn lezers voor de inspirationele interactie!

Klont/hapje/eiland

Update bovenaan: Die redundante symmetrie waar ik hierverderop over prakkizeer vind ik eigenlijk bij nader inzien haar charme wel hebben, vooral als je de boel verticaal draait:

En ik overweeg inmiddels redelijk serieus de naam Krokopac, vrij naar Fusica’s observatie. Oogt wel lekker Aztekerig ofzoiets. Tweewerf dank!

En, om in de Pacmanhoek te blijven, zwaar verpixeliseren werkt ook wel leuk:

Wakka wakka wakka.

‹‹‹‹ ◦◦◦ ››››

Een naderpluizenswaard concept voor een schrift: “positieve” en “negatieve” vormen, die samensmelten dan wel hapjes uit elkaar nemen, al naar gelang hun onderlinge positief-/negatiefheid. Jazeker.

Hier alvast een alfabet (nog niet definitief):

De gekleurde vormen zijn positief, de kleurloze negatief. Om tekst te schrijven plaats je de vormen overlappenderwijs tot de helft over elkaar heen, waarna vervolgens elk naburig letterpaar één van de volgende interacties met elkaar aangaat:

  • Twee positieve vormen smelten samen tot één klont.
  • Een negatieve vorm neemt een hapje uit een positieve vorm (links hapt rechts of rechts hapt links).
  • Twee negatieve vormen behouden slechts hun gezamenlijke middeneiland.
Positieve en negatieve lettervormen en hun mogelijke interacties.

De bètaknobbelige lezer zal in de smiezen hebben dat deze interacties per saldo globaliter linea recta neerkomen op hoe Venndiagrammen werken. Positief + positief = vereniging (“klont”); positief + negatief = verschil (“hapje”); negatief + negatief = doorsnede (“eiland”). Maar dan met lolligere vormpjes dan alleen ellipsen, en je bouwt er langere rupsen mee, want om er immers tekst mee te schrijven.

Bijvoorbeeld karnemelk:

Of Drabkikker:

En dergelijke.

Zoals het meestal met mijn schriften gaat ben ik nog broeiende op een prettigere letterverdeling (bijvoorbeeld om van die lange reeksen positieve vormen als in Drabkikker te voorkomen) laat staan een naam, en ook realiseerde ik me gaandeweg dat de boven-/onder-spiegelsymmetriciteit van de vormen nogal efficiëntieverspillend is want aan één van de helften heb je immers al genoeg voor een begrijpelijke boodschap zodat het zonde zou zijn om dat gegeven niet nog op de een of andere leuke manier uit te buiten. Daarover meer in de komkommer- c.q. pruimentijd.

Nauwelijks gerelateerd toevoegsel

Ik wierp deze blogpost eens door Google Translate, uit benieuwdheid hoe ze daar dealen met mijn rare taalgebruik, en ik sta toch lichtjes versteld hoe coherent de boel eruit komt. Vooruit, een schrift is in deze context geen notebook, een hapje geen snack en een vereniging geen association, maar ik vind het tamelijk knap hoe bijvoorbeeld “naderpluizenswaard” resulteert in interesting, “bètaknobbelig” in beta-knobby en “per saldo globaliter linea recta neerkomen op” in roughly boil down to:

An interesting concept for a notebook: “positive” and “negative” forms, which merge or take bites apart, depending on their mutual positive/negativeness. Yes, of course.

Here’s an alphabet (not final yet):

The colored forms are positive, the colorless negative. To write text, place the shapes overlapping half way over each other, after which each adjacent letter pair interacts with each other in one of the following:

– Two positive forms fuse into one lump.
– A negative shape takes a bite out of a positive shape (left bites right or right bites left).
– Two negative shapes only keep their common central island.

[Positive and negative letterforms and their possible interactions.]

The beta-knobby reader will have in the mind that these interactions roughly boil down to how Venn diagrams work. Positive + positive = association (“lump”); positive + negative = difference (“snack”); negative + negative = cross section (“island”). But then with funnier shapes than just ellipses, and you build longer caterpillars with them, because after all, to write text with them.

For example buttermilk:

Or Drab frog:

And such.

As is usually the case with my notebooks, I’m still brooding on a more pleasant letter distribution (for example to avoid those long series of positive forms as in Drabkikker) let alone a name, and I also gradually realized that the upper/lower mirror symmetricity of the form is rather wasteful because one of the halves is already enough for an understandable message, so it would be a shame not to exploit that fact in some fun way. More about this in the cucumber or plum season.

Taaldrab 48: Klodder

Voort-hersenwaaiend op het concept “schrift met vormen die zo min mogelijk van elkaar verschillen” hier alvast een soortement vergelijkbaar idee waar ik al eens vaker mee heb gespeeld (en waar ik vast de eerste c.q. enige niet mee ben): hoe drastisch kun je lettervormen versimpelen tot ze nog nét hun ontcijferbaarheid behouden?

Vrij drastisch, blijkt. Bekijk bijvoorbeeld onderstaande klodders en zie hoe ver u komt. Tip: afstand nemen en door oogharen kijken helpt.

Geinig hoe dat best goed gaat, nietwaar? (Zo niet, tjek de oplossing en daarna kunt u het gegarandeerd niet meer ont-zien.) Ons oog is een meester-pareidoleet, met dank aan alle voorouders die een struik aanzagen voor een sabeltandtijger in plaats van andersom.

Wat hier natuurlijk een vette vinger in de pap heeft zijn dingen als woordbeeld en vooropkennis van de taal, waardoor onduidelijkheden uit de context kunnen worden geraden, zodat hier wel iets moet staan en niet lolo:

Had ik in plaats van iets Nederlands een tekst in, zeg, het Kwakwaka’wakw geklodderd, dan was uw vlieger beduidend belabberder opgegaan (even gevoeglijk aannemende dat u geen Kwakwaka’wakwspreker bent).

Leuk experiment. En meteen een nieuw schrift erbij (al is “Palatino Linotype helemaal de moeder blurren en daar een contrastlaag overheen knatsen” misschien niet de origineelste verdienste), dat ik dan maar Klodder zal noemen.

Waar je dan weer dit soort effecten op kunt loslaten:

Taaldrab 47: Sogdisch

Misschien is dit een idee voor een subtaaldrabcategorie “kijk welk schrift ook bestaat”, maar dat hangt er een beetje van af hoe vaak ik een schrift tegenkom waar ik blogaandrang van krijg. Hoe dan ook. Kijk welk schrift ook bestaat: Sogdisch.

Van rechts naar links lezen.

Sogdisch is een oude Iraanse taal waar ik verder niets over weet, maar het schrift vind ik mooi, zij het wellicht een tikje onpraktisch. Je hebt van die schriften waarbij je denkt: gezien hoe dik de lijnen zijn die je pen (kwast, griffel, dinges) maakt, zou je de letters gewoon niet wat groter schrijven? Dan zie je het verschil ertussen wat beter. (Zie bijvoorbeeld ook: Elefantine-Aramees, waar ik dan ook nog de tip aan zou toevoegen: misschien niet zo allemachtigs lelijk schrijven?) Maar goed, wie ben ik hè.*

* De man die eens flink een schrift gaat bedenken waarbij de tekens expres zo min mogelijk van elkaar verschillen. Dát ben ik.