En hoe staat het intussen met de Canto Ostinato?

Uit een scriptie over de Canto Ostinato (Stacey Low, 2020)

Ja nee, ik begrijp het volkomen als u bij die titel alleen al gillend de kamer verlaat, want eerlijk is eerlijk: de Cantomoeheid (of -⁠moordlust, geheel naar keuze) ligt zwaar op de loer bij zo’n onaflatende overdaad aan uitvoeringen. Ik denk dat er onderhand met gemak zo’n honderd versies in officiële en -⁠euze omloop zijn en dan reken ik allerlei spontane mafketels op stationspiano’s nog niet mee. Mijn Youtube-Canto-Ostinato-afspeellijst barst in ieder geval in toenemende mate uit zijn voegen:

Dit is dus een afspeellijst. Klik naar links/rechts om tussen de honderden clips te navigeren.

En ik zal niet ontkennen dat ik soms ook enige verkalking in de onderriemse regionen ervaar bij dingen als Canto Meets Jazz, fijn een stukje associatief de Canto van je af schilderen en – ik zou mezelf niet geloofd hebben als ik mezelf dit zou hebben horen vertellen als het niet de werkelijkheid was – groepsgewijs hometraineren op de Canto. Ik sluit niet geheel uit dat dit tekenen van de Eindtijd zijn. (Op zich ook wel weer eens verfrissend, daar niet van.)

Dit was dus in 2012. Zie je wel. Eindtijd.

Maar, zoals de zoon van mijn vader altijd pleegt te zeggen: je kunt het een kunstenaar niet aanrekenen als diens kunstuiting door anderen wordt overgehypet, en de kunstuiting puur om die reden afwijzen zou zonde zijn.

Want ik blijf het, ondanks perioden van er even hélemaal klaar mee zijn, een tof stuk vinden. En ook anno jaren 20 duiken er af en toe nog altijd mooie nieuwe glimmertjes op in de goudpan van de rivier des eh, ja jemig bedenkt u anders even zelf een metafoor. Hieronder bijvoorbeeld, met orgel van oudgediende Aart Bergwerff en zang van Wishful Singing (die u misschien wel eens heeft zien langskomen in connectie met Herman Finkers):

(Haha, kijk dat kind op 2:47 nét te laat haar gaap onderdrukken.)

Er is ook een hele cd van, die tevens (in delen opgehakt – waarom dóen mensen zoiets? O ja, zodat je de cd koopt natuurlijk) op Youtube is te vinden. Hoor naast de zang ook hoe leuk dat orgel er zachtjes op los puft en sist en daarmee subtiel een onbedoeld goed uitpakkende ritmesectie aan het openingsgedeelte toevoegt. (Of dat treurig-dissonante stoomlocomotiefje aan het begin helemaal de bedoeling was durf ik niet te zeggen, maar het heeft wel iets koddigs.)

Aart Bergwerff & Wishful Singing – Canto Ostinato

Tuurlijk, ik besef terdege, hier kun je ook hard Hu bij roepen, maar ik vind het mooi, dus puh. En als u er lekker bij wilt linoleumgutsen of onderwaterqigongen, doet u maar fijn uw ding hoor, ik ben ook weer de kwaadste niet. Smaak blijkt opmerkelijk subjectief, in dat opzicht. Behalve waar het Canto Meets Jazz betreft natuurlijk, dat is gewoon letterlijk het equivalent van de broer van mijn zus die vroeger expres door haar heen ging etterbakken als ze een liedje wilde zingen.

En als u ’m echt niet meer trekt, die Canto, dan is er altijd nog mijn afspeellijst van Steve Reichs Music for 18 Musicians!

Townscaper

Wat óók hinderlijk onderhoudend is: Townscaper. Het spel (als je het zo wilt noemen) bestond al een tijdje in ontwikkelvorm, maar is onlangs officieel verschenen en nu ook als online demo voorhanden. Klik in de rondte en bouw schilderachtige huisjes, dorpjes, havens, binnentuinen, waslijnen en noem maar op, plopperdeplop! En met deze webapp (rijmt op kebab) kun je nog rondlopen in je eigen creaties ook.

De maker is Oskar Stålberg, die meer van dit soort fijne doelloze doedelarij voortbrengt, zoals Brick Block, City Generator en Polygonal Planet. Maar ook complete spellen als Bad North, waar ik vorig jaar al eens gewag van deed.

Sorry dat u vandaag niet meer aan werk toekomt verder.

Toontaal

Harmonieën, temperamenten, stemmingen, timbres, spectra, toonladders, formanten, kreeftencanons en andere fascinerende fratsen onder de motorkap van de muziek.

De meeste van deze filmpjes zijn van het kaliber 3Blue1Brown, als in “ik volg hier 80% niet van maar het boeit me alsnog de pan uit.”

Wat maakt klanken dissonant? En zo ja, is dat erg?
Waarom een mens geen bel kan nadoen (zelfs geluidenmeester Beardyman niet).
De tritonus. Zo ongemakkelijk in het gehoor dat mensen denken dat de Katholieke Kerk hem probeerde te verdoezelen, maar dat is dus een mythe.
Een geheimzinnig stukje bladmuziek in het enige schilderij van Johannes Torrentius dat de Protestantse Kerk niet heeft weten te verdoezelen. Dank aan vader voor deze tip!
Möbius, Marcus, Bach.
Hoe men het Vroeger deed.

eddie d

Ik was eens grondig aan het opstoffen geslagen in mijn internetverleden en kwam zo bij hele oude Youtubebezoeksels terecht (240p! gut ja, dat hád je toen), waaronder zich een paar nauwvergeten juweeltjes aandienden. Zoals het werk van eddie d, waar ik in 2010 eens over blogde. Ik mag dit al die tijd na dato nog even hard:

Poem #9
Cuore
Let Me Be Frank

EDIT. Haha, als dit toeval is is het wel heel toevallig: eddies laatste upload is van zes jaar geleden; ik reageer gisteren op een van zijn oude filmpjes, en vandaag verschijnt er spontaan een nieuwe.

Taaldrab 41: Kitbashing greebles

Heden leer ik twee (of eigenlijk drie) nieuwe Engelse woorden:

Greebles, ook wel nurnies: de overmatig ingewikkelde oppervlaktestructuren van blokjes, vlakken, leidingen en staketsels die je clichématige scifi-ruimteschepen vaak ziet hebben.

Just a moment. Just a moment. I’ve just picked up a fault in the AE-35 greeble.

Kitbashing: hoe propmakers vaak te werk gaan bij het vervaardigen van greebles/nurnies: door de onderdelen (of zelfs de bijelkaarhoudrekjes* daartussen) van bestaande modelbouwkits eclectisch tot iets nieuws te knutselen.

Blijkbaar mag je ook greeblies zeggen.

Nuttige kennis.

* En die heten dan weer sprues. Dank aan reageerder mrklnsprnt voor de aanvulling!

How do you do, fellow kids?

Bwahááahahahaha. Erg geluisterd naar mijn laatste advies hebben jullie niet hè.

Drop je niffie en doe wat met je liffie

Man man man man man. Hoeveel basisboekjes “communiceren met de jeugd” heb je niet gelezen om te denken dat dit gaat aanslaan? Ik stel voor dat de Rijksoverheid er nog een coole rap bij doet.

EDIT: Oh. Oh god. Nee. Ik maakte een grap…

Update: Wahaha, op Twitter fileren ze ’m ook aan duigen:

Filmpjes

En het is weer tijd voor een ferme kledder video’s uit mijn onuitputtelijke kijkgeschiedenis! Geniet ervan en dien gerust tips in. Nieuwe toevoegingen plaats ik bovenaan. Blader tussen de verschillende pagina’s met de knopjes onderaan deze post.

Cyriak doet het weer.
En hoe is het onderhand met onze IJslandse eruptie?
Hoe zijn runen precies onstaan? Niet zo simpel als je denkt.
Tijdsdocument van een Engelse pub in de jaren ’50.
Vermakelijk commentaar op dieren. Verlaag de afspeelsnelheid om zijn spitsvondsten beter te waarderen.
Miegakure, een ooit te verschijnen computerspel in 4D.
Rauwe klez’.
Trippige filmpjes, gegenereerd met een text to image-algoritme ofzoiets.

Taaldrab 40: Dierf

Ik luister geregeld naar Vlaamssprekende podcasts en aanverwanten, dus ik hoor op zich niet meer zo op van een trap het af of klig strijk, maar deze was nieuw voor me: dierf als verleden tijd van “durven”.

Hoor het hier Lieven Scheire zeggen op 34:19: dierf ik nie zegge wa da’k wou:

Merk trouwens ook deszelfden overvloedig gebruik van als zijnde op. Is dit ook een Vlaamsigheid, of gewoon een persoonlijke kwurk? Is fout hè! Mag niet! Op de prescriptieve pijnbank gij! Maar stiekem lijkt het een heel bruikbare hybride van “dat wil zeggen” en “bijvoorbeeld”.

En hoe zit het dan met die ándere gekke verleden tijd dorst? Nou, zo:

Wat blijkt? ‘Dorst’ is eigenlijk helemaal geen sterke verleden tijd. De vorm gaat terug op een nevenvorm van ‘durven’, namelijk ‘dorven’. De regelmatige verleden tijd daarvan is ‘dorfde’. Van daaruit is het maar een kleine stap naar ‘dorste’, die etymologisch goed beargumenteerd kan worden. De ‘s’ is net als de ‘f’ een zogeheten ‘wrijfklank’, waarbij je door het belemmeren van de luchtstroom een soort ruis maakt. Bij de ‘f’ doe je dat met onderlip tegen boventanden, bij de ‘s’ met je tong tegen de boventanden. Dat is dus maar een klein verschil. De ‘s’ lijkt bovendien meer op de ‘d’ dan de ‘f’, want de ‘d’ is ook met je tong tegen de boventanden.