Ik luister geregeld naar Vlaamssprekende podcasts en aanverwanten, dus ik hoor op zich niet meer zo op van een trap het af of klig strijk, maar deze was nieuw voor me: dierf als verleden tijd van “durven”.
Hoor het hier Lieven Scheire zeggen op 34:19: dierf ik nie zegge wa da’k wou:
Merk trouwens ook deszelfden overvloedig gebruik van als zijnde op. Is dit ook een Vlaamsigheid, of gewoon een persoonlijke kwurk? Is fout hè! Mag niet! Op de prescriptieve pijnbank gij! Maar stiekem lijkt het een heel bruikbare hybride van “dat wil zeggen” en “bijvoorbeeld”.
En hoe zit het dan met die ándere gekke verleden tijd dorst? Nou, zo:
Wat blijkt? ‘Dorst’ is eigenlijk helemaal geen sterke verleden tijd. De vorm gaat terug op een nevenvorm van ‘durven’, namelijk ‘dorven’. De regelmatige verleden tijd daarvan is ‘dorfde’. Van daaruit is het maar een kleine stap naar ‘dorste’, die etymologisch goed beargumenteerd kan worden. De ‘s’ is net als de ‘f’ een zogeheten ‘wrijfklank’, waarbij je door het belemmeren van de luchtstroom een soort ruis maakt. Bij de ‘f’ doe je dat met onderlip tegen boventanden, bij de ‘s’ met je tong tegen de boventanden. Dat is dus maar een klein verschil. De ‘s’ lijkt bovendien meer op de ‘d’ dan de ‘f’, want de ‘d’ is ook met je tong tegen de boventanden.
Van de week ontvang ik anoniem het zelffermenteerkookboek Verrot Lekker in de post, en ik ben er tot op heden niet achter van wie het komt. Zo’n beetje al mijn aannemelijke vrienden en familie zijn al gepolst, en stuk voor stuk ontkennen ze betrokkenheid.
Dus, dan rest me slechts mijn blogpubliek. Biecht op, wie van jullie rekels is hier verantwoordelijk voor?
Wie u ook zij, ik vind het een tof kado. Ik wist weinig over fermentatie, nu iets meer. De makkelijkere recepten komen letterlijk neer op: hak aan stukken en leg geruime tijd in zout water. Het idee is dat de slechte verrotbacteriën daar dood aan gaan en de goede overblijven, met interessante smaken en gezondheden tot gevolg.
Inmiddels staan hier meerdere van zulke experimenten te borrelen in mijn keuken, in daartoe professioneel toegeruste emmers & vazen.
aardappel, wortel
aardpeer
Dus, nu geduld hebben of het een en ander over ca. een week te hachelen valt. Daar gevoeglijk even van uitgaande: veel dank, anonieme verrasser!
Update: Okee, wauw. De aardappeltjes zijn in ieder geval dik geslaagd. Hoefden slechts een etmaal in de pekel, daarna drie kwartier roosteren in de oven (eerst goed afspoelen en droogdeppen) met wat olijfolie en kruiderij naar wens. Zo het fermenteren iets merkbaars met de smaak heeft gedaan, dan louter ten goede, en met de textuur des te meer. Aanrader!
Beroepsdeformatie-zijspoor: Ik fascineer me echt een ongeluk om dat Björk-accent. Klinkt totaal anders dan Vastelandscandinavisch en heeft een stel intrigerende klankmutaties. Zoals:
Stemhebbende medeklinkers (b, d, g, z, dzj e.d.) worden nagenoeg stemloos (p, t, k, s, ts[j] etc.): indoors klinkt als intors,beginning klinkt als pekinning, dangerous wordt teenturus;
De combinaties sl en sn krijgen een t in het midden: Iceland en slowly klinken als Icetlant en stlowly; is not klinkt als istnot;
Beklemtoonde korte klinkers voorafgaand aan een plofklank (p, t, k e.d.) worden door een hoorbare h gevolgd: not en wet klinken als noht en weht, city wordt cihty; dramatic en ridiculous worden dramahtic en ridihculous.
En welke naam moet het bergje krijgen? Nou, lijkt me vrij wiedes.
Will you look at this! A visitor to my site has acquainted herself with one of my writing systems. That’s very uncommon and positively flattering. I think every conlanger/-scripter out there will recognize the utter rarity of someone actually using your creation without them being your mother or having been pity pressured into submission. I’m blushing!
Na afloop van regen druppelt het nog enthousiast een tijdje door in de regenpijp die mijn bovenburenplatje met mijn achtertuin verbindt. De druppels vallen in vrije val tegen het kromme elleboogstuk onderaan, daarbij een metronomisch getik veroorzakend. Echter: om de zoveel druppels pauzeert het getik precies één tel. Tik tik tik tik. Tik tik. Tik tik tik. Tik. Tik tik tik tik tik tik tik. Tik tik. Oftewel: dit is een boodschap, dat kan niet anders. Helpt u mee?
Of, mocht u het nummer van Jodie Foster hebben, mag ook.
Oftewel een merel in mijn achtertuin die ik helemaal de moeder heb vertraagd. Zouden het dan tóch dinosaurussen wezen?
Toelichting: Wat u hoort is simpelweg een zingende merel, maar dan zes keer zo traag oftewel globaal tweeënhalve octaaf naar beneden. Resultaat: een voorwereldlijke olifant-walvis-aap-pteranodon met stukjes wekkerradio. De visualisatie (gemaakt met deze toffe app hier) is een zogeheten spectrogram, waarmee je, zoals Absent Martian al opmerkte, de verschillende onder- en boventonen fraai te zien krijgt.
Ter vergelijk hier de oorspronkelijke opname:
Let wel, deze is niet helemaal één-op-één, want voor de vertraagde versie heb ik de stiltes wat ingekort en gedeelten weggeknipt die storende bijgeluiden bevatten. Behalve de insluipkat aan het eind.*
* Niet Snorri uiteraard, die zou nooit op dergelijke onbeschaamde wijze de aandacht naar zich toe trekken.
Een al lang liggend idee voor een kunstschrift dat ik nog beter moet uitwerken, maar het principe is: mededelingen bestaan uit vormen die evolueren doorheen de tijd. Elke letter zorgt voor een kleine wijziging van het patroon, waardoor dat steeds een tikje verandert. Hier als voorbeeld Hebban olla uogala etcetera:
Een mededeling begint dus met een middenstip, en daaruit groeien drie “armen”, hier weergegeven in rood, groen en blauw maar dat is niet nodig. De letters waaruit een boodschap bestaat komen neer op mutaties van die drie armen, in de vorm van het toevoegen en/of verwijderen van segmenten.
De h bestaat bijvoorbeeld uit de mutatie “de rode en de blauwe arm groeien beide één segment naar onderen”; bij de e hoort “de rode arm groeit één segment naar boven”, wat er in dit voorbeeld op neerkomt dat het zojuist ontstane rode segment van de h onderaan de middenstip weer verdwijnt. De b is “rood groeit één naar boven, blauw groeit één naar onderen”, de a is “groen groeit één naar onderen”, de n is “rood groeit één naar onderen” (oftewel in dit geval, aan de bovenkant gaat er één segment van de rode arm af):
En zo verder met voor iedere letter een unieke combinatie. Voor de geïnteresseerden hieronder het hele voorlopige alfabet. R, G en B staan voor de rode, groene respectievelijk blauwe arm; een plusje betekent “groei naar boven”, een minnetje “groei naar onderen” en een nulletje “verander niets”.
Ik ben nog niet tevreden over de toebedeling van de letters en de manier waarop de lijnen groeien, want zoals u in het uogala-voorbeeld ziet zit daar nog verre van balans in, dus daar ga ik nog nader mee aan de puzzel. Maar qua concept wel leuk, vond ik alvast.
Instant update: Oeh. Connecties opperen dat ik dit ook in geluid kan uitvoeren. Met drie orgels bijvoorbeeld. Plan!
Wordt het niet weer eens tijd dat ik u mijn complete filmpjeskijkgeschiedenis opdring? Ja hè. Het moet tenslotte wel een beetje leuk blijven, zo’n tweede golf. Welaan dan, pak aan dan. Met dank aan alle eventuele tipgevers in verleden, heden en toekomst. Hou u goed, gezellig en gezond!
Net als de vorige keer zal ik verse aanwinsten bovenaan toevoegen, en om te voorkomen dat uw computer smelt de lijst in meerdere pagina’s ophakken (zie navigeerknoppen onderaan).
Naar aanleiding van The Queen’s Gambit (aanrader verder) voel ik gelukkig geen enkele aandrang om nu ineens heel erg te willen leren schaken, maar het kijken heeft wel een lichte heraanwakkering van het vergelijkbaar-complexe spel Hive in me ontvlamd:
Verbluffende fascineriteiten van Veritasium over niet-herhalende patronen, kanonskogelstapeling, ontelbare oneindigheid en – ja hoor, het zal ook weer eens niet – de gulden snede.
Wat me eraan herinnerde dat ik jaren geleden eens een pot Penrose-koelkastmagneetjes in huis heb gehaald. Hopsa, uit de oude doos daarmee.
Potjandosie, da’s anders nog niet makkelijk om de boel zo te leggen dat gelijke kleuren elkaar niet raken.
Online zijn er ook fraaie omgevingen te vinden waar je je eigen Penrose-patronen kunt genereren, zoals hier:
Wang-tegels kende ik nog niet zo maar zijn ook duidelijk vandencoole. Hier een tipje van een sluier die zo te zien een bruid bedekt waar dit weekend te kort voor is om haar helemaal te eh, verkennen:
(Idem voor deszelfden afdeling over Turing Trains, overigens. Nee, ik heb ook geen idee.)
En, voor wie nog wel eens een (e-)boek aandurft: meer fascineer over nonperiodieke betegeling in Martin Gardner – Penrose Tiles to Trapdoor Ciphers (pdf). Kijk of u mijn koelkastpatroon van hierboven in het omslag terug kunt vinden:
Huh. Zojuist lees ik in een nieuwsartikel het woord pleidooi geschreven te zijn geworden als pleidoor. Op de site zelf is het inmiddels aangepast, maar in het zoekopdracht-resultaat staat hij nog:
Hah. Maf. Tja. Typfout, kan natuurlijk. Maar een goegeltje wijst uit dat hij daar nét iets te intrigerend vaak voor voorkomt. Voorbeelden hier, hier, hier, hier, daar, etc.
Dan rijst natuurlijk de vraag, hoe komt zoiets te berde? Ik zie zo gauw even de volgende mogelijke verklaringen:
Toch een typfout. Al zitten de r en de i daar wel wat ver voor uit elkaar op het toetsenbord.
Een OCR-fout. De i en de r kunnen in zowel druk als handschrift best op elkaar lijken, zeker voor een scanner. Gaat dan ook regelmatig scheef in digitale repositoria als dbnl en Delpher, maar dat verklaart uiteraard niet de gevallen van niet-gescande herkomst.
Oprecht denken dat je het zo schrijft, als gevolg van de eind-r uitspreken als een j en de oo in ooi als de oo in oor. Maar dan moet je wel binnen één woord een Goois en een Fries accent tegelijk hebben; misschien niet enorm waarschijnlijk.
Oprecht denken dat je het zo schrijft, onder invloed van bijvoorbeeld verwante ouderwetsige ambtstermen als rekwisitoor.
Tja, wie zal het zeggen. Misschien is er onder mijn lezers inderdaad iemand die nu een “Serieus? Ik dacht dat je dat zo schreef”-erlebnisje beleeft, en zo ja hoor ik dat graag. Uw oprechtheid zal niet worden behoond want wat op de korte schaal een fout heet heet op de lange schaal evolutie en dan vinden we het ineens allemaal machtig mooi want kijk die archaeopteryx eens veren hebben terwijl zijn matties de hele tijd zaten van juh wat heb jij nou voor domme dingen aan je armen. Dus.
Als het inderdaad een gevalletje evolutie is zou je het verschijnsel ook in vergelijkbare context verwachten, want zo doet taal. Alleen zijn er voor zover ik kan graven niet echt lekkere kandidaten voorhanden: ik vermoed dat soortgelijke uit het Frans ontleende woorden als allooi en emplooi in de hedendaagse volksmond te ongangbaar zijn om voor de oprechte varianten alloor en emploor in aanmerking te komen.
Oh, toch eentje. Maar gezien dat meet erna hebben we hier waarschijnlijk met een deadlinegestreste eindredactie van doen:
Toevoeg: Nog een beetje verder struinend krijgt men de indruk dat pleidoor bepaald niet van vandaag of gisteren is. Hierboven linkte ik al een paar wat oudere krantengevallen, maar deze is zelfs uit 1887!
Zou het dan misschien toch niet zo’n fout zijn (geweest) als ik denk? Net als dat met die De dag die je wist dat zou komen-constructie?
Plaidoyé
Update: Aha! Dankzij Henk Bakkers reactie van zoëven heb ik het WNT er eens bij gehaald en maak daaruit op dat er in de vijftiende eeuw daadwerkelijk een woord pleidoor heeft bestaan. Weliswaar betekende dat niet “pleidooi” (volgens etymologiebank.nl komt dat namelijk van plaidoyé, de verzelfstandigde vorm van Frans plaidoyer) maar “plaats waar gepleit wordt” (vergelijk dezelfde -oor-uitgang in kantoor), maar dan is er in ieder geval wel een kandidaat voorhanden die kruisbestuiving heeft kunnen veroorzaken. Kijkkijk, dan komen we misschien dichter bij een soortement verklaring! Nog steeds een wondere woordwandel en je kunt je afvragen of die oude term inderdaad de oorzaak is van het hedendaagse gebruik (ook omdat de -oor-uitgang van kantoor e.d. teruggaat op Frans -oir, niet -oyer), maar goed, etymologie doet soms gekke dingen.
Pleidoyer
Een nog simpeler verklaring zou zijn (andermaal dank aan Henk): pleidoor is rechtstreeks ontstaan uit het zelfstandige gebruik van het werkwoord plaidoyer, wat Van Dale geeft als herkomst van pleidooi. Dus le plaidoyer = “het pleiten”, oftewel “het pleidooi”. Dat zou die -r aan het eind verklaren, die plaidoyé niet heeft. Wel vind ik het dan nog steeds eigenaardig dat de bronnen hier niets expliciets over melden. Je zou dan toch iets van een mededeling verwachten als “naast pleidooi kwam/komt ook pleidoor voor”. Maar misschien moet ik harder zoeken.
Requisitooi
Meer: Het moet toch niet maller worden. Ik ging eens kijken of de ooi/oor-variatie dan bijvoorbeeld ook de andere kant op werkt, en wie schetst mijn verbazing: jawel hoor (p. 97 op eenderde):
Grappig genoeg lijkt de context hier te doen vermoeden dat de auteur juist pleidooi bedoelde – al kan het natuurlijk zijn dat hij expres voor een contaminatie heeft gekozen.
Toernoor
Och ja, en in de familie van Fransherkomstige ooi-woorden heb je natuurlijk ook nog toernooi/tournooi; die was ik even glad vergeten. Maar komaan, u gaat mij toch niet beweren dat die ook met -r voorkomt? Nou. Wel degelijk dus:
Vooruit, dit kan natuurlijk weer een typfout zijn (zie het gebruik van beide spellingen door elkaar heen in het laatste voorbeeld), maar net als pleidoor komt hij dan toch wel verdacht vaak voor.*
Oehh. Cyan, de makers van Myst, hebben zojuist aangekondigd dat ze een remake van Myst in de maak hebben. Geheel opgefrist naar de eenentwintigste eeuw, met strakke graphics & audio, desgewenste puzzelrandomisatie en wat niet al.
Wat jammer toch dat je bij zoiets nooit meer de bijbehorende graad van absolute kinderwonder van de eerste keer kunt terughalen, blaségeslagen en magie-geïnflateerd als men doorheen het al dan niet computerende leven helaas raakt, maar dat neemt niet weg. Op de verlanglijstdaarmee!
Mag ik overigens net zo fris oud worden als zijn spellen als Rand Miller?
Kijk dit dan bijvoorbeeld: Ditema tsa Dinoko, een ornamentief schrift waar je dingen in Bantoetalen mee kunt schrijven. Je zou toch zweren dat een zekere bepaalde niet nader genoemde onderhavige taalverzinblogger dat bedacht heeft.
Of het minstens zo onpraktische maar daarom niet minder speelse Avoiuli uit Vanuatu, geïnspireerd op zandtekeningen die in één vloeiende lijn dienen te worden getrokken:
Maar ook allerhande “gewone” schriften die al vele eeuwen meegaan. Zoals Hanunuo van de Filipijnen:
Of het Chinese Nüshu, van oudsher louter gebruikt door vrouwen:
En nog veel meer wonderlijks. Ik zou zeggen, blader eens lustig in de rondte daar (er is ook een blog), en overweeg eventueel om een steentje bij te dragen aan het behoud van deze unieke schriften, en daarmee het cultuurgoed van de mensen die ze gebruiken.
Ik kwam langs de podcast Hallo Hier Hilversum door Vincent Bijlo en Ger Jochems, gewijd aan de afgelopen eeuw (gerekend vanaf 2019, want de pod is alweer geruime tijd uit de cast) Nederlandse radio. Goedgemutst gekeuvel over fragmenten van weleer, ik vind het wel vermakelijk.
Maar dat ze dus ook een itempje aan Borát besteden, dus dat mijn keiharde fans (ze komen nog altijd af en toe langswaaien) dat vast ook wel leuk vinden. Bij dezen:
Dit is een plaatje. Ik weet niet hoe je een podcast embedt. Klik op het plaatje.
PS. En ik deel volmondig mijns vaders kritiek (“Wij noemden dat gewoon radioreportages”) inzake het spuuglelijke woord podcast. Kennewedaarniewatandoendan? Inzendingen graag naar Postbus 6, 1200 AA te Hilversum.
Klein taalobservatietje (tietje, hihihigiechel): in deze wonderlijke tijd kom je geregeld opmerkingen tegen van de vorm in deze x tijd[en], waarbij x dan bijvoorbeeld voor “moeilijke”, “vreemde”, “beangstigende”, “klote-” of “corona-” kan staan. Waar mij een intrigerend discrepantietje (gigigignuif) treft, in de zin van taalgevoelreactie.
Kijken of u ’m ook ervaart. Vergelijk:
Sterkte in deze moeilijke tijd.
Sterkte in deze coronatijd.
Bij zin 1 blik of bloos ik taalmatig op geen enkele wijze. Dank dank, wij doen ons best. Tegen zin 2 echter roept mijn onderbuik: Hoezo alleen deze coronatijd? Krijg ik geen sterkte in de volgende?
Uiteraard, ik snap heus wel dat dat niet de bedoelde strekking van zin 2 is. Maar vanwaar dan dat verschil in respons van mijn talige antennetje (gniffeldegnif – o wacht, die is helemaal niet grappig) ten opzichte van zin 1, waar zich eenzelfde flauwe repliek in het geheel niet aandient?
Het antwoord is voor mij in ieder geval niet: bij zin 1 heb je een bijvoeglijk naamwoord (moeilijke) en bij zin 2 een samenstelling met een zelfstandig naamwoord (corona-), want dan zou ik dezelfde reactie moeten hebben op Sterkte in deze klotetijd. Wat niet het geval is: die vind ik volstrekt onopmerkelijk.
Ook met het sterkte heeft het niets te maken: m’n reactie is dezelfde op alle varianten van deze coronatijd, of het nu om harten onder riemen, de zon op je gezicht of geurkaarsen gaat.
Dus wat speelt hier precies? De oplossing zal ongetwijfeld iets van doen hebben met het beperkend versus uitbreidend gebruik van deze, maar ik ben er nog niet helemaal uit waardoor het onderscheid dan wordt getriggerd. U ideeën? Deelt u überhaupt mijn hoofdkrabbing? Benieuwd.