Ik kwam langs de podcast Hallo Hier Hilversum door Vincent Bijlo en Ger Jochems, gewijd aan de afgelopen eeuw (gerekend vanaf 2019, want de pod is alweer geruime tijd uit de cast) Nederlandse radio. Goedgemutst gekeuvel over fragmenten van weleer, ik vind het wel vermakelijk.
Maar dat ze dus ook een itempje aan Borát besteden, dus dat mijn keiharde fans (ze komen nog altijd af en toe langswaaien) dat vast ook wel leuk vinden. Bij dezen:
Dit is een plaatje. Ik weet niet hoe je een podcast embedt. Klik op het plaatje.
PS. En ik deel volmondig mijns vaders kritiek (“Wij noemden dat gewoon radioreportages”) inzake het spuuglelijke woord podcast. Kennewedaarniewatandoendan? Inzendingen graag naar Postbus 6, 1200 AA te Hilversum.
Klein taalobservatietje (tietje, hihihigiechel): in deze wonderlijke tijd kom je geregeld opmerkingen tegen van de vorm in deze x tijd[en], waarbij x dan bijvoorbeeld voor “moeilijke”, “vreemde”, “beangstigende”, “klote-” of “corona-” kan staan. Waar mij een intrigerend discrepantietje (gigigignuif) treft, in de zin van taalgevoelreactie.
Kijken of u ’m ook ervaart. Vergelijk:
Sterkte in deze moeilijke tijd.
Sterkte in deze coronatijd.
Bij zin 1 blik of bloos ik taalmatig op geen enkele wijze. Dank dank, wij doen ons best. Tegen zin 2 echter roept mijn onderbuik: Hoezo alleen deze coronatijd? Krijg ik geen sterkte in de volgende?
Uiteraard, ik snap heus wel dat dat niet de bedoelde strekking van zin 2 is. Maar vanwaar dan dat verschil in respons van mijn talige antennetje (gniffeldegnif – o wacht, die is helemaal niet grappig) ten opzichte van zin 1, waar zich eenzelfde flauwe repliek in het geheel niet aandient?
Het antwoord is voor mij in ieder geval niet: bij zin 1 heb je een bijvoeglijk naamwoord (moeilijke) en bij zin 2 een samenstelling met een zelfstandig naamwoord (corona-), want dan zou ik dezelfde reactie moeten hebben op Sterkte in deze klotetijd. Wat niet het geval is: die vind ik volstrekt onopmerkelijk.
Ook met het sterkte heeft het niets te maken: m’n reactie is dezelfde op alle varianten van deze coronatijd, of het nu om harten onder riemen, de zon op je gezicht of geurkaarsen gaat.
Dus wat speelt hier precies? De oplossing zal ongetwijfeld iets van doen hebben met het beperkend versus uitbreidend gebruik van deze, maar ik ben er nog niet helemaal uit waardoor het onderscheid dan wordt getriggerd. U ideeën? Deelt u überhaupt mijn hoofdkrabbing? Benieuwd.
Wat ik u aan zelfbedachte schriftsystemen toon is meestentijds van tottevredenheidstemmende of dan toch tenminste daartoepotentiebiedende aard.
Onvermijdelijkerwijs echter ligt de berm van de weg naar glorie, triomf & succes rijkelijk volgestort met karnemelkpakken, babypoppenrompjes en pisvlekmatrassen, oftewel de ideeën die echt te flauw, lelijk of inspiratieloos zijn om als langgediend schriftbedenker zelfrespectabel mee uit de hoek te kunnen komen zetten zonder geheel terechte publiekelijke schandpaalnageling met tomaten.
Maar omdat ik vandaag een magistraal baggerhumeur heb laat ik er lekker toch eentje zien. Expres.
Daar het alfabet. U ziet, het begint al vol spruitjeslucht, want het is dus gewoon een oersaai één-teken-staat-voor-één-letter-systeem, zonder ook maar een poging tot verdere kwinken ter aanleuking. Leestekens? Cijfers? M’n rug op.
Vervolgens zijn alle letters gebouwd op exact hetzelfde vormstramien, wat in ieder Hoe Geen Stom Schrift Te Ontwerpen-handboek keihard bovenaan de lijst Don’ts staat te prijken met het Armeens als huilenswaard praktijkvoorbeeld. Dan ten slotte als kers op de vlaai zijn het ook nog eens gewoon bruut lelijke letters.
Nou, en die letters zet je dan achter elkaar zodat ze direct op elkaar aansluiten. Hoera, toch nog een halfwassen gooi naar vondstigheid. Die uiteraard al tachtig keer eerder is bedacht.
Dit is zo’n dingetje dat me al een leven opvalt, maar niet voldoende om er nu eens helder achteraan te vragen hoe & wat. Filmkenners weten dit uiteraard al sinds heugenis dus grote kans dat ik u weinig nieuws vertel, maar dan weet ik het eindelijk zelf ook eens.
Alien
Namelijk het verschijnsel dat er bij de eventuele opening credits van een film/tv-programma een reeks van de belangrijkste acteursnamen langskomt, waarbij er dan ineens bij de laatste aan wordt toegevoegd welke rol die acteur speelt. “En X als Y.” Linda de Mol. Barry Atsma. Gijs Scholten van Aschat. Birgit Schuurman.En Philip Freriks als Abe Lenstra. Bijvoorbeeld.
Of hier een echt geval, op 0:53 in Indiana Jones and The Last Crusade:
Waarom wordt dat “als huppeldepup” erbij vermeld? En waarom krijgen we dat alleen van de laatste naam in de lijst te weten en van de rest niet?
Nou. Hierom. In het filmwezen is het kneiterbelangrijk op welke plaats een acteur in de lijst genoemd wordt, want geld en poen en doekoe. Billing heet zoiets, het woord zegt het al. Dus, iedereen wil op de eerste plaats, die natuurlijk voor de duurste en belangrijkste acteur is gereserveerd, in casu onderhavicu Harrison Ford. Op de tweede plaats staan is al een stuk sneuer (“Denholm Elliot”? Ohh, die), laat staan op de derde want dan ben je gewoon een van de zovelen die nog volgen.
The Wicker Man
Dus wat moet je dan als Sean Connery ook meedoet, die je natuurlijk niet tussen het grijze grauw wilt plempen maar om overwegingen des pennings ook niet aan de top? Dan plaats je zo’n belangrijke-maar-niet-belangrijkste acteur op de laatste plaats, want paradoxaliter staat de laatste plaats weliswaar later dan de voorlaatste, maar is hij vooraanstaander omdat er niets na staat. Als u me vat. In een rijtje als Annegrien, Fons en Kimberley is niet Fons de tweedst-belangrijkste, maar Kimberley, ook al komt die het derdst. Weet u dat voortaan ook als u nog eens een subtiele sneermail moet aanheffen (aan Annegrien bijvoorbeeld).
Psycho
Wel, en om zo’n ere-eindpositie in de credits dan nog wat extra uniekte te verschaffen kun je er nog iets bij zetten. Doet er in feite geen fluit toe wát er staat. Bekend van James Bond, hadden ze eventueel kunnen doen, maar de traditie is om dan de gespeelde rol te vermelden. Wel zo relevant.
Ik zou niet weten hoe ver die traditie terugreikt; mogelijk ver. Dat weten eerdervermelde filmkenners ongetwijfeld haarfijn, hen kennende compleet met nadere klovingen tussen de Radicaal-Postcitizenkanisten en het Vrijzinnig-Mélièssianistische Handgekleurdcelluloidbroedersgenootschap. Ofzo.
Vers ideetje voor een zot schriftsysteem. Uitgebreidere uitleg komt later want ik sta op het punt naar het ouderlijk eiland af te varen om daar eens naar hartelust te verjaren, maar het idee is even snel als volgt.
Elke letter van het alfabet bestaat uit een drietal stippen in CMYK-kleuren: cyaan, magenta en geel. Stippen kunnen ook overlappen, in welk geval ze elkaar subtractief opkleuren tot rood, groen, blauw en/of zwart:
Vondelpark schrijf je dan bijvoorbeeld zo:
Maar de gein zit hem er vervolgens in dat de stippen met elkaar worden verbonden, en wel zodanig dat cyaan altijd op cyaan aansluit, magenta altijd op magenta en geel altijd op geel. Aangezien sommige stippen dus overlappen geeft dat allerlei complexe situaties:
De stippen laat je dan verder gewoon weg:
En tot slot kun je de lijnen nog wat vloeiender maken, zodat het eindresultaat eruit ziet als drie door elkaar heen lopende golven, eentje in cyaan, eentje in magenta en eentje in geel. Vandaar cmykwave:
En zulks kan dan natuurlijk vanzelfsprekend ook in drie dimensies. Dat was het eigenlijke idee, maar daarover dus ergens in de toekomst.
“Anders haal ik Drabkikker nooit in” zegt-ie. Mag ik éven opwerpen dat dit geldt als een inhaling van minstens tien van mijn talen c.q. schriften? Wauw, kijk dit dan gaaf in elkaar zitten! Aanschouw het nieuwe schrift Itovan Victor Voermans.
Een haiku in Ito
Inclusief online zelfschrijfgenerator waarvan ik niet eens zou beginnen te weten hoe je zoiets in de verste verte maakt!
Edit: Goed zo. Philip heeft zijn scheve plagieerschaats ingezien en de video weer van internet verwijderd. Nou, dat siert hem. Niet meer doen hè. Hier nog een overgebleven stukje impressie:
Enfin. Hier dan mijn laatste doorbraak: Muziek In Acht Delen Maar Dan Op Een Tempo Dat Je Er Niet Bij In Slaap Valt Zoals De Versie Van Sommige Zich Noemende Gevestigde Artiesten In de Repetitivistiek.
Een digitaal minimaal muzikaal maaksel van eigen muzikale digitale minimaalmakelij, met een opbouw vol patronen want daar houden wij van Drabkikker van.
Het overkoepelende principe wordt verzorgd door groepen van drie tonen (triaden). Elk van de drie tonen heeft een lage, een middelhoge en een hoge variant, waardoor ze tot 3^3 = 27 mogelijke akkoorden kunnen combineren. Die akkoorden worden volgens een vooropgezet stramien doorlopen, en om het geheel onderhoudend te houden zitten er versierselen doorheen in de vorm van begeleidingspartijen, staccatotonen en percussie.
Voor een globale indruk van de structuur vervoege men zich tot ondergelegen schema. De tijdslijn loopt van links naar rechts; de drie toonbereiken zijn weergegeven in respectievelijk weegbreegroen, graprefruitoranje en zeemeerminnenblauw. Donkerder tint = meer partijen; de S’jes staan voor stukjes staccato, de P’s voor porties percussie:
Tijd voor een lijst van bemonterende dingen. Niet ter negering van de realiteit, wel ter erinhouding van de moed. Blijf gezond, veilig en in balans iedereen!
Edit: De lijst is inmiddels zo lang dat ik hem in meerdere pagina’s heb opgehakt. Middels de knoppen onderaan deze post kunt u daarin rondnavigeren.
De origamiënde mensch vouwt natuurlijk gewoon haar eigen telefoonstandaard:
Niet bepaald zinnenverzet, wel noemens- en roemenswaardig: John Conway, bedenker van o.a. het iconische Game of Life, is ons door het gevreesde virus ontvallen:
Een mini-afvraagseltje met keiharde stukjes actualiteit: iemand enig idee waarom het Engels, dat toch doorgaans samenstellingen als losse woorden schrijft (anger management, tourist trap, Ebola virus), dan toch van coronavirus consistent één woord maakt?
Patroontjesobsessant als ik ben vertoon ik al van minstens pubersher neigingen tot het puzzelen met wiskundige reeksen (bijvoorbeeld van woorden of tonen), zoals dat je alle mogelijke permutaties van hun elementen dusdanig rangschikt dat ze niet herhalen of elkaar in de weg zitten, waarin ik met mijn omgekeerd evenredige bètadeuk op zijn zachtst gezegd variërende gradaties van succes boek.
Wel. Blijkt dat de zeventiende eeuw me hoe dan ook voor was, gezien de kerkklokkenluidkunst van het change ringing waarover ik zojuist leer:
Nog maar een krappe voortnacht en de jaren 20 breken aan! Ik kijk nu al uit naar de zeppelins, flappers, zeep met radium en een louterende beurskrach links of rechts. Ter afsluiting van het decennium een fijne Drabgreep voor u uit mijn tegenkoomsels van de afgelopen tijd.
Lieven Scheire (zo heten Vlamingen zonder dat er iemand raar van opkijkt) zingt Stabat Mater:
Baba is You, een jottem hersenkraakspel waarin je de regels moet veranderen om te winnen:
Ahâpînik: een cijfercode die ik al sinds tûpeheb liggen toen ik nog kiwas in plaats van la(dat krijg je als je in pôsîwordt geboren), dus hoog tijd voor de openbaarheid, anders is het alweer tûšen dan moet ik al mijn voorbeeldjes weer aanpassen.
Ahâpînik is een manier om getallen (en aanverwante rekenachtigheden) heel beknopt uit te spreken, door aan elk cijfer een letter toe te kennen. Zodat je bijvoorbeeld in plaats van de mondvol zevenhonderd eenendertig duizend vierhonderd negentig komma twee één zes acht kunt volstaan met siporû epâx. Of skalôn heafî, mag ook.
Iets uitgebreidere toelichtingen zijn hier te vinden, nóg uitgebreidere volgen ooit; heel in het kort is het principe als volgt.
1. Men neme dit schema:
2. Men kieze voor elk cijfer ofwel de bijbehorende medelinker, ofwel de bijbehorende klinker. Voor de 1 is dat dus de p of de a, voor de 7 de s of de ê, enzovoort.
3. Men leze de gekozen letters van links naar rechts als een woord. Dus 2019 wordt dan bijvoorbeeld tûpô, enar, eûpo, tûarof enpô. U mag zelf uw favoriet kiezen:
Da’s al, wat het basisprincipe aangaat! Hiermee kunt u bijvoorbeeld leuk uw telefoonnummer of creditcardgegevens mnemonificeren c.q. geheel vrijblijvend aan mij doorspelen voor strikt persoonlijk gebruik zonder twijfelachtige bijbedoelingen. Zo heet ik voor de belastingen bijvoorbeeld pûxô nôrîken kunnen groupies zich spontaan aan me opdringen via nummer nâpâlinûta.
Er kan nog veel meer leuk wiskundigs in Ahâpînik (zoals optellen en worteltrekken en cijfers achter de komma), maar daarover ooit een andere keer als mijn uitlegknobbel beter in vorm is. [Update 23-11: ziehier meer.] Staat in ieder geval eindelijk het basisidee eens op internet, potseldrementevanderapenkelder. Nu die andere pêliggende werken nog.
Zojuist leer ik via een Twitteruitwisseling dat de tweedeling in ‘thee/chai’ haar oorsprong vindt in de verspreiding van het onderhavige kruid over zee versus land. Is dat niet cool?
Vorige maand schreef ik over mijn letterhakbelevenissen op de workshops van Henk Welling. Ik hintte daar al even richting het leuke muizenstaartje dat nog aan het verhaal hing, want dat ging namelijk om het volgende.
Toevallig was ik precies jarig op dag twee van de cursus in Ulft, en had ik Henk een voorbeeldje laten zien van het soort letters dat ik maak, in casu het onderhavige Aprilschrift waarvan ik immers dankzij hem mijn drabhoofdig latenrondslingeren aantekeningenblok weer veilig terug in bezit had. Komt hij even later aanzetten met een vers geslepen reep marmer, met de voorbeeldtekst (zeer interessant, had ik geschreven) er alvast op gecalqueerd voor me om mee aan de hak te slaan. “Hier, verjaardagskado”. Sjee, wat tof!
Ik daar dus al danig van onder de vleienis, vraagt Henk me op dag drie: Zeg, zou ik die tekst zelf misschien ook mogen gebruiken? Lijkt me leuk om hier in de werkplaats te hangen en dat mensen zich dan afvragen wat er staat, en dat dat dan ‘zeer interessant’ is.
Sjééee de pee. Mag het een veeder inden daertoe streckenden orificye minder wezen? Alsof, noem eens wat, Maurits Escher terloops tegen je laat vallen “Zeg, ik vind die rombische dodecaëder van jou wel leuk, mag ik die gebruiken?” Wauw.
En zopas krijg ik bericht van Henk, dat zijn versie van het haksel af is. Kijk dan hoe allememachies mooi, dat is toch om rillingen van te krijgen?* (Facebookpost op Henks Facebook hier.)
* Ik probeer superlatieven te gebruiken die me niet als een idolate kwijlebabbel laten klinken, maar het lukt niet zo goed. Nou, pech. Moeten mensen maar niet van die mooie dingen maken.
Wauw. Ik kan eigenlijk alleen maar een beetje diepgevleid c.q. -geroerd hoofdschudden waar ik het aan verdiend heb. En ik ben tot mijn schaamte nog niet eens begonnen aan de verjaardagsversie (want die T is nog niet af en ik moet soms dingen als werk). Wel, als dit geen incentief is om de hakfakkel brandende te houden!