Soms treft men ouwe meuk aan waarvan men denkt, môh, op zich is dit best goeie meuk, maar de presentatie kan wel even een opfrissertje gebruiken zeg.
En hop, zo heeft men twee(!) volle dagen millimetergemier en -getier verder een marginaal verbeterde versie van wat tot eergisteren Verticaalschrift heette, maar voortaan onder de veel beter dekkende lading Schuineschrevenschrift door het leven mag.
Bwahah. Ik ben een beetje achter de schermen aan mijn site aan het sleutelen en kom in de WordPress-keuken soms de wonderlijkste snuisterijen tegen die je op je blog blijkt te kunnen plaatsen. Zoals: “applause”. Ik zou zeggen, klap erop los:
He seemed to be having an argument with himself. After a while Gollum stopped weeping and began to talk. Bilbo halted and flattened himself against the tunnel-wall. Suddenly Gollum began to weep, a whistling and gurgling sound horrible to listen to. ‘It’s gone, gollum. It slipped from us, after all these ages and ages! Curse it! That’s it. When we came this way last, when we twisted that nassty young squeaker. Yes, that’s it. How did we lose it, my precious? Curse it! My birthday-present!’ He hurried a little, getting as close as he dared behind Gollum, who was still going quickly, not looking back, but turning his head from side to side, as Bilbo could see from the faint glimmer on the walls. He was at last beginning to guess himself. Bilbo pricked up his ears. ‘My birthday present. He’s found it, yes he must have. Oh we guess, we guess, my precious. What has it got in his pocketses? It’s gone! Curse the Baggins! Curse it! curse it! curse it!’ hissed Gollum.
Een oud experiment dat ik aantref in een schriftje uit de vroege jaren 2000: neem een stuk bestaande tekst en keer de volgorde van de zinnen om, maar laat de woordvolgorde in de zinnen zelf onaangeroerd.
Geeft een leuk vervreemdend effect: je voelt dat er iets niet helemaal klopt, maar omdat de zinnen individueel gewoon lopen heb je niet meteen precies door wat er schort, en soms lijken de hergeschikte zinsverbanden op een andere manier alsnog weer te kloppen. Werkt ook wel aardig met gedichten.
Via Kottke.org kwam ik op deze simpele doch briljante gniffelgrap door Seth Kranzler: hoe het zou klinken als Steve Reich belt:
In de commentaren merkte iemand op dat het leuk zou zijn als de faseverschuiving niet continu is, maar telkens een tijdje blijft hangen in elk nieuw ontstaan patroon, zoals in het echte Reichwerk. Dus. U voelt ’m vast al aan uw wateren. Drabkikker kwijt zich gaarne van deze schone taak.
Steve Reich is Calling – the Drabkikker Remix
Toelichting voor wie onder de motorkap wenst te gluren: Partij 1 (linkeroor) herhaalt het riedeltje in constant tempo. Partij 2 (rechteroor) blijft telkens zes riedeltjes gelijk lopen met partij 1, versnelt vervolgens gedurende vier riedeltjes, zodanig dat partij 2 daarna één tel voorloopt op partij 1. En zo het hele klokje rond totdat alles weer bij de begintoestand terug is. Voor dat extra sausje Reich (en ter saaiheidsvoorkoming) heb ik er halverwege een sambabal doorheen menen te mengen.
∿ ∿ ∿
Over Steve Reich gesproken: ik kwam van de week het kanaal Small Dots Ensembletegen dat (o.a.) zijn muziek op inzichtverschaffende wijze visualiseert. Ik snap er maar een halve bal van, maar dat het donders knap in elkaar zit is duidelijk:
Music for Pieces of Wood
Music for 18 Musicians (met hulp van deze dissertatie die ik zo te zien ook maar ’s moest lezen.)
Leuketaalfilmpjesmaker RobWords doet een leuk taalfilmpje over eggcorns: taal‘fouten’ die door hun goedgevonden-geherinterpreteerdheid alsnog weer ‘goed’ zijn. Een uitgelezen gelegenheid om mijn stukje over Nederlandse eggcornkandidaten weer eens in uw maag te pluggen:
Voor voorbeelden uit andere talen leze men de commentaren bij deze LanguageLogpost.
Toevoeg: Zoals Rob in zijn filmpje uitlegt is een verwant verschijnsel de zogeheten Mondegreen: een misverstaan stukje liedtekst (zoals …and laid him on the green >> …and Lady Mondegreen). In het Nederlands staan die bekend als mama appelsap, wat kennelijk iemand meende te verstaan in Wanna Be Startin’ Somethin’ van ene M. Jackson – niet het beste voorbeeld in mijn optiek. Wél het beste voorbeeld in mijn optiek is deze: Taraf de Haïdouks zingt een Roemeens lied en werpt daar herhaaldelijk (o.a. rond 1:40) in accentloos Nederlands een zekere frase doorheen:
Ik bedoel, het is zonder meer sympathiek dat er aan de minderziende mens tegemoet wordt gekomen middels gedetailleerde tactiele reisinformatie op het perronoppervlak. Maar is het niet een beetje onhandig om zoiets dan precies bovenaan een trap te plaatsen?
Gut ja, dat hád je. Fort Boyard. Een best wel vermakelijke soortementvan avantlalettre-escaperoomspelshow op een fort in zee. Ik was even kwijt wat de herkenningsmelodie ook weer was, maar dankzij deze middeleeuwse cover moet ik herconstateren dat het best een catchy deuntje is:
En dankzij deze nog zoveelste des te meer:
Ja. Dat wordt vijfhonderd keer Schni Schna Schnappi draaien om deze wurm weer uit uw oor te krijgen.
Wie denkt alle Nederlandse woorden nu toch wel een keertje gezien te hebben, rekent buiten de scheepsterminologie. Zojuist lees ik in het boekje Nederland en zijn bewoners (een onderhoudend 19e-eeuws reisverslag door een Italiaan die ons land kwam bezoeken toen dat net een beetje zijn klompen en molens begon in te ruilen voor stoomgemalen en gaslantaarns) de term geharpuisd.
Ja joh, nee joh, tuurlijk. Harpuizen. Wat is dat nou weer dan.
Nou. Gelukkig biedt encyclo.nl uitkomst. Het betekent paaien.
Je knijpt toch je handen ineen dat Grote Karel indertijd zijn fijne minuskel erdoor heeft gedrukt zeg. Moet je nou toch kijken hoe mensen voor die tijd schreven. Aanschouw de cardiografische kwaliteiten van het Merovingischeschrift:
Merovingische schrijvers schreven vaak te paard. Vandaar. (Hopelijk.)
Kennelijk staat er echt iets.
Halverwege dit bericht vielen de Noormannen binnen. They are coming. Doom. Doom.
Dank aan achterachter(etc.)nicht Eliza die me op een tochtjeschriftgeschiedenis stuurde met de vraag ‘hoe zou ons schrift eruit hebben gezien als we niet op zeker moment hadden teruggegrepen op de Romeinen?’ Nou, met een beetje pech dus zo. Laten we Karel even hartelijk dankbaar wezen, en ook vooral zijn hoftypograaf Alcuinus van Oud York. (New York was toen nog niet ontdekt, zodoende.)
Stiekem heb ik trouwens dikke fascinaties voor hoe sommige talen & schriften op het randje van asemie balanceren (zie: Grasschrift) en er voor ingewijden toch in slagen betekenisdragend te blijven (zie: Deens). En in sommige Merovingische kloosters hadden ze duidelijk minder last van aardbevingen dan elders, gezien dat ze bijvoorbeeld in Luxeuil naar verhouding een soortement van leesbaar schreven:
Waar dan dus weer iemand, jazeker, een verdraaide fraai font van heeft ontworpen. Ligatuurt u lekker mee?
Luxeuilse ligaturen
fri
agrestius
Kan trouwens iemand die fantastisch rijkvoorziene maar schroomstuitelijk verouderd-geïnterfacede Medieval Writing-website naar de jaren twintig tillen?
Oh, en doe dan anders ook effe het idem uitgedaagde Comprehensive Aramaic Lexicon als u toch bezig bent. En alle andere kwaliteitsbronnen uit het vorige vicennium die ieder moment in het webvacuüm kunnen verdwijnen omdat iemand verzuimt de huur te betalen c.q. de migraineverwekkende vormgeving niet langer trekt. The Universe of Bagpipes ging hen al voor, zag ik, en dat is (geen grap) een verlies. Het internet is een wankele blokkentoren.
Ik checkte gisteravond even snel de wedstrijd Marokko-Frankrijk (puur om te kijken of ik het WK nog wel voldoende aan het boycotten was, u begrijpt) en lag in een kriek om hoe de commenteerder consistent ‘Mbappé’ uitsprak: Em-ba-péé:
Dus, ik meteen vol in de steigers van “Dat is niet hoe je geprenasaliseerde consonanten uitspreekt vriend. Kijk, dat Qongqothwane nou even oefenen is, daar kan ik in komen. Maar dit is gewoon letterlijk dezelfde klankcombinatie als in sambal alleen dan toevallig aan het begin van een woord. Mmmmbappé. Kom op hee, doe een moeite.”
Maar, wat schertst mijn verbazing weer eens tegen de klippen op? Sommige Fransen doen het blijkbaar zelf ook:
Ja, hoor eens, op zo’n manier is het toch voor niemand meer leuk. Ik boycot weer lekker verder, zijn ze nou helemaal van lotje betoeterd.
Ik kijk een filmpje van André van Duin (waarschijnlijk in mijn algoritme verzeild omdat ik onlangs iets van Laurel & Hardy keek). Knétterflauw, maar stiekem toch grappig. En jeugdsentiment.
Ik haal de Wikipediapagina van André van Duin er eens bij (benieuwd of hij zich inderdaad zo door Stan Laurel heeft laten inspireren als sommige van zijn mimieken doen vermoeden. Spoiler: de Wikipagina zegt er niets over, maar het lijkt me zonneklaar. Dit echter terzijde.)
Dit speeltje heb ik al een aantal jaar op het oog: Turing Tumble, een soortement knikkerbaan waarmee je op analoge wijze kunt simuleren hoe een computer werkt, van supersimpel tot knettercomplex. Vet leuk voor kinderen en veertigplussers met een wollige coronakop.
Omdat ik geen kroost heb om als excuus te gebruiken en het prijsplaatje mij ook ietsje te kittig is (al is het het zonder meer waard) heb ik het spel nooit aangeschaft, maar dat hoeft ook niet, ontdek ik nu. Iemand heeft er een online versie van gebouwd!
Ik was Redbadgaan kijken, een film uit 2018 die in het proto-Nederland van de achtste eeuw speelt, met Franken en Saksen en Friezen en baarden met vlechten en brandstapels vol maagd, u kent het wel. Best onderhoudend voor op een vrijdagavond.
Enfin, zo ergens rond minuut 35 houdt de een of andere sjamaan een stok met runen omhoog, dus dan springt mijn vinger natuurlijk als vanzelf naar de pauzeknop om eens even te kijken of daar iets van te ontcijferen valt.
(Klik op de plaatjes ter vergroting.)
En jazeker hoor. De boel is geschreven in het niet al te moeilijke Elder Futhark-alfabet, en een naarstig uurtje puzzelen verder kom ik o.a. op de zin When darkness falls Redbad will rise.
Maar leuker is dat er daarnaast allemaal Nederlandse namen op blijken te staan ge-easter-eggd: ene Maikel J. Knijnvis (of J.C. Nijnuis, omdat dat u/v en de c/k in het Ruuns met dezelfde tekens worden geschreven), puntje puntje Jong, een zekere H/Janneke W/Aandma, de een of andere Liza Zmit en deze of gene Roel Reine.
Waar schrijnenderwijs uit blijkt hoeveel ik van bekende Nederlanders weet: een struinrondje op IMDb levert op dat Roel Reiné dus regelrecht de regisseur is en Lisa Smit de hoofdrolspeelster. Kuch, okee, juist, haha.
Wie H/Janneke A/Wandma is blijft vooralsnog onduidelijk; er staan meerdere De Jongen in de lijst maar het zal haast wel producer Klaas zijn, en de production designer heet dus inderdaad Maikel Nijnuis. Ha! Ik vónd Knijnvis al een beetje raar.
Kortom. Dikke ontdekpret en decodeerdecadentie hiero.
Goed, dan ga ik nu weer verder kijken. Wedden dat Redbad op komt rijzen zodra de duisternis valt?
Café de SchouwVoorbereidingen met BerndnautKast met Lineair DJaap van der LeeDirk aanschouwt de AanschouwBierVoorbereidingen met AnnegretInrichten der kastSchriftjes en hakselsNaambordjeFoto door Mari Stoel“Zalf” (Foto door Mari Stoel)Drab in de kast
De opening was gisteravond in een bruisende Witte de Withstraat en retegezellig. Mijn kast vol Lineair D-haksels en -plaksels trok leuk bekijks en leverde allerlei toffe reacties op; er sloegen zelfs wat mensen aan het puzzelen. Voor wie daar dieper in wil duiken: alle informatie over het Lineair D vindt u hier.
Steen 1Steen 2Haksels
Meer beeld zal binnenkort op de Aanschouw-site verschijnen (hier vast ook). Voor nu heel veel dank aan Annegret en Jaap en Olivier en Berndnaut en alle aanwezigen voor hun uitnodiging en hulp en enthousiasme!
~~~
Leuk nieuws! Ik ben onlangs uitgenodigd om iets van mijn maaksels te exposeren in De Aanschouw. Dat is de galerievitrine van Café de Schouw in Rotterdam, waarin al dik 21 jaariedere week het werk van een andere creatieveling wordt getoond.
De Aanschouw: elke week iets anders in de kast.
Onder weekgetal #1094 zal uw zeergevleide Drab van 22 t/m 29 september aanschouwelijk zijn. Ik ben nog druk aan het peinzen waarmee precies exact, maar iets in de schriftsystemenhoek lijkt een aannemelijke aanname.
De opening is op donderdagavond 22 september om 21:00 u in Café de Schouw, Witte de Withstraat 80 Rotterdam en zal worden begeleid door een inleidend vraaggesprek met gastcurator Annegret Kellner, over wat ik in vredesnaam beoog met mijn werk en dat ik daar dan hele wijze antwoorden op geef waar u dan heel erg over moet nadenken. Met bier.
Mijn eerste openbare optreden als Drabkikker. Zin in. Weest allen daarbij en roert den schalmei!