Faaaaaier. tu-nu-nu-NUH

Ohoooo, maar zó zit dat baslijntje van Fire in elkaar! Die tweede TUH zit een halve tel na de 1, waardoor ik helemaal van mijn meeklap-apropos raakte terwijl het tegelijkertijd duidelijk werkt als een tierelier. Maar nu heb ik ’m door, hahaaaa. Lang leve Excel.

Ik zal dit nummer nooit helemaal los kunnen horen van de versie door Arjan Ederveen die Theo speelt die Bea Hofman speelt die stripteaset voor Marco Bakker c.q. de melige vernederlandsing (Brand me op met vuuu-huuur) door Wim T. Schippers die Harko Wind speelt, maar ze draaiden het ’s anderendaags hier in de supermarkt en het is gewoon een deksels lekker deuntje.

Ook bekend van tophits als Rinkel mijn Bel

Het schijnt dat Bruce Springsteen meer muziek heeft geschreven. Toch ’s naar luisteren anders.

Taaldrab 62: Common concord

Je komt weleens de Engelse uitdrukking share the same thing in common tegen. Mijn onderbuik vindt die driedubbel tautologisch.

Want:

  • to share = to have something in common
  • the same thing = something that has itself in common with itself
  • in common = in common

Dus:

  • to share the same thing in common = to have something in common that has itself in common with itself, in common.

Je zou zeggen, je kunt volstaan met have a thing in common, of share a thing. Als je een ding deelt of gemeen hebt is dat per definitie hetzelfde ding, dus the same hoef je er niet bij te zeggen. (Zie bijvoorbeeld ook We share the same birthday. Ja, nogal wiedes dat het om dezelfde verjaardag gaat; als dat niet zo was zouden jullie hem ook niet delen.) En dingen delen doe je sowieso samen met anderen, dus ook in common kan achterwege blijven.

Maar zo werkt taal niet, want taal is geen wiskunde. Als iemand zegt Ik heb nergens geen zin in, dan bedoelt diegene doorgaans niet ik heb overal zin in, hoe hard min plus min ook plus is en hoe graag we zoiets in het Nederlands ook een taalfout noemen. Er zijn allerlei talen waarin zo’n constructie juist correct is, omdat zo’n taal doet aan negative concord: het op-gezette-tijden-herbevestigen dat er een ontkenning plaatsvindt.

Sommige talen gebruiken een aan-/uit-schakelaar.

Talen als Nederlands en standaard-Engels vinden dat je per mededeling maar één keer op de ontkennings-schakelaar mag drukken, want een tweede keer drukken zou de schakelaar weer uitzetten, een derde keer weer aanzetten, etcetera. Maar in andere talen, bijvoorbeeld AAVE (African-American Vernacular English), is het juist vereist om regelmatig te benadrukken dat er nog steeds een ontkenning aan de gang is, door op gezette plekken nieuwe ontken-markeringen in de zin te zetten:

Ain’t nobody got no time for no shit like that.

Maar liefst vier negaties op een rij. Maar die moet je dus niet opvatten als een aan-/uit-schakelaar waar viermaal op wordt gedrukt (met als eindstand ‘uit’), maar veeleer als een volumeschuif die de neiging heeft langzaam terug te zakken, en dus viermaal steeds weer even omhoog moet worden geschoven.

Andere talen gebruiken een volumeschuif.

En zo idem voor share the same thing in common: ook dat is een soort concord, namelijk van de betekenis ‘iets gemeen hebben’. En dat mag dan driedubbel tautologisch wezen, maar niet driedubbel fout.

Ana Oosting en de Gaussiaanse vouwpatronen

Gisteren een genoeglijk dagje uit beleefd naar o.a. Beelden aan Zee in Scheveningen (dank aan de desbetreffende tipgevers!), waar momenteel een intrigerende installatie hangt van Ana Oosting:

Bij nader inzien blijk ik een tijdje terug ook al eens werk van haar te hebben gezien maar haar naam niet geregistreerd, namelijk dit (dank aan degenen die me daar dan weer naartoe sleepten!). Gave bouwsels op basis van geometrische vouwsels; kijk, dan draaien wij warm hier bij Drabkikker hè.

Want als ik zulke smakelijke patroontjes zie unduleren, dan wordt alles in mij benieuwd hoe die in elkaar zitten en zo ja, of ik ze kan nafabriceren. Gaussiaanse krommingen, heten deze drakenschubgolven blijkbaar, of althans zo heet de curve die hun oppervlak in de ruimte beschrijft, als ik het goed begrijp.

Maar het gaat me dus specifiek om het driehoekige vouwpatroon dat Oosting op haar vellen papier heeft losgelaten om dit effect te bereiken. Er zijn vast online instructies van te vinden als je harder zoekt dan ik deed, maar omdat ik niet zo één-twee-drie iets tegenkwam, ben ik zelf maar eens gaan reverse-engineeren op basis van foto’s:

En zo kwam ik met wat gis-, schets- en Illustratorwerk al redelijk rap op iets wat in de buurt leek te komen: gelijkzijdige driehoekjes afgewisseld met een soort Mercedessterren:

Roze lijnen = bergvouw; blauwe (stippel)lijnen = dalvouw.

Nou. Dan dus maar eens uitprinten geblazen en aan de vouwerdevouw geslagen. Liniaal en nagelvijltje paraat voor het rilwerk en dan maar geduldig priegelen.

En merakels, jawel: na een uurtje naarstig aanmodderen en luid tierend liefdevol flapjes de juiste kant op manoeuvreren, ziedaar! Het Ana Oosting-driehoekjespatroon!

Het resultaat is uiterst fascinerend en bevredigend om mee te spelen. De vouwtechniek verleent het oppervlak harmonicaheid, waardoor het organischerwijs inkrimpt of uitdijt door eraan te trekken of duwen. In z’n compactste vorm sluiten alle driehoekjes naadloos aan en zitten de Mercedessterren verstopt; in losgelaten staat floept alles weer tevoorschijn:

Kijk, dat noem ik een geslaagde zondagbesteding.

Wilt u dit nou ook? Download dan hier mijn keihard geplagieerde nabouwvouwpatroon; print het uit op A4-formaat en knutselen maar!

Taaldrab 61: Paddenstoelen

Kleverig koraalzwammetje. Kleinsporig iepenmuurspoorbolletje. Klein doorschijnpluisje. Wolnootje. Platwrat. Spoelsporig repeteerkorstje. Kogelwerper. Fopdraadwatje. Thermozwammetje. Peksteel. Ranksporig piekhaartonnetje. Berijpte galgordijnzwam. Bladokselmoskogeltje. Houtraketje. Vleeskleurig kluitje. Heidezeggezoolspoortje. Wasvlek. Jacobskruiskruidvulkaantje. Bleke barsthoed. Gladde plooiparasol. Weke aderzwam. Koekoeksmoederkoren. Walstromeeldauw. Builenbrand. Vuilboommeniezwammetje. Zwavelkop. Bramenbootje. Harig knikkerpluis. Scheutsterfte. Zweephaarschijfje. Vertakte collybia. Landknoopje. Keutelmenhirzwammetje. Gelatineus elfendoekje. Geurende schijncantharel. Anemoonprachtwratziekte. Dubieus sinterklaasschijfje. Bruinwit matje. Gewone vrouwenmantelroest. Satansboleet. Melig dwergkorstje. Vissige fluweelrussula. Naaldenvlek. Urnkorstzwamgast. Somber trechtertje. Okergele korrelhoed. Bisschopsmuts. Bladdropje. Klituitbreekkogeltje. Muffe zijdetruffel. Geschubd blauwplaatstaalsteeltje. Krentenpapspinragschijfje. Peppelkalkkussen. Porfierbruine zwameter. Gewimperde aardster. Geeltepelsatijnzwam. Terneergeslagen bekerzwam. Nahiriri-bamboeroest. Paardenhaartaailing. Eikhaas. Bremballonnetje. Narrentasje. Elzenvlag. Gebochelde wasplaat. Ampulhoutmoffelzwam. Droge slijmkop.

En zo nog een grove zesduizend.

Heptaweb

Stel, je wandelt over een netwerk van paden die louter uit zevensprongen bestaan. Op elke kruising die je tegenkomt komen zeven paden samen (inclusief het pad waar je net vandaan kwam), netjes in gelijke hoeken verdeeld:

De driehoekjes zijn boompjes. Kom op, een beetje fantasie.

Aan het eind van elk pad van een zevensprong onspringt weer een nieuwe zevensprong; aan die zevensprongen zitten weer nieuwe zevensprongen vast, etc. Hoe ziet het patroon eruit (ik noem het maar even een heptaweb) dat je dan krijgt?

Laten we het eens bouwen. Dus, aan het eind van elk pad van een zevensprong plaatsen we een nieuwe zevensprong, zodanig dat de paden recht aansluiten:

De oplettende wandelaar zal opmerken dat de nieuwe zevensprong ondersteboven staat ten opzichte van de eerste: het verticale pad zit nu bovenaan.

En zo het hele rondje rond:

U ziet, we krijgen nu kruisende paden, maar we stellen ons voor dat die over elkaar heen lopen (middels bruggetjes, tunnels, alternatieve dimensies, ziemaar) en geen gelijkvloerse splitsingen opleveren waar de wandelaar onverhoopt zou kunnen afslaan.

De volgende generatie doen we weer precies zo: aan het eind van elk van de tweeënveertig uiteinden (want 7 × 7, min 7 voor de zevensprong in het midden die we al hadden) plaatsen we weer nieuwe zevensprongen:

En met nog een generatie erbij (en de lijntjes dun voor beter overzicht) krijg je dit:

Blauw = zevenspongen waarbij het verticale pad bovenaan zit; rood = idem onderaan.

Juist. Dat wordt dus binnen de kortste keren ridicuul complex, en daarmee machtig interessant. Hoe ver kun je hiermee doorgaan? Komt het patroon vroeg of laat weer op zichzelf uit (bijvoorbeeld na zeven of veertien generaties), of loopt de complexiteit oneindig op en vult uiteindelijk het hele vlak zich met lijnen? Ik weet het niet, er zal ongetwijfeld onderzoek naar zijn gedaan, niet in de laatste plaats door islamitische patronenbedenkers.

Ik heb deze plaatjes handmatig in elkaar zitten pielemieren; programmeren in iets als Processing is natuurlijk stukken netter en efficiënter en dan weet je in een muisomdraai hoe diep het konijnenhol gaat, maar dan moet ik eerst even leren hoe dat moet. Daarover misschien eens later.

Maar waarom dan, Drab?

Nou, omdat patroontjes altijd reden tot feest zijn natuurlijk. Nee, maar, ik was aan het knutselen aan een schriftsysteem met vormen die zich op zo’n zevenvoudig rooster bevinden, zodoende. Ik denk, ik doe eens wat spannenders dan driehoeken, vierkanten of zeshoeken:

Driehoeken, vierkanten of zeshoeken: geen probleem.

Zoals bekend zijn dat de enige regelmatige veelvlakken waarmee je naadloos een muur/vloer kunt betegelen. Neem enig ander regelmatig veelvlak – vijfhoeken, zevenhoeken of alles daarboven – en je raakt in de problemen: er ontstaan gaten tussen je tegels, die niet met diezelfde tegels te dichten zijn zonder ze met elkaar te laten overlappen:

Vijfhoeken: wel probleem.

Een vijf-, zeven- of hogervoudig rooster geeft dus onherroepelijk complexe situaties en daar houden wij van (zolang het niet het echte leven betreft natuurlijk). Zo moet het complete heptaweb per definitie ook dit soort kringetjes in zich huisvesten:

Voor de middelste kring sla je steeds twee stokjes over bij het verbinden van de zevensprongen; voor de linker sla je één stokje over, voor de rechter geen. Merk op dat alle drie de kringen 2 × 7 = 14 stappen nodig hebben om weer bij het begin uit te komen.
eidereend in Heptawirwar

Dus, mocht het schrift niks worden (het heet Heptawirwar, omdat het principe hetzelfde is als bij Wirwar, maar dan hepta) houden we er in ieder geval een leuk zijspoor met intrigerende plaatjes aan over. Kijk, met opgepimpte kleuren wordt het ook wel lekker kosmisch:

Megajaarwisselvideoretrospectief

Ach welaan, als Richard Kroes zijn fijne eindejaarlijkse Lekkerkijklijs plaatst, waarom deponeert Drab dan niet ook weer eens een duit in soortgelijke zakken. Hier een royale greep uit mijn complete bekekenheden van dit jaar, in grofweg achterstevoren volgorde. Een wonderschoon 2025 aan u allen en stop nou eens met ruzie maken!

(Om te voorkomen dat uw kijkkast ontploft van het harde laden heb ik de video’s over meerdere pagina’s verdeeld: zie de navigeerknopjes onderaan.)

  • Een heerlijk kalme en tevens boeiende Teleac-cursus kalligrafie:
Graaf ook vooral door de talloze andere oude-video-uploadsels van Jelle S.
  • Hysterisch voetbalcommentaar voorzien van hilarische animaties:
Via Kottke.
  • Klinkklare uitleg van waarom de aarde toch wel vrij zeker bolvormig is:
  • Een fijn geslaagde (al zeg ik het zelf) VCV Rack-patch:
  • Het Algoritme doet weer eens een ‘ah, u houdt van [ding x, bijvoorbeeld doedelzakken] en u vindt [compleet ongerelateerd ander ding, zoals Radůza] leuk? Pak aan’tje:
Met dank aan hen die steentje voor steentje Praag van zijn wegdek ontdoen.
  • Gegeven dat ze al grofweg een kwartmiljard jaar dood zijn, weten we opmerkelijk goed hoe trilobieten erbij liepen:
  • Voor de jeugdsentimentele gamers: Jordan Mechner vertelt hoe hij Prince of Persia maakte:
Met dank aan hen die een Macintosh IIci in huis haalden.
  • Hilbert duikt diep in de Friezen:
  • En Tjits gaat bij ze op bezoek:
  • Wie/wat/hoe was יהוה en hoezo/waarom/wanneer werd hij de Joods-Christelijke God?
Aantekeningenblokje/video op halve snelheid afspelen aanbevolen.
  • Beetje aanmatigende clickbaittitel, maar vooruit, in zulk detail had ik de natuurkunde achter de regenboog inderdaad nu ook weer niet in mijn smiezen:
Met dank aan hen die een welgeproportioneerde side bearing kunnen waarderen.
  • Babelonië, een prettig-ongepolijste podcast over talen:

Exploraties in de modulaire synthesizerij

VCV Rack

Weet je wat je pas écht niet moet doen als je ooit nog buiten wilt komen? In het konijnenhol duiken dat ‘modulaire synthesizers‘ heet. Doe het niet. Blijf daar weg. Ga een leuke complottheorie aanhangen of aan de halfzware shag, da’s gezonder.

Nee, namelijk. Ik stiet een tijd geleden (op zoek naar gratis muziekmaaksoftware) op het programma VCV Rack: een open-source digitale emuleerder van wat mensen met geld teveel in analoge vorm aanschaffen: losse modules (= kastjes met electronica erin) die je onderling met snoertjes aan elkaar kunt pluggen tot hele wandmeubels waarmee je je eigen electronische geluidscreaties kunt synthetiseren. Vandaar ‘modulaire synthesizer’.

Elke module doet relatief saaie basisdingen: een sinusgolf produceren, hoge of lage frequenties wegfilteren, een galmeffect toevoegen, verschillende voltages afwisselen, noem maar op. Maar door dat basismateriaal kreatief aan elkaar te patchen kun je de fascinerendste scala’s aan gaafheid construeren. Met enige vaardigheid zijn er dingen te bouwen die helemaal zelfstandig hun eigen generatieve soundscapes voortbrengen zonder dat je er verder nog aan hoeft te zitten.

En van die modules biedt VCV Rack er dus letterlijk duizenden, veelal compleet kostenloos en kant en klaar invoegbaar in je synthesizerbouwsel. Alles kan en mag en de hemel is je limiet en overal zitten talloze konopjes op waar je naar ganser hartelust aan kunt draaien. Het resultaat is een hilarische wirwar aan kabeltjes en de ene verbazing na de andere van wat je nú weer ontdekt hebt door per ongeluk de output van je DELAY in de V/OCT van de VCO te pluggen in plaats van in de VCA:

Dit kietelt dus hinderlijk veel nerd-zenuwuiteindjes bij me hè. Een complete audiotieve legospeeltuin met onbeperkte steentjes! Waarom maken ze zoiets nou gratis? Dat is toch misdadig. Ik heb er dikke lol mee, maar serieus: het eet tijd en slaap en sociaal leven, dus weet waar u zich in begeeft. Mocht u nou echt denken, ‘kom zeg, hoeveel kwaad kan een beetje uitproberen nou helemaal’ (ach, u zoet zomerkind): begin hier:

En dan verder heel veel trial and error en handleidingen raadplegen (bijna elke module heeft zijn eigen naslagwerk) en waarom-hoor-ik-niks-ervaringen (omdat je je offset niet op bipolar had gezet, dûh) en dan komt Youtube vroeg of laat vanzelf wel met de tutorials van Omri Cohen op de proppen zetten want die zijn van topkwaliteit.

cmykwave – de app

Weljaaa! En dan in één moeite door bouwt Victor dan ook maar eventjes een cmykwavegenerator alsof het niks is. Noujaaa. Hoe is het mogelijk, dus je kunt in JavaScript gewoon definiëren dat die lijnen op de juiste manier kleurmengen als ze over elkaar heen lopen. Wat cool.

Het zijn nog even geen waves, da’s lastiger programmeren, maar er wordt aan gewerkt! Ha, ik vind het zo ook al geweldig.

Instant-tip van Victor: dingen proberen te schrijven waarbij je steeds maar twee lijnen ziet, zoals Er was eens een ananas:

Hier liggen magenta en geel dus consistent over elkaar heen waardoor je rood krijgt.

Update nog dezelfde dag: en we hebben golven! Woepwoep!

Tevens ook de oorspronkelijke alfabetletterstippen met al dan niet lijnen daartussen voor wie overzichtelijker wil terugpuzzelen wat er staat:

En nu ook nog met desgewenst grijs achtergrondje voor beter contrast, alsook de keuzeoptie om de losse letters onder je schrijfsel te zetten:

Het is een pracht. Hoog tijd voor het bijwerken van mijn uitlegpagina!

Meer update: nu ook in optionele geïnverteerde-kleurenversie, zodat je dus zegmaar rgbwave krijgt:

Tepatî

Tepatî: een schrift waarbij één en dezelfde mededeling talloze verschillende vormen kan krijgen, en toch ontcijferbaar blijft. Compleet met heuse app, gecodeerd door Victor!

De oorsprong van het schrift is zoals vaak al een paar jaar oud. Met een dorre stift (en dito gemoed) droedelde ik op zekeren novemberavond een setje van dit soort vormen op ruitjespapier:

De vormen betekenden niks (mijn gemoed ook niet), maar ik vond ze sympathiek van aard en ging aan de puzzel of er niet een schriftsysteem van te kleien viel. Is er een generatief principe te bedenken dat dit soort vormen oplevert en dat er dan nog iets staat ook?

Enkele gedachtenprocessen later (“zou leuk zijn als de vormpjes voor hele woorden kunnen staan. Een soort hoekig karakterschrift. Zou op zich theoretisch mogelijk zijn want het aantal combinatiemogelijkheden van lijntjes in ruitjes blijkt behoorlijk enorm. Maar hoe koppel je die vormpjes op een systematische manier aan betekenisdragende eenheden? Random toebedelen is een beetje flauw hè. Mjeh. Dan toch liever met losse letters werken? Dan hou je de boel tenminste logisch herleidbaar. Maar je wilt niet één letter elke keer dezelfde vorm geven, da’s suf. Okee, dan een zekere mate van gecontroleerde keuzevrijheid?”) kwam daar een werkend systeem uit, onder het principe: je laat het aantal lijnstukjes voor bepaalde letters staan, maar de precieze configuratie van de lijntjes mag de schrijver grotendeels zelf bepalen.

Waarna het schrift op de Drabplank “nog nader uit te werken voor op m’n blog” belandde, die zoals gebruikelijk gemoedelijk staat door te buigen onder het gewicht van wat daar allemaal nog meer op assertieve ontvlammingen mijnerzijds ligt te wachten. Hee, ik moet ook nog werken en doedelzak spelen hè.

Maar wie komt daar van de week in de bocht? Medeschriftbedenkgenoot Victor! Die is met Tepatî aan het programmeren gegaan (dat kan hij namelijk) en binnen een paar dagen tijd heeft hij er een gedigitaliseerde interactieve app van in elkaar gezet. Wat gaaf, helemaal functioneel, inclusief randomiseerfunctie en kleurenkeuze en wat niet al! Wauw. Ga hier kijken, gauw!

Klik hier!

Ook voor de uitleg van hoe het precies werkt geef ik het woord aan Victor, want zelf zou ik het niet helderder hebben kunnen brengen:

Hoe het werkt

Iedere letter bestaat uit twee blokjes, die boven elkaar staan:

Iedere letter heeft een code (update 29 sept: Victors systeem is nu uitgebreid met punten onder de tekens [in de alfabetlijst weergegeven als apostrof], zodat je nu veel meer letters en ook cijfers en leestekens kunt verTepatîseren):

De getallen staan voor het aantal lijnstukken per blokje [getal links van de komma = bovenste blokje; rechts van de komma = onderste blokje; apostrof = punt onder het teken].

Een horizontale of verticale lijn geldt voor 2, een diagonale lijn voor 1:

Als een lijn op de grens tussen twee blokjes staat, telt hij voor beide.

Zo kan de a (5,3) eruitzien:

Doordat blokjes elkaars grenslijnen kunnen delen, kunnen erg efficiënte combinaties ontstaan:

Dus (hier Dirk weer even) zoals hierboven vermeld mag de schrijver/app dus helemaal zelf kiezen hoe de lijntjes in het blokjesraster worden gepropt, zolang de aantallen lijnen per blokje maar kloppen, want die bepalen dus de letterwaarden. Dus ook hier staat telkenmale ik, want het aantal lijnen is steeds (6,2) (3,3), tel maar na:

En dankzij het uitgebreide systeem met punten kun je nu bijvoorbeeld ook 27 lynxen schrijven:

Frakturtamil

Afgelopen week was ik in Göttingen, vanwege een festiviteit van mijn werk waar ik heen mocht. Was aangenaam. Mooi stadje met snoepige vakwerkhuisjes (zij het regelmatig vol graffiti), prettig kerkwerk, smakelijke eetgelegenheden en uitgebreide natuur in de buurt om in te wandelen. Zou ik zeker eens gaan kijken als u in de gelegenheid bent.

Op zekeren dag kwam ik op mijn omzwervingen door de Nikolaistraße langs een toko-achtige winkel, waar boven het linker etalageraam Poorana's Asia Center stond geschreven, in een ferme Frakturletter zoals men in die streken (Duitsland, niet Azië) graag doet:

En boven het rechter raam stond dit:

Haha wat? Ik moest even vijf keer kijken om te constateren dat dat geen Duits is. Blijkt het dus Tamil te zijn (met hartelijke mededank aan mensen die meehielpen dat te achterhalen), maar dan dus in onvervalste Biergartenstijl met Lederhosen. Wauw, is me dat even een staaltje hybridetypografie van hebben wij ons u daar.

Wie, hoe, wat, waar vindt dit design zijn herkomst? Ik heb naarstig gezocht op het web (en o.a. What the Font ingeschakeld), maar geen succes tot dusver. Is het gewoon een bestaand lettertype? Het heeft er wel de schijn van, want er is duidelijk iemand met inzicht in beide schriftsoorten aan het werk geweest: om de krullerige kringeltjes van het Tamil op houtsnijdende wijze om te vertalen naar die strenge Gothische bredepennenhalen moet je nog best wat kalligrafisch vernuft uit je zak schudden.

Er staat naar alle waarschijnlijkheid (andermaal erkentelijkheid richting het ingeschakelde puzzelteam) பூரணாஸ் ஆசியா சென்ராஂ, oftewel pūraṇās āciyā ceṉrāṁ, oftewel Poorana’s Asia Center dan dus. Kijk en vergelijk:

Bij nader inzien geloof ik dat de சி ci eerder een சீ is.

Knap gedaan toch? Ik vind het geinig.

De volgende dag toen ze weer open waren ben ik de winkel in gestapt (vraag of ze t-shirts van de tekst verkopen, suggereerden de meehelpmensen), waar de mevrouw achter de balie (niet uitgesloten dat dat Poorana was) me desgevraagd uitlegde ‘Ja, je kunt Tamil in verschillende schriftstijlen schrijven: handschrift, drukschrift e.d., net als Engels.’ Haha, janee, dat snap ik ook, maar Fraktur? Maar verder dan deze toelichting kwam ik niet (mijn Duits is slechts marginaal beter dan mijn Tamil) en ze verkocht ook geen t-shirts (noch buttons of onderbroeken) dus ik ging onopgelosterraadsel (en met een zakje héle hete oosterse zoutjes) weer naar buiten.

Dus, nou. Mijn lezers enige suggestie tot verder speuren? Iemand in de zaal met bijvoorbeeld een redditaccount die bij https://www.reddit.com/r/identifythisfont/ kan? Of weet ik het, buren heeft die Trudhilde en Sivasubramaniam heten?

Klein updateje: Ik ben nog niet achter het exacte font, maar ik vind hier wel een vergelijkbaar design. Hier staat நிலவு nilavu ‘maan’, handgekalligrafeerd door iemand die Vijayaraj heet en nog allerhande meer moois maakt.

I have combined two of my favourites, Tamil and Gothic typeface. Handwritten on paper.