Lineair D

Eerdere blogposts over dit schrift: 1, 2, 3 (en ook een beetje 4, 5).

Lineair D

Lineair D (de naam borduurt voort op Lineair A en B maar dan met de D van ondergetekende) is een schrift waarbij tekstregels tussen twee horizontale lijnen worden geschreven, wat zich leuk leent voor griffen in klei of steen of hout of metaal of linoleum of palmbladeren of chocola (etc.). Uiterlijk heeft het schrift vage vleugjes van onder meer Rongorongo, Indusschrift en het rondere slag runen. De oorspronkelijke inspiratie komt van het type craquelévormen dat je soms ziet in zongeblakerde plastic oppervlakken of verweerd glazuur:

Craquelé in een oude Oxo-mok in mijn ouderlijk huis.

Net als bij dit soort patronen zijn de lijnstukken waaruit Lineair D-letters bestaan meestal gebogen en eindigen ze nooit in het losse niets maar altijd tegen een andere lijn aan, waardoor gesloten vlakken worden gevormd. De lettervormen hebben een zekere mate van variatievrijheid, die wordt ingezet om een zo prettig mogelijke vlakverdeling te bereiken. Naburige letters gaan vaak ligaturen met elkaar aan en moeten af en toe van disambigueermiddelen worden voorzien.

Het alfabet

Het schrift loopt “gewoon” van links naar rechts in regels die bovenaan de bladspiegel beginnen. Dit is het alfabet:

Er is geen q en geen x; daar kunt u bijvoorbeeld k(w) en ks voor gebruiken. De y mag ook voor de ij worden ingezet. Verschil tussen hoofd- en kleine letters is er niet. Voor leestekens en cijfers kijke u onder Leestekens en Cijfers verderop.

Lettervormvariaties

Zoals het alfabet laat zien, hebben veel van de letters een aantal mogelijke varianten. Die zitten hem er voornamelijk in dat de “hellingen” van de a, c, e, i, m, n, o, p, u, v, y en z ook de vorm van een “bocht” mogen krijgen. De e en de i hebben daarnaast ook nog vrij spel qua welke richting de helling of bocht op mag lopen.

De keuze tussen de verschillende vormen wordt bepaald door wat in de context het mooiste resultaat en de minste ambiguïteit (zie Ambiguïteiten verderop) oplevert. Het streven is naar een zo aangenaam mogelijke vlakverdeling, met niet te veel witte gaten of op een hoop gepropte lijnen. Om dat te bereiken mag er naast de helling-/bocht-variatie ook in subtielere zin een beetje worden geschoven aan de lengte, verhoudingen, kromheid etc. van de lijnen. Hier bijvoorbeeld een aantal toegestane variaties op de v:

De v in verschillende gedaanten.

Stelregels bij het schrijven

Maar niet álles is toegestaan. Sommige variaties kunnen op zich best maar zijn domweg lelijk c.q. schenden de craqueléïgheid die ik voor dit schrift in gedachten had; andere veroorzaken ambiguïteiten en dat willen we zo veel mogelijk voorkomen. Bij het schrijven van Lineair D gelden daarom de volgende algemene stelregels:

  1. De lijnen waaruit de letters bestaan mogen nooit in het luchtledige beginnen of eindigen, maar moeten altijd met hun kopse en kontse kant tegen een andere lijn aan liggen;
  2. Daarbij dienen de lijnen altijd een T-splitsing te vormen. Viersprongen, kruisende lijnen en dergelijke zijn niet toegestaan.
  3. Een combinatie van letters mag geen verwarring opleveren met andere (combinaties van) letters. Daarover meer in het hierondere.
Losse eindjes en viersprongen niet toegestaan.

Ligaturen

Bij het schrijven worden letters van links naar rechts naast elkaar geplaatst. Bij sommige combinaties gebeurt er dan verder niets bijzonders met de lettervormen. Bijvoorbeeld (de kleurtjes zijn ter onderscheiding van de afzonderlijke letters):

Etcetera.

Maar veel vaker zullen twee naburige letters versmelten tot een ligatuur. Dit komt er in de praktijk op neer dat de rechterbuur van een letterpaar een stukje van zijn linkerkant opoffert en dan (al dan niet na wat lichte esthetische hervervorming) tegen zijn linkerbuur aan wordt geschoven. Hier wat indrukken van het idee:

Etcetera (er zijn zo’n 1500 mogelijke ligaturen, maar het principe zij duidelijk).

Zoals u ziet zijn ook bij ligaturen soms meerdere opties voor hetzelfde letterpaar mogelijk. Ook hier weer is de keuze daartussen vrij naar gelang wat in de context het mooiste werkt, zolang daarbij de drie stelregels van hierboven maar worden nagevolgd.

Let wel: bij een ligatuur is het dus nooit de linkerletter van het paar die zich aanpast. Als dat zou gebeuren krijg je ofwel een vorm die gewoon niet bestaat, of erger: een vorm die al iets anders betekent:

En zo kan elk letterpaar in een woord potentieel tot een ligatuur versmelten. Hier bijvoorbeeld pakezel:

pakezel

In dit voorbeeld hebben alleen de p en de z hun ongeligaturiseerde vorm behouden; de rest van de letters is op enigerlei wijze versmolten met zijn respectievelijke linkerbuur.

Ook drie opeenvolgende letters kunnen in sommige omstandigheden een ligatuur met elkaar vormen:

De trigatuur t+e+l.

Ambiguïteiten

Het zal duidelijk zijn dat Lineair D het spoor knap makkelijk bijster maakt qua welk onderdeel bij welke letter hoort. Tja, dat is de aard van het schrift nu eenmaal; ik heb het ook niet verzonnen (o ja, wel). Tot overmaat van verwarring kunnen er ook nog af en toe de nodige ambiguïteiten opduiken.

Hoe weet je bijvoorbeeld of een z niet stiekem een eh is?

En wat staat hier? l+y, n+e of zelfs l+e+e?

Ligatuurtechnisch zijn al deze opties even mogelijk en toegestaan, dus om ze te onderscheiden moeten er hulpgrepen worden ingeroepen.

Hulpgreep 1 is het disambigueerstipje. Je kunt het ook een trema (= scheider) noemen, want het wordt geplaatst tussen twee bouwstenen die niet bij dezelfde letter horen. Aldus:

Hulpgreep 2 (die in combinatie met nummer 1 kan worden gebruikt) is doelbewust variëren in de afstand tussen lijnen. Zie bijvoorbeeld zandkastelen hieronder, waarin de bestanddelen van de z, n, k en n zichtbaar dichter op elkaar staan dan andere lijnen. Op deze manier kun je hier bijvoorbeeld goed het verschil zien tussen de n op het eind en de l+e links daarvan:

zandkastelen

In de praktijk hoeft geen van beide disambigueermethoden gebruikt te worden (je kunt op grond van waarschijnlijkheid vaak wel achterhalen welke lettercombinatie bedoeld zal zijn), maar ze helpen wel enorm. De variatie in lijnafstand kan bovendien voor aangename levendigheid zorgen in een soms wat al te repetitief schriftbeeld.

Leestekens

En dan zijn er ook nog wat leestekens. Net als gewone Lineair D-letters kunnen die ook weer vaak in een ligatuur verzeilen, afhankelijk van de omstandigheden.

Letterverdubbelaar

Om letters te verdubbelen kun je gewoon twee keer dezelfde letter achter elkaar zetten, maar een alternatief is de letterverdubbelaar. Die heeft de vorm van een klein boogje dat ergens aan de zijkant (links of rechts, afhankelijk van beschikbare ruimte) tegen de letter aan wordt geplaatst, zodanig dat het niet de boven- of onderlijn van de regel raakt:

Soms laat het boogje zich ruimtetechnisch het prettigst plaatsen waar het twee verschillende letters raakt. Dat betekent niet dat allebei die letters verdubbeld worden, maar alleen de laatstgeplaatste. Hier bijvoorbeeld raakt het boogje zowel de b als de e, maar alleen de e wordt verdubbeld:

bee, niet bbe of bbee.

Hieronder staat borrelnootjes, met letterverdubbelaars aan de r en de o (plus een disambigueerstipje om aan te geven dat het woord op es eindigt en niet op een p, al had de begrijpende lezer dat zonder stipje natuurlijk ook wel doorgehad):

borrelnootjes

Vraag- en uitroepteken

Dat ons schrijfsysteem ooit op het idee is gekomen om speciaal een teken te ontwikkelen voor “ik zeg dit heel hard” is eigenlijk al best opmerkelijk, en dat een zogenaamd compleet ongerelateerd exotisch schrift als Lineair D dan precies datzelfde teken blijkt te hebben ontwikkeld is natuurlijk ronduit onrealistisch, maar ach, we zijn er nu toch. En dan ook meteen maar een vraagteken.

Het uitroepteken bestaat uit een boogje tegen de onderlijn en een stokje tegen de bovenlijn; het vraagteken is precies andersom. In principe mag het stokje net als bij de e alle kanten op wapperen die in de context maar het mooiste passen, zolang u daarbij maar wel oppast dat de vorm niet teveel op een a, d, o, r, u of y gaat lijken.

En net als de overige leestekens kunnen vraag- en uitroepteken soms in ligatuurvorm opduiken:

Wat? Oh!

Woordscheider

Woorden in een zin worden niet met spaties gescheiden maar met een klein open rondje. Afhankelijk van de beschikbare ruimte komt dit rondje grofweg halverwege de regelhoogte te zweven, of in gehalveerde vorm tegen de boven- of onderrand geplakt. In tegenstelling tot de letterverdubbelaar komt het woorscheidbolletje nooit halverwege tegen de zijkant van een letter. Hier het zinnetje wilt u cola of wijn?:

Wilt u cola of wijn?

De woordscheider mag ook als optische vuller aan de linker en rechter uiteinden van een mededeling worden gebruikt, voor als daar naar uw smaak anders teveel lege ruimte is:

Lineair D

Punt, komma e.d.

Het teken om het einde van een zin aan te geven (onze punt) ziet eruit als een hybride van vraag- en uitroepteken, met globaal dezelfde toegestane variatie in de vorm van het stokje:

Mogelijke vormen van de punt.

De komma/dubbele punt/puntkomma (ik heb er vooralsnog geen aparte tekens voor, en heel erg nodig is dat ook niet) bestaat uit twee bolletjes. Net als bij de woordscheider mag elk van die bolletjes al dan niet aan de boven- of onderlijn kleven, dan wel vrij in de ruimte hangen:

Mogelijke vormen van de dubbelepuntkomma.

Hier een zinnetje met (punt)komma’s, een disambigueerstipje, een letterverdubbelaar, een woordscheider en een punt:

Nou, nee; dank u.

Cijfers

Ik broei op allerlei ideeën over moeilijke twaalf- of misschien zelfs vierentwintigtallige (omdat er vierentwintig letters zijn) getallensystemen, en misschien komen die ook nog ooit, maar voorlopig kunt u uit de voeten met een makkelijke variant die volgens hetzelfde principe werkt als in Braille: voor de cijfers 1 t/m 0 worden geen aparte symbolen gebruikt, maar de letters a t/m j, voorzien van cijfertekens.

De cijfertekens hebben de vorm van een tweetal boogjes, die als enige van de Lineair D-tekens aan de buitenzijde van de boven- en onderlijn worden geplaatst. Het ene boogje komt aan de bovenlijn en geeft het eerste cijfer in een reeks aan, het tweede komt aan de onderlijn en markeert het einde van de reeks. Verder gedragen de cijfers zich precies zo als de letters zouden doen, dus inclusief ligatuurgedrag, optionele verdubbeltekens en noem maar op:

wel 800 keer

Als er maar één cijfer in het spel is, dan begint en eindigt de reeks dus op dezelfde plek en komen beide boogjes aan dezelfde letter:

Mag ik 7 ijsjes?

Merk op dat als een reeks cijfers in een stuk geschreven tekst opduikt, het niet nodig is om er woordscheiders omheen te zetten: de cijfertekens zijn al scheiding genoeg. De woordscheider kan dan juist weer leuk worden ingezet als decimaalteken:

π

Een inscriptie

En daarmee heeft u alle benodigde informatie om een stuk Lineair D-tekst te ontcijferen. Bijvoorbeeld: