Nieuw Drabdesign!

Ja, dat was lachen gieren brullen hè. U was er natuurlijk met zijn allen keihard ingetuind, dat Drabkikker ineens de Belastingdienst was geworden. Eén April! Ha! Ha! Broe! Kuche. Nou.

Maareh, dat nieuwe design bevalt me eigenlijk wel. Zo is de tekstkolom bijvoorbeeld veel breder dan bij het vorige, wat ten goede komt aan de eventuele plaatjes & filmpjes die zich erin bevinden en daarmee aan uw kijkgenot. Hier, moe’s zien wat een breedbeeldluxe:

Dus weet u wat? Ik laat het lekker zo! Fris & fruitig nieuwe horizonten tegemoet, vol eh, dingen enzo.

Aangifte doen over 2013

Als u een aangiftebrief hebt ontvangen, moet u aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen doen. Hebt u geen aangiftebrief voor 2013 ontvangen? Maar verwacht u wel dat u belasting moet betalen of denkt u dat u meer dan € 14 terugkrijgt? Doe ook dan aangifte.

Doe digitaal aangifte!

Digitaal aangifte doen kan dit jaar op 2 manieren:

  • met het aangifteprogramma
  • met de Mijn Aangifte-app

U kunt deze aangiften niet gebruiken als u in 2013:

Aangifte vooraf laten invullen? Dat kan nu!

Als u digitaal aangifte doet, vullen wij een aantal van uw gegevens alvast voor u in. Bijvoorbeeld uw loon en de WOZ-waarde van uw huis.

Helpt iemand u met uw aangifte?

Hier vindt u nuttige tips.

Let op!

Helpt de persoon die u vorig jaar hielp bij het invullen van uw aangifte, u dit jaar ook? Dan moet u dit jaar opnieuw een DigiD-machtiging aanvragen.

Helpt u iemand met zijn aangifte?

Hier vindt u nuttige tips.

Doe aangifte voor 1 april

Dan krijgt u voor 1 juli bericht van ons.

Geen aangifte mogelijk voor 1 april?

Kunt u niet vóór 1 april aangifte doen? Vette pech, haha! U bent te laat met aangifte doen. U kunt hiervoor een boete krijgen.

Aangifte doen op papier

Kunt of wilt u niet digitaal aangifte doen? Dan kunt u aangifte doen op papier.

Zie ook

Viozia 25 jaar!

Viozia 25

Als niet onlangs bezoeker Vincent een aantal reacties op mijn Vioziaanse pagina had geplaatst, was het waarschijnlijk pas ergens in augustus tot me doorgedrongen dat het dit jaar 25 jaar geleden is dat ik de taal bedacht. Sterker: dat is precies vandaag! Kimo zo qaybale oaqa! Feest & trompetters!

Kimo!

De vraag luidde: Is er een nieuwere grammatica voorhanden? Tja. Sinds die van 2002 heb ik nooit een update gemaakt, en ook al heb ik het Vioziaans daarna nog een tijd bijgehouden, tegen het eind van de jaren ’00 is daar de klad een beetje in geraakt. Mede omdat ik intussen volleerd taalkundige was en vond dat het Vioziaans maar eens goed etymologisch kloppend moest worden gemaakt. Waarop ik finaal de draad in mijn eigen labyrint kwijtaakte en de brui aan Maarten gaf door middel van een handdoek. Veel leuker & makkelijker om nieuwe talen en schriften te bedenken, waarvan akte. Voeg daarbij dat mijn externe schijf, waar veel van het recentere Vioziamateriaal op stond, in 2012 de mosterd aan Abraham zijn pijp gaf en u begrijpt misschien het gebrek aan voortzetting.

Gygis alba 3

Maar men laat zijn eerstgeboren kindje natuurlijk niet zomaar in de steek, helemaal niet als het 25 wordt. ’t Is jammer genoeg wat te kort dag om u ter gelegenheid van dit heuglijk gebeuren vandaag al iets te bieden, maar het ligt in mijn bedoeling om dit jaar een Zo Bijgewerkt Mogelijke Grammatica van het Vioziaans te vervaardigen, waar dan dus ook een mooi font bij zal behoren. Ik ben al begonnen! Vincent krijgt het eerste exemplaar, als dank. (Geen zorg, u ook, want het wordt een pdf.)

(Ingewijden zullen op de foto’s de Gygis alba herkennen, al sinds 1999 de nationale vogel van Viozia. Dat Honolulu in 2007 dat concept dus gewoon klakkeloos gejat heeft verdient verder geen vermelding. Echt super origineel, jongens. Met jullie rare taal.)

Strandbeest!

Sutorando-bīsuto

Het was natuurlijk van de zotte dat uw Drabdrab als dik-quindecennarisch Theo Jansen-fan nog geeneens een eigen Strandbeest in zijn bezit had, maar zoals onlangs gemeld is dat gemis nu dan eindelijk gelenigd. Het model moest alleen nog even in elkaar geknutseld, wat ik van de week met glunderende pretoogjes heb zitten doen. Authentieke kinderlijke bouwdoosvreugd!

Constructie

Pootjes

Half Strandbeest

Propellertje

Strandbeest!

En daar istie dan, is het geen oeliewoeliewobbie? Twaalf poezeltjes van pootjes en een propellertje om op te vreten! Niet letterlijk, Snorri, godver.

Snorri

Hap

Leuke speeltjes zijn leuk! Vooral als ze gaaf zijn. En Theo Jansen is gaaf met een hoofdletter P. Lees vooral die man z’n boek ook.

Lekker wapperen

Bijzonder fraai aantrefsel om u het weekend mee te vermaken: Earth, een interactieve simuleur van de actuele wind- en waterstromen over de gehele planeet. Instelbaar op allerlei hoogten, waarden en projecties.

Earth0

Earth3

Earth

Aha, dus dáárom kwamen die mannen met baarden zo moeilijk om de Kaap heen!

Via BoingBoing.

Marimbo Vibrinato

Zoals aangekondigd was ik hedenochtend naar de Canto Ostinato door Oscar Alblas en Martin de Greef op vibrafoon respectievelijk marimba. Door stommiteiterie met de bus misten we notabene nog de eerste minuut ook, maar ze lieten ons er gelukkig nog in voor de buitengewoon fraaie uitvoering.

Martin de Greef en Oscar Alblas

Want dat was het. Zoals al duidelijk was uit de korte versie zijn de twee instrumenten uitermate geschikt om het stuk op uit te voeren en vullen ze elkaar bijzonder mooi aan, de marimba voor de korte warme tonen en de vibrafoon voor de lange heldere. De prettig kleinschalige setting (cultureel centrum De Tuin in Leusden) maakte dat je er goed bovenop zat en zowel het slagwerk (heet dat zo bij idiofonen?) als de interactie tussen de twee uitvoerenden nauwgezet kon volgen. Aangever Alblas diepserieus en geconcentreerd, De Greef olijk verontschuldigend bij het misslaan van een enkel plankje, wat geen naam mag hebben als je bedenkt dat ze uit hun hoofd speelden (de partituur bleef liggen op de eerste pagina, voor de rest hadden ze alleen een spiekbriefje). Na de uitvoering van een uur stonden de konen hun welverdiend op de wangen. Lof!

Stokjes

Er zijn beeld- en geluidsopnamen gemaakt; naar verluidt komt daar tenminste een deel van op de site van De Tuin, dus hou dat in de gaten. Hopelijk staat het gestommel van de telaatkomers er niet te prominent op. In de tussentijd hieronder alvast een indruk aan de hand van Drabs barre amateurbeelden (zoek de Blinde Schildpad):

Goed werk, heren! Op naar een cd.

~

Update: En daar is het beeldmateriaal. Inclusief de eerste minuut, ha! Hebben we de ervaring toch nog compleet.

(Door het thema heen niezen, schaam je.)

Filmpjes!

Gewoon een fijne greep kijkmateriaal. Achterover die stoel, scherm op groot en negeren die in de warre winter.

Dennis Hlynsky trekt spreeuwsporen.

Duivelsroggen doen een gooi naar evolutie. (Met dank aan Bastenius.)

Extreme halo’s in Peru.

Met de sprinter van Amsterdam naar Weesp.

Deze kan ik op de piano!

De evanescente groene flits.

Gerard van Maasakkers zingt een veel te kort stukje De Zwemmer van Boudewijn de Groot.

Zo’n eentje heb ik zojuist binnen! Nu nog in elkaar zetten.

Wat en hoe in het Nǀuu (ook bekend als Nǁng. Van de !Ui-familie, uweetwel).

Хоббит

Zojuist deel twee van The Hobbit gekeken. Je weet dat je dat niet moet doen hè, en toch niet kunnen laten. Wàt een lading bombastogene but is dat zeg; met terugwerkende kracht vind ik The Lord of the Rings een smaakvol en subtiel uitgevoerde set kwaliteitsfilms.

MV5BMzU0NDY0NDEzNV5BMl5BanBnXkFtZTgwOTIxNDU1MDE@__V1_SX640_SY720_

Best knap op zich, om een fantasieverhaal nog zo onrealistisch te krijgen. Ja hoor, vaten vol dikke dwerg blijven gewoon drijven zonder deksel erop door acht watervallen terwijl je door een roedel orks wordt belaagd. (Daar word je trouwens toch doodmoe van als ork, om de hele dag zo episch te praten? ‘Hee Azog, mag ik jouw Clearasil even lenen?’ – ‘ISHHH NURAKH BOGR KHABASHHHH….’ – ‘Nee, ja, okee, sorry.’ ) Túúrlijk, we smelten even in drie minuten een vijftig meter hoog gouden standbeeld waar die draak dan fijn doorheen kan zwemmen. Hup, weer zeventien wargs te grazen met één pijl terwijl ik met m’n enkel een bergtrol wurg, hak splijt klief, hee hoi totaal niet voor de kijkcijfers bedoelde elfenbimbo, potje interraciaal cohabiteren?

En nog steeds met dat mislukte font hè. Wel leuk dat Stephen Fry erin zat, dan weer wel, en dat knipoogje naar Gimli was wel aardig. Maar eh, verder hou ik het lekker bij de Russische verfilming uit 1985. Stukken beter; zelfs zonder ondertitels.

(Mèt ondertitels is hij trouwens ook wel leutig.)

Orgel-Ostinato II

Ja, hoe uitgemolken het stuk het laatste demicennium ook is, ik kan het niet laten er af en toe toch weer een versie van in huis te halen. Uitmelking kan een kunstuiting immers zelf niet aangerekend worden, en de Canto Ostinato blijft een bekoorlijke compositie.

Toon Hagen - Canto Ostinato

Ietwat aan de late kant kwam ik er namelijk achter dat, na de fraaie vertolking van Aart Bergwerff in 2007, nu ook Toon Hagen een versie voor kerkorgel op de plaat heeft gezet.

Maarreh, nou. Ik weet niet.

De uitvoering begint al vreselijk gehaast. De openingssecties, die nou juist zo’n zorgvuldig ingehouden opbouw verlangen, worden er in minder dan een minuut doorheen gejaagd, daarmee de hele bedoelde spanningsboog van verwachting naar opluchting teniet doend.

Toon Hagen

Voorts, waar Bergwerff het orgel op enkele heftige passages na zacht en lieflijk hield, lijkt het Hagen te behagen om waar het maar kan zo veel mogelijk registers tegelijk open te trekken. Met als gevolg dat de haren u op gezette tijden in het gezicht worden gewapperd door een geluidsmuur waar wijlen Simeon ter plekke van uit zijn graf zou opstaan. Beluister bijvoorbeeld eens vanaf minuten 2 en 4:

Geweldig

Is natuurlijk een smaakkwestie, dat snap ik ook, en het voorkomt in ieder geval dat reformatorische recensenten als A.M. Alblas* in dromenland raken. Maar wat mij betreft doet dat gedaver alleen maar afbreuk aan de gedeelten die werkelijk heel fraai en subtiel zijn, zoals deze vondstige opbouw naar het thema hier:

‘Goed voorbeeld doet goed volgen,’ reageert Bergwerff himself niet geheel zonder zelfvleiing op Alblas’ recensie. Wel, over dat eerste ben ik het eens. Maar het tweede? Hmm. De mooie passages zijn mooi, maar a.u.b. een beetje easier on the schuifjes voortaan, Toon, dan komt het geheel stukken beter tot zijn recht.

~

* Kennelijk geen familie van Oscar, die van de wonderfraaie vibrafoon/marimba-uitvoering. Update: Hee! Krieg no tett’n! Op 26 januari aanstaande voert hij eindelijk de langverwachte volledige versie uit! Ooee, daar wil ik heen.

Reactie op de Taalcanon

Taalcanon

Zoals u zich misschien nog herinnert verscheen een ruim jaar geleden de Taalcanon, waaraan ik een bijdrage heb geleverd over de oorsprong van ons alfabet. Een tijd terug ontving ik op de online versie een interessante reactie, waar ik door drukte niet eerder op kon antwoorden dan nu. Hopelijk maakt de omvang van het antwoord – langer dan het oorspronkelijke stukje! – de vertraging een beetje goed.

De vraag luidde:

Toch is mij nog niet helemaal duidelijk waarom ons alfabet 26 letters heeft. Hadden we ook met minder toegekund? Maar dan wel met behoud van “uitdrukkingsrijkdom”? Ik snap natuurlijk wel dat je, als je bijvoorbeeld de b afdankt, het woord boom niet meer kunt maken. Daar zou je dan, met de 25 resterende letters, een vervangend en nieuw woord voor moeten ontwerpen. Ik snap natuurlijk ook dat je met slechts 1 letter geen kant op kunt. Maar waarom hebben wij 26 letters, terwijl ze op Hawaii met 13 letters een even grote (?) uitdrukkingsrijkdom kunnen realiseren?

En dit is mijn antwoord:

Beste Rik,

Allereerst mijn verontschuldigingen dat ik zo schandalig lang over mijn antwoord heb gedaan. Als zwak excuus mag misschien gelden dat je vraag bijzonder leuk en veelomvattend is! Mijn antwoord is dan ook tamelijk lang geworden.

1. Letters en klanken

Laat ik met je laatste punt te beginnen: de reden dat het Hawaiiaanse alfabet maar dertien letters nodig heeft is dat de Hawaiiaanse taal maar een heel bescheiden verzameling klanken bezit. Schriftsystemen zijn in beginsel een neerslag van gesproken taal, en dus zal het aantal letters van een alfabet – grofweg – overeenkomen met het aantal spraakklanken in die taal.

Met uitdrukkingsrijkdom heeft dat niet veel te maken: het aantal klanken in een taal staat los van de mogelijke woordenschat die je met die klanken kunt bouwen. De bijbel is even goed vertaalbaar naar het Hawaiiaans als naar het Nederlands (echt waar: kijk maar eens op www.baibala.org); dat wij daar toevallig twee keer zo veel verschillende letters voor gebruiken komt omdat het Nederlands nu eenmaal meer spraakklanken heeft.

‘Grofweg,’ zeg ik hierboven bewust, want in de praktijk ligt het minder simpel. De verhouding tussen klank en letter is in lang niet alle talen netjes 1-op-1. In het Nederlands heb je twee letters nodig om ‘oe’ te schrijven, terwijl je toch echt maar één klank hoort; en andersom heeft het Engels maar één letter nodig (een i bijvoorbeeld, of een y) om de tweeklank ‘ai’ weer te geven.

Waarom dit zo is heeft per taal verschillende historische achtergronden. Een daarvan heeft te maken met het overnemen van schriften van andere volkeren. Toen bijvoorbeeld de Britten in de vroege middeleeuwen het Latijnse alfabet adopteerden, liepen ze ogenblikkelijk tegen het probleem aan dat hun taal klanken had waarin dat nieuwe schrift niet voorzag. Wat bijvoorbeeld te doen met de slisklank aan het begin van een woord als thing? Daar was geen aparte letter voor. De huidige spelling verraadt welke oplossing er werd bedacht: de combinatie van twee letters, th, voor het weergeven van één klank. Een bijzonder bruikbaar trucje, dat je dan ook in vele talen en schriften in de wereld aantreft: onze oe is van exact hetzelfde type.

En zo waren er meer trucjes, bijvoorbeeld: neem een bestaande letter uit het alfabet en voeg er een leesteken aan toe. Of nog rigoureuzer: je verzint gewoon een totaal nieuwe letter. Neem de klank ‘tsj’ in de Slavische talen. In het Tsjechisch wordt die gespeld als č: één letter dus, gemodificeerd met een leesteken (de c zonder dat leesteken spreek je uit als ‘ts’). Het Pools daarentegen koos voor de tweelettermethode, door een z achter de c te plaatsen: cz. Talen die het Cyrillische alfabet gebruiken (zoals Russisch en Bulgaars) kunnen het nog beknopter: geen leesteken of letterpaar, maar een speciale aparte letter ч.

Bij het ontwikkelen van schriftsystemen komt dus allerhande creativiteit kijken, waarbij de ene taal net weer andere keuzes maakt dan de andere. En zo zijn er meer factoren die bepalen welke letters we gebruiken, zoals het fenomeen ‘historische spelling’. De uitspraak van een taal verandert voortdurend, maar de spelling blijft daar over het algemeen jaren, zo niet eeuwen, bij achter. In het Frans werd les femmes in het verleden daadwerkelijk uitgesproken als ‘lès fèm-mes.’ Dat Fransen tegenwoordig ‘lee fam’ zeggen weet iedereen, maar de spelling reflecteert nog steeds de uitspraak van honderden jaren terug. Het Engels is hier ook berucht in (knight klonk ooit echt als ‘knicht’; tegenwoordig spreek je alleen nog maar de n, de i en de t uit, de rest is historische bagage) en het Nederlands kan er af en toe ook wat van (ik noem maar een woord als erwt).

Al dit soort factoren – de spraakklanken in een taal, het worstelen met de weergave daarvan, historische spelling – hebben ons alfabet gevormd tot wat het is: de verzameling van zesentwintig letters die we dagelijks gebruiken.

2. Hoeveel letters heeft een taal nodig?

Daarmee komen we op je eerste punt: Hadden we ook met minder letters toe gekund? Het antwoord is een volmondig ja; alleen moet je dan wel concessies doen. Je zegt het zelf al: als je de b afschaft moet je een manier vinden om die klank toch weer te geven.

Inmiddels hebben we drie verschillende methoden gezien waarop dat kan: 1. Je neemt een bestaande letter en modificeert hem, bijvoorbeeld met een leesteken; 2. Je combineert twee letters; 3. Je verzint een heel nieuw teken. Voor de klank ‘b’ zou je dan bij methode 1 bijvoorbeeld de p kunnen nemen en er een accentje op plaatsen: . Bij methode 2 kun je er een m voor zetten: mp (Dit is hoe het Nieuwgrieks het doet: mpira spreek je uit als ‘bira’, oftewel bier), en bij methode 3 kun je het zo gek maken als je zelf wilt: ͽ, of ϫ, of , etcetera. De keuze maakt eigenlijk niet zo veel uit, zolang de afspraken maar duidelijk zijn.

Kan dit nu ook voor het Nederlands? Ik zou zeggen, laten we het eens proberen.

Om te beginnen kunnen we letters schrappen die ook met andere letters kunnen worden weergegeven. De c bijvoorbeeld klinkt soms als ‘s’, soms als ‘k’, en dus kunnen we net zo goed de s en de k gebruiken. De x is ook niet nodig: die kun je met ks weergeven, en in plaats van qu kun je prima kw gebruiken. Wie de jaren ’70 heeft meegemaakt weet dat er serieuze pogingen zijn geweest om zo te spellen: sentrum, kontrakt, akwarium. Over de esthetiek is misschien te twisten, maar het werkt.

Als we dit beleid iets ingrijpender doorvoeren hoeft de j ook niet te blijven: die kun je best vervangen door een i; zo deed men het in de middeleeuwen tenslotte ook. De y/ij kan dan ook meteen wijken voor ii. Kiik iii altiid zo ziiig? Ik geef toe, het is even wennen, maar de boodschap wordt er niet onbegrijpelijker door.

Dat is al vijf letters minder (c, x, q, j, y). Kunnen we nog meer snoeien? Jazeker, als we nog wat drastischer te werk gaan en methode 2 inschakelen: het combineren van meerdere letters voor het weergeven van één klank. Hiervoor is het interessant eens te kijken naar letters die qua uitspraak erg op elkaar lijken. Neem de t, de d, n en s. Op het eerste gezicht/gehoor zijn dat totaal verschillende klanken, maar toch is er een belangrijke overeenkomst: ze worden alle vier op dezelfde plaats in de mond uitgesproken, namelijk met de tong tegen de boventanden; probeer het maar eens.

Van die klankverwantschap kunnen we handig gebruik maken in de spelling, door de vier klanken als variaties van elkaar te behandelen. De d kun je bijvoorbeeld vervangen door nt (opnieuw is dit hoe het Nieuwgrieks het doet: mijn voornaam schrijf je daar als Ntirk) en de s bijvoorbeeld door th – die combinatie heb je verder toch niet echt nodig: theorie kun je ook schrijven als teorie. De d en de s zijn dan niet meer nodig in het alfabet. Eenzelfde soort viertal vormen de p, b, m en f: die worden alle vier met de lippen uitgesproken. Ook die kunnen we dus inkorten, door de b te schrijven als mp en de f als ph.

In deze trant kunnen we verder experimenteren, tot we tenslotte op een set vervangingen uitkomen als de volgende:

b > mp
c > k/th
ch > kh
d > nt
f > ph
g > nkh
j > i
qu > kw
s > th
v > mph
w > mphh
x > kth
y/ij > ii
z > nth

Je ziet, in sommige gevallen worden er drie letters gecombineerd, een enkele keer zelfs vier, voor het weergeven van één enkele klank. Alles bij elkaar hebben we hiermee ons oorspronkelijke alfabet van zesentwintig letters exact tot de helft gereduceerd: aehiklmnoprtu.

Is dit niet wat al te dol? Kunnen we hier nog wel Nederlands mee schrijven? Welnu, oordeel zelf:

Mphhaar nte mplanke top nter ntuinen
Thkhittert in nte nthonnekhloent
En nte Noorntnthee mphriennteliik mpruithennt
Neêrlanntth thmalle kutht mpenkhroet
Iuikh ik aan het mphlakke thtrannt:
’k Hemp u lieph, miin Nenterlannt!

Natuurlijk, in onze ogen ziet dit er ronduit bespottelijk uit. Maar dat komt omdat we gewend zijn om anders te spellen, niet omdat het systeem niet werkt. Er is her en der misschien nog wat poetswerk nodig (hoe geef je bijvoorbeeld het verschil aan tussen rente en rede?), maar loop de lettervervangingen langs en je ziet dat het lied uitstekend ontcijferbaar is.

De conclusie is duidelijk: het Nederlands kan met evenveel letters toe als het Hawaiiaans!

Twee croissantjes

Hedenavond hing de hemel weer ongegeneerd haar bekoringen tentoon te spreiden, en wel in de vorm van een zichtbaar sikkelvormige Venus onder een ragdun randje maan. Och, wat fraai. Mijn foto’s doen het schoon geen recht (de imposante aardschijn bleek te subtiel voor mijn gevoelige plaat), maar hier zijn ze desalniettemin:

DSCI3538b_450

DSCI3560a_450

DSCI3554b_450

DSCI3601b_450

DSCI3542a_450

Venus closeup

Zij dit de voorbode van een gelukkig jaar voor iedereen!

Kalkoenkomeet, deel 3

Nou, dat was spannend hè? Een heel jaar moest u wachten & wanhopen, maar gisteren was het dan eindelijk Thanksgiving en bereikte komeet ISON zijn perihelium. Nou, en nu zit u natuurlijk te schuddebenen van benieuwenis of hij dat heeft overleefd, want daar hing immers alle kans op spektakel van af!

Het antwoord luidt: half. Op onderstaande timelapse-animatie kunt u de komeet van rechtsonder aan zien komen stevenen. Vlak voor hij achter de rode schijf verwijnt (dat is om overbelichting te voorkomen; de witte cirkel geeft de omtrek van de zon weer) neemt hij ineens drastisch in helderheid af, hetgeen duidt op desintegratie. Maar u ziet ook dat er een paar uur later iets weer tevoorschijn komt. Wat dat iets precies is moet nog blijken, het kan een brokstukje van de komeet zijn of een restant van zijn staart, maar het is wel duidelijk dat de zon ISON flink te grazen (haha) heeft gehad. Zoals reeds lang werd gevreesd.

Perihelium

Dus, een Hale-Bopp zal het niet worden, en ‘vijftien keer zo helder als de volle maan‘ al helemaal niet, maar misschien dat er nog iets van het brokstukje te zien zal zijn. Let de komende weken bij heldere hemel op de westelijke horizon na zonsondergang, en wie weet. Maar ik zou nergens van uitgaan.

Jammer hè. Ach, we hebben in ieder geval de foto’s nog:

Update 3-12-2013: Nope, ’t is gedaan met de Komeet van de Eeuw. Ik vind ’t vooral zo sneu voor de mensen die nou weer een nieuw doemcomplot moeten bedenken:

Stereoïcosaëder

In navolging van deze foto’s hier weer eens een gooi naar de appreciatie der stereografie in de vorm van een schattig icosaëdertje dat ik onlangs in een exclusieve winkel heb verworven. De instructies zijn weer hetzelfde: staar door de foto heen naar het oneindige, zodat beide helften over elkaar heen vloeien. Mocht u de ‘scheelkijk’-methode prefereren, klik dan op de foto voor omwisseling van links en rechts.

Icosaëder 3D (parallel)TonyRainbow_450

Zigzagwoorden

Hier een leuk oldschool taalspelletje voor als u zich verveelt. Geïnspireerd op een stukje van Hugo Brandt Corstius, wie anders, die in zijn Water en Vuur vertelt hoe het Engelse woord fire vertaald kan worden met vuur, maar ook met brand. Vuur op zijn beurt kan in het Engels echter ook weer vertaald worden met light (Go”a light, guvna?), wat in het Nederlands dan ook weer licht kan betekenen. In schematische vorm:

Zigzag1

Een zigzagpatroon dus. Frappant, nietwaar?

Nou, eigenlijk helemaal niet. Een woord in taal X correspondeert nooit precies één-op-één met een woord in taal Y. Van beide kanten heb je vrijwel altijd meerdere vertaalopties. Zo kan Italiaans sperare in het Nederlands zowel hopen als (ver)wachten betekenen, afhankelijk van de context. En andersom wil een Italiaan graag weten of u azzurro bedoelt of blu als u het over blauw heeft.

Dat betekent dus dat er heel veel van dit soort zigzagslierten kunnen worden opgesteld, en dat dat bijvoorbeeld leuk is als taalspelletje voor als u zich verveelt. Hier bijvoorbeeld nog eentje: button kan zowel knop als knoop betekenen; knoop op zijn beurt kan zowel button als knot betekenen.

Zigzag4Of deze:

Zigzag2

In het Frans kan het natuurlijk ook:

Zigzag3

Enzovoorts. Is dat nou niet geinig? En die slierten kun je dus zo lang uitbreiden als maar lukt, à la zus:

Zigzag5

Ik zou zeggen: probeer het zelf eens. Het hoeft allemaal niet taalkundig waterdicht te kloppen (light is tenslotte niet zozeer vuur als wel vuurtje), het is maar voor de leuk. Wie maakt de langste zigzag? Bonuspunten als u ’m circulair weet te krijgen (en platina pantoffels voor wie er een bouwt met alle woorden van twee talen erin, moehahaha).

Pret ende vermeienis ermee!

Kalkoenkomeet, updeet

Een jaar geleden berichtte ik over de potentieel spectaculaire komeet die tegen kerst aanstaande onze hemel gaat komen opluisteren. Hoe staat het daar inmiddels mee, popelt u zich af?

ISON eergisteren
ISON eergisteren

Welaan. Of het de ZOMG EXPERIENCE OF A LIFETIME!!@ wordt die sommige websites ons willen doen geloven is nog erg de vraag, maar zeker is dat het ding, inmiddels voorzien van de welluidende koosnaam ISON (geboren C/2012 S1, maar we noemen hem Bikkel), gestaag onze kant opvliegt. Sterker, hij is al zichtbaar, als u tenminste iets van een verrekijker bij de hand hebt en van vroeg opstaan houdt. Ongeveer bij de voorpoten van de Leeuw zit hij momenteel (zichtbaar vanaf een uur of 4 ’s nachts; Mars hangt daar op het ogenblik ook rond), maar meer dan een vaag veegje zult u nog niet ontwaren.

ISONpad Leeuw
ISONs pad langs de sterrenhemel (klik voor grote versie)

De kans op spektakel hangt volledig af van het verdere verloop van zijn baan. Hoe dichter langs de zon een komeet scheert, hoe langer zijn staart doorgaans. Alleen, te dicht langs de zon en hij brokkelt in gruzels uiteen, en dan heb je niks om aan je kleinkinderen te vertellen. Op dat laatste lijkt ISON aan het afstevenen te zijn; volgens ene Ignacio Ferrin is hij zelfs al aan het uitdoven nog voor hij de kans gaat krijgen op te vlammen.

ISONpad
ISONs pad als hij niet op de zon knalt

Maar komeetgedrag is notoir onvoorspelbaar, en dus kan het gebeuren dat het ding zich stiekem lekker toch in één stuk langs de zon weet te werken en zijn staart vervolgens bijvoorbeeld onze halve hemel komt vullen.

Hoe het er eventueel uit komt te zien na 28 november

ISON bereikt zijn dichtst bij de zon gelegen punt op 28 november, dus dan zullen we het weten. In de tussentijd kunt u alle ontwikkelingen en daarbijgevoegde foto’s volgen op www.cometisonnews.com. Of Earthsky.org, is ook een goeie. Wij helpen u hopen!

Luv’ – Trojan Horse

Ja, sorry dat ik het weer op de jaren ’70-disco loop te munten, maar dan had dat decennium ook maar niet zulke fenomenaal slechte liedjes moeten voortbrengen. Hier weer zo’n juweel, van ons eigen modderbodem, met echte stukjes Patty Brard: Luv’ en de spetterende alarmschijf Trojan Horse.

Het helemaal aan gort fileren van de tekst laat ik ditmaal aan u over:

You came in through the door – like a Trojan horse
You came onto the floor – like a Trojan horse
You looked around and saw me, but your eyes remained the same
But soon you would show more – like a Trojan horse

Come on, now one, two, three
You’re gonna dance with me

One, two, three, four, five
You say I’ll be your wife
You move a little fast, now wait a little while
If you want to last, you show a little style

The gates are not yet opened,
So the horse cannot come in
When you tell a happy story,
The beginning you begin

You got to take your time – like a Trojan horse
Don’t know what’s on your mind – like a Trojan horse
You came, you saw, you conquered, but you move a little fast
You made your plan just fine – like a Trojan horse

Orde uit chaos

Zoals trouwe volgelingen weten ben ik een groot fascinant van complexe patronen die uit simpele regels voortkomen: Conway’s Game of Life, de textuur van karnemelk, e.d. Heeft voor mij op een heel diep soort manier te maken met hoe dat verbluffende universum van ons heeft kunnen ontstaan uit een amorfe klonter meuk.

Hier weer zoiets namelijk. Kinderlijk simpel principe, intrigerende implicaties. Met een moeilijk stel woorden heet het Diffusion-Limited Aggregation, wat in lekentaal gewoon betekent: regel een zooi random ronddwarrelende deeltjes en laat ze aan elkaar kleven zodra ze elkaar raken. Het gevolg: organische, vertakkende formaties die aan koraal doen denken, of ijsbloemen, of bergketens.

Koraal  IJsbloem  Bergketen

Hieronder ziet u het principe in actie. Een veld met deeltjes (grijze stippen) dwarrelt ongericht rond; daarbinnen wordt een aantal ‘zaadjes’ geplant (gekleurde stippen). Zodra vervolgens een grijs deeltje een gekleurd deeltje raakt, kleeft het eraan vast en krijgt het dezelfde kleur, daarmee zelf een zaadje wordend. 

CropperCapture[17]

Dat is alles; verder doet het toeval zijn werk en beginnen de koralen vanzelf te groeien. De grijze deeltjes bewegen compleet random, ze hebben geen ingebouwde voorkeur voor een bepaalde richting of bijvoorbeeld een neiging sneller naar een reeds gevormde ijsbloem te dwarrelen dan ervandaan. Je zou verwachten dat dat een amorfe klonter meuk oplevert, zo’n doelloos proces; maar nee dus. Zonder dat de deeltjes het van tevoren van plan zijn, brengen ze orde aan in de chaos.

Ik vind dat verregaand gaaf, en omdat ik ook nog eens een amateurhacknerd ben heb ik er een simulatieprogrammaatje van gemaakt*, waaruit bovenstaande animatie afkomstig is. Brownian Trees heet het, want zo worden die bergketens genoemd. U kunt het programma hieronder downloaden om er zelf mee te spelen.

download
Download Brownian Trees

Klik met rechts op deze downloadknop hier en selecteer ‘Link opslaan als…‘ of welk equivalent uw bräußer daar ook maar voor biedt. Daarna ontzipt u het bestand, en eenmaal geopend gaat de simulatie vanzelf van start. Voor nadere instructies drukt u binnen het programma op F1. Zo maakt u de platte stipjes bijvoorbeeld bol door op D te drukken, en met P verbergt u de grijze deeltjes.

En dan maar gewoon toekijken. Leuke observaties om te doen zijn: Welke kleur gaat winnen, en waar komt dat door? Waarom kruisen twee kleuren elkaar nooit? Wat voor verschil maakt het hoeveel grijze deeltjes er in het begin zijn? Is het leven eigenlijk niet ook een diffuus aggregaat van alsmaar aangroeiende stukjes ervaring? En zo meer.

Ik zou zeggen, pret ermee! En een fijne herfst, ook.

* Voor de geïnteresseerden: de simulatie is gemaakt in GameMaker 8 en omdat het een .scr-bestand is (mijn blogbovenbazen staan het begrijpelijkerwijs niet toe om .exe-bestanden up te loaden) kunt u het ook als screensaver instellen: klik met rechts op het ontzipte programma-icoon en selecteer ‘Installeren’. (Dit alles welteverstaan onder Windows; of de boel ook op Mac draait moet u even aan Blinde Schildpad vragen.)

Update. Hier nog een puik voorbeeld van Diffusion-Limited Aggregation in het wild, maar dan in 3D en met een stevige zijbries:

DLA 3D