De voordelen van de dwergpincher:
De nadelen van de pitbullterriër:
Twee hondenbezitters aan de telefoon:
[🍇🍏🐻[🐸]
Rara, wie zien we hier? Goed kijken, u kent ze beter dan u denkt.
Heel goed, het zijn de aarde en de maan. Gefotografeerd vanaf Saturnus, bijna anderhalf miljard kilometer hiervandaan.
Sta nog eens stil bij dat stipje. Dat is hier. Dat is thuis. Dat zijn wij. Op dat stipje heeft iedereen bestaan die je liefhebt, iedereen die je kent, iedereen van wie je ooit hebt gehoord, iedere mens die ooit heeft geleefd. Het totaal van onze vreugde en ellende, duizenden zelfverzekerde religies, ideologieën en economische doctrines, iedere jager en verzamelaar, iedere held en lafaard, iedere schepper en verwoester van beschaving, iedere koning en onderdaan, ieder verliefd jong paar, iedere vader en moeder, hoopvol kind, uitvinder en ontdekker, iedere verkondiger van moraal, iedere corrupte politicus, iedere ‘grote leider’, iedere ‘superster’, iedere heilige en zondaar in de geschiedenis van onze soort heeft daar geleefd: op een stofdeeltje, gevangen in een zonnestraal.
Aldus Carl Sagan in 1990, toen de Voyager 1 voor het eerst zo’n verre foto van de aarde maakte:
Of, om met een ouwe Blinde Schildpad te spreken: Go, aapjes!
Welaan, we gaan maar gewoon weer door hè, met Borát. Deze week: informatie. En wel:
– Over het nieuwe fenomeen slowhouse:
– Over een nieuw soort snelkookpan:
– Voor de dove kickboxers:
Een krappe vier jaar (want zo lang bestaat Drabkikker alweer!) geleden schreef ik over het pekdrup-experiment: een trechter vol pek waar zo eens per decennium een druppel uit druppelt. Pek is normaliter hard als glas, behalve als je maar lang genoeg wacht.
Om precies te zijn zijn er twee versies van het experiment gaande: eentje sinds 1927 in Australië aan de Queensland University in Brisbane, en eentje sinds 1944 in Trinity College te Dublin, Ierland.
Beide opstellingen hebben over de jaren al zo een handvol druppels laten vallen, maar – geheel in rijm met de Wet van de Broodrooster – precies telkens als er net niemand keek. Ook camera’s leken met meneer Murphy onder één hoedje te spelen, door exact op het langverwachte moment dienst te weigeren.
Dat is vanaf heden verleden tijd: het Trinity-experiment heeft eindelijk een authentieke pekdruppel op de gevoelige plaat vastgelegd. Geschiedenis is geschreven.
Verdju, hoor ik u spijtstampen, had ik daar nou maar bij geweest. Jaha, dat is balen. Nou, heb ik nieuws voor u: de eerstvolgende Queensland-druppel staat gepland, je houdt het niet voor mogelijk, op ergens later dit jaar! Volg de live feed (echt waar) hier.
Dank aan Blinde Schildpad voor mij te notificeren!
EXTRA TOEGIFTBONUS: Voor wie de 639 jaar van John Cages As Slow As Possible een beetje karig vindt wijst reageerdert uair01 ons op het bestaan van het muziekstuk Longplayer van Jem Finer voor klankschaalarsenaal. Het staat al sinds 1 januari 2000 te spelen in een ouwe vuurtoren, en zal dat insha’allah blijven doen tot, houduvast, 31 december 3000. En het mooie is: u kunt er live naar luisteren via deze stream hier! Koewll.
Vanwege de datum en onlangse herblijken van interesse in lange tijd weer eens een Borát! De Prins is in Frankrijk geweest.
Herinnert u zich dit filmpje van vorig jaar nog? Ene Jarno Smeets kiest op eigen spierkracht het luchtruim:
Inderdaad, dat was dus nep.
Dit hieronder daarentegen is echt. Aanschouw de eindelijke winnaars van de in 1980 uitgeschreven Igor I. Sikorsky Human Powered Helicopter Competition, aan het stuur van ’s werelds allereerste langer dan een minuut in de lucht blijvende mensaangedreven helikopter:
Ik weet een Italiaan die dit heel tof zou hebben gevonden.
Eén-twee, één-twee, één-twee.
Eén-twee-drie, één-twee-drie, één-twee-drie.
En daarmee heeft u zo’n beetje het hele repertoire aan maatsoorten in de standaard westerse muziek. Zet maar eens een doorsnee nummertje op. Johnny Cash, Enrico Caruso, Yann Tiersen, Lordi, Die Wildecker Herzbuben. Heel, héél erg grote kans dat het een maat van twee tellen heeft of – in beduidend minder gevallen – eentje van drie.
Klassieke muziek vormt soms een uitzondering (vooral moderne), jazz ook en de Beatles Stranglers (ho) maar daar houdt dan wel ongeveer op. Nagenoeg al onze muzikale uitspattingen bestaan uit herhaalde blokjes van twee of van drie tellen. Of vier of zes, maar dat zijn uiteraard gewoon weer dubbelvouden van twee of drie.

En op zich komen we hiermee een heel eind. Ik bedoel, er is niet voor niets zo’n ontzaglijke verscheidenheid aan westerse muziekstijlen. Dat komt, uit die uiterst beperkte set maten kunnen we een vrijwel oneindige hoeveelheid ritmes bouwen, door middel van het beaccentueren, verzwijgen of anderszins manipuleren van de tellen.
Maar toch, hoe ingewikkeld het ritme ook, op de achtergrond kun je vrijwel altijd één-twee, één-twee, één twee meetellen of één-twee-drie, één-twee-drie, één-twee-drie. En dat is toch een klein beetje saai.
Ja, dat kan ook anders. Waarom namelijk ophouden bij twee of drie tellen? Geen enkele reden waarom we niet hoger zouden kunnen, en dat is dan ook precies wat de eerder vermelde moderne klassiek, jazz en experimentele aanverwanten af en toe doen: maten gebruiken van vijf, zeven, negen, elf of nog veel gekkere aantallen tellen. Sterker, er zijn volkeren die het zelfs helemaal van nature doen, zonder postmodernisties te willen zijn. Op de Balkan bijvoorbeeld, en in aanpalende regionen zoals het Midden-Oosten en India.
Jamaar hela hola kindercola, Drabkikker. Vijf, zeven, negen etcetera, dat kun je toch net zo goed weer ophakken in twee of drie?
A-há, beste lezer, maar daar heeft u de crux bij de taas te pakken! Het essentiële verschil met Gewone Maten is dat Rare Maten niet bestaan uit blokjes van twee of drie, maar uit blokjes van twee en drie.
Vijf kun je bijvoorbeeld opsplitsen in 2+3, of in 3+2. Zeven kan worden herverdeeld als 2+2+3, 2+3+2 of 3+2+2. En zelfs een in theorie Gewoon aantal tellen als 8 kan Raar worden opgehakt, bijvoorbeeld in 3+2+3. Enzovoort.

Ziet u het verschil? Waar wij standaardwesterlingen heel eenzijdig òfwel 2+2+2+2 òfwel 3+3+3+3 tellen, gooien Balkarabindiërs de twee ingrediënten door elkaar heen: (2+3)+(2+3)+(2+3). Of (3+2+2+2)+(3+2+2+2)+(3+2+2+2). Of nog veel ingewikkelder.
Je zou zeggen, dat kan toch nooit echt lekker dansbaar wezen, dat soort onnatuurlijke maten, wat bezielt die lui? Maar dat is nu de gein: het klinkt niet alleen volstrekt natuurlijk, het swingt zelfs regelrecht de pan uit. Mijn pan in ieder geval wel.
Daarom niet langer gedraald en onverwijld over naar een Ode aan de Rare Maat, van Vijf tot Dertien, uit West en Oost en welke windstreken daar verder nog tussen mogen waaien. Bij elk nummer heb ik de opdeling in twee- en drietellige blokjes vermeld; telt u mee? Daar gaan we.
Deze laatste zou je ook uit Gewone Maten kunnen vinden te bestaan (van twee tellen elk) maar dan snel gespeeld en telkens herhaald in groepjes van zeven. Telt het dan nog als Raar? Nou, ik besluit van wel, puh.
Maar dan dus ongebruikelijk opgehakt.
Deze kan eventueel ook als vijftellig tellen, hangt er een beetje van af hoe je telt. Maar tien lijkt beter te kloppen. En net als bij Hajnal hierboven zou je de boel ook kunnen opvatten als opgebouwd uit Maten die van zichzelf Gewoon zijn maar een Raar aantal keer (hier dan dus tien) worden herhaald.
Het ontbreken van orkestratie maakt meetellen met dit schone wijsje nogal tot een uitdaging, temeer daar de dames her en der een tel langer aanhouden c.q. pauzeren om adem te halen, maar mijn Bulgaarse connecties (dank!) bevestigen dat het wel degelijk om een elftel gaat. Wat u natuurlijk allang gezien had aan de behulpzame maatslag van de dirigente.
(Deze peptoet-cover van David Byrne lijkt ritmischer consistent, dus misschien helpt dat voor het ontcijferen. Ik kom er alsnog niet echt uit.)
Dat u soms niet dacht dat het daar ophield ofzo. Waarom zou je je namelijk binnen één stuk beperken tot dezelfde Rare Maat, als je ze ook door elkaar kunt gooien? Ik bedoel, als we toch bezig zijn, nietwaar.
[Sorry, Tale is overleden, maar onderstaande heren doen hetzelfde liedje met generlei onderdoenden verve:]
Ik mag dat.
En dan zijn er ook nog muzieken waarvan de Rare Maat me boven de pet gaat. Wat vooral iets zegt over de limieten aan mijn ritmegevoel, dus mocht u er wél uit komen, roep!
Deze maat is zó raar dat blogbezoeker Fusica hem maar helemaal heeft uitgeschreven. Dank daarvoor!

Dit is op zich een achttellige maat, maar met zúlke malle accenten dat ik in eerste instantie niet eens doorhad dat het een achttellige maat is. Als je de vrolijke drummer op de achtergrond volgt is dit geloof ik een 3+3+2 (of 2+3+3?) maar de melodie lijkt daar totaal anders over te denken.
Super swingend nummertje, maar naar de maat kan ik slechts machteloos raden. De zang en het ritme lijken elk compleet hun eigen ding te doen, en toch klopt het. Des te frustrerender dat het hele publiek kennelijk wél perfect snapt waar en hoe mee te zingen/klappen. Hier toont zich duidelijk mijn gebrek aan Latijnse heupen.
Ja, kijk, hier begin ik natuurlijk niet eens aan. Als je de hand-/knieklappen volgt moet dit een zeventellige maat zijn, maar verder heb ik het te druk met mijn kaak oprapen.
Update: Ah! Handig: een versie met notatie erbij:
Lekkere opzwepert van het toffe Duitse Balkancajunhopsagroepje 17 Hippies.
De taal, want dat vroeg u zich natuurlijk even hard af als ik, is Südhessisch. Ik heb het idee dat het over bepaalde loshangende lichaamsdelen gaat, maar dat kan aan mij liggen. U suggesties?
Uz misch ned
Babbisch guzje uz misch net
Isch ho dä nix gedo äbbä isch dab disch
Wenn de misch uze dost dab isch disch sischälisch
Uz emo den do der do sezd do
Den schlabbekigger do
Gug dä den ämo oHeb heb mem giggel ibbän zou
Dou dabbes do denge mo net do
Dasde misch uze konsd – net? – noa!
Weil isch noch dä schnabbe do
Un wenn de do dei do uze don do dost
Do däi disch dabbes dabbe dabbe däi disch dabbesHeb heb mem giggel ibbän zou
Un wenn de do dei do uze don do dost
Do däi disch dabbes dabbe dabbe däi disch dabbes
Dumm dabbe digge bobbes dabba dabba digge bobbes
Shake dan digge bobbes babyHeb heb mem giggel ibbän zou
Uz misch ned
Update: Oh, wacht, de vertaling staat onder het Youtubefilmpje. Niet dat het er ook maar twee bobbes begrijpelijker op wordt met een totaal andere vertaling in het Frans dan in het Engels, maar goed.
Twee reclamepamfletjes die in aantrof in een oud boek. Klik voor groot.
1. Zijlstra vruchten. Goedendag kruidenier, een schepel pruimedanten alstublieft.
2. Van Rossem’s Tabak geeft U een Polis in den zak. Zegge een duizend gulden bij verlies van twee handen of twee voeten, of twee oogen, of een hand tezamen met een voet, of een hand tezamen met een voet, of een hand tezamen met een oog, of een voet tezamen met een oog, wie wil dat nou niet! Moet u wel binnen veertien dagen na aanschaf een ongeluk krijgen.
Normaal ben ik nooit zo van de modieuze gadgetjes, maar onlangs heb ik mij hierop een uitzondering verstout: een e-reader. Zit namelijk zo, naast kasten vol fysieke codexen groeit er op mijn computer een gestage megalading pdf’s. Alleen, lezen doe ik ze nauwelijks. Je gaat op de een of andere manier niet van nature achter een monitor zitten om eens fijn een goed boek te lezen, en uitprinten geeft ook maar rompslomp en regenwoudenleed. Omdat ook de wetenschappelijke artikelen die ik voor mijn werk lees in toenamende mate in digitaal formaat komen en het dus niet louter voor de pret zou zijn, vond ik de stap gerechtvaardigd me eens in het e-readerwezen te oriënteren.
Tot dusver hadden die dingen me op zich als concept wel geboeid, maar trof de technologie me als tamelijk knullig en mijlen achterlopend op ikTabletten en snuggerTelefoons die negenhonderd dingen meer kunnen. E-readers werken namelijk niet met straallicht zoals een monitor, maar met e-ink, een displaymethode à la LCD die het van omgevingslicht moet hebben en daarmee de ervaring van bedrukt papier benadert. Hetgeen rustiger is voor de ogen, en dat je er dus ook mee in de felle zon in een park kunt gaan zitten. Maar vooralsnog alleen in zwartwit, traag ladend, in kastjes die doen vermoeden dat de ontwerper voorheen magnetrons deed, en vooral: te duur om in overweging te worden genomen.
In dat laatste zit nu verbetering. Op mijn omzwervingen kwam ik al spoedig terecht bij Kobo, een nieuweling op de markt die naar het schijnt hard op weg is om Amazon met zijn Kindle de laan uit te concurreren. Voor zo’n 100 euro heb je bijvoorbeeld al een Kobo Touch, of zelfs nog goedkoper: een Kobo Mini voor maar 80.
Kijk, dat zijn tenminste prijzen om over naar huis te skypen, en ook de knulligheid lijkt danig opgekalefaterd. Bovendien: ik wil juist geen iPad of smartphone, want die zijn, behalve onnodig duur, volgeladen met allerhande afleidende appjes en flappjes die ik dan veels te leuk ga vinden en dan heb ik zo weer een verslaving te pakken, ik ken mijzelf. Niets daarvan; gewoon rechttoe rechtaan lezen, verder geen hopsaheisa. Kost ook bakken stroom trouwens, zodat je om de haverklap aan het opladen moet, wat bij dat e-ink-systeem juist enorm weinig hoeft – zie mijn review onderaan deze post.
De Mini leek me wat al te mini (formaat sigarettenpakje) om prettigerwijs pdf’s te lezen en dus stond ik al op het punt de Touch te bestellen, tot ik doorsijpelende berichten tegenkwam dat er eind mei een nieuw model in aantocht was: de Kobo Aura HD, met groter scherm, snellere laadtijd, flitsend design en ongeëvenaarde resolutie uitroepteken!
Ook uw Drab is niet geheel ongevoelig voor dit soort reclamepraat en dus besloot ik dat ik er de toch net weer iets tandenknarserigere 170 euro voor over had.
Welaan, dus enfin, kort verhaal lang, afgelopen weekend was hij daar dan, mijn elezer, en ik moet zeggen dat ik er danig mee in mijn sas ben. Ik heb nu al meer gelezen dan in de afgelopen maanden, zij het tot dusver alleen voor de pret en nog niet voor werk. Dat heeft er veel mee te maken dat ik toch enige kanttekeningen heb, met name op het punt waar het me nou net om te doen was: pdf’s lezen. Ik zal u niet langer in spanning laten en presenteer bij dezen Drabkikkers exclusieve hoogstpersoonlijke gebruikerservaringreview van de Kobo® Aura© HD™ 2013 Met Extra Stukjes Noga.
Pluspunten
Minpunten


Eindconclusie: het knullige is er nog niet helemaal af, maar ’t is een tof ding, vooral als je je tot e-books beperkt. Voor pdf’s zou ik ofwel een praktischer zoomsysteem wensen, ofwel een groter scherm zodat je überhaupt niet hoeft te zoomen. De techniek mag allemaal nog ietsje langer doorontwikkelen. Grote kans dat daar binnen afzienbare tijd rasse schreden in worden gemaakt en ik dus weer een nieuwe e-reader moet. Want zo begint het hè.
… Amerikaanse stad Wyoming? Jullie bedoelen staat, neem ik aan?
Nee, er blijkt ook een stad Wyoming. Waar? Nou, in Michigan natuurlijk. Alleen eh, daar heb je toch echt geen woestijn hoor.
Ach ja hè nietwaar, een fout is zo gemaakt. Onze Argentijnse paus komt immers ook uit Colombia? Moeten ze daar maar geen stadjes hebben die La Argentina heten.
(En hoezo, verkeerde oceaan? Het stikt[e] daar toch van de Azteken? Nou dan.)
Met het verdwijnen van Koninginnedag gaan we nog iets anders verliezen: de geregeldheid waarmee dat woord wordt verhaspeld tot Koniningedag.
Toen ik deze uitspraak (diep terug in de jaren ’80, hebben we het dan over) voor het eerst hoorde dacht ik dat de spreker grappig wilde zijn, maar inmiddels weet ik dat ze daarvoor te vaak voorkomt. Ali B. doet het, en Erwin O. als ik het me wel herinner, en met hen nog zo’n 83500 haspelaars.
Ik heb er nooit echt studie van gemaakt in welke kringen het verschijnsel precies voorkomt (het Westen doet er geloof ik meer aan dan andere stukken Nederland, en sociale klasse lijkt niet direct een factor), maar fonetisch te verklaren is het prima. Namelijk vanwege als volgt.
Het heeft allemaal te maken met de curieuze klank ‘ng’. Wij spellen dat ding met twee letters, maar je hoeft ‘m maar uit te spreken om te horen dat het fonetisch slechts één klank is. (We hebben het nu niet over woorden als ingang en woongenot, waar je uiteraard wèl twee klanken hebt.) Fonetici schrijven hem daarom ook maar met één tekentje: ŋ.
Die ŋ kan in het Nederlands op verschillende plekken in een woord voorkomen: aan het eind (waŋ, sproŋ, kreeftskeerkriŋ) of in het midden (wriŋen, loŋinhoud, en ook eŋkel en raŋcuneus – waar je de g weliswaar niet schrijft, maar wel degelijk een ŋ uitspreekt).
Maar een ŋ kan niet aan het begin van een woord of lettergreep staan. ŋappelsap, ŋayonaise: loopŋeus, décolleŋé. Mag niet. Ja, hèhè, denkt u misschien, zo’n klank krijgt een mensch den bek toch ook niet uit? Nou, meneer Nguyen uit Vietnam heeft er anders geen enkele moeite mee, evenmin als de sprekers van nog zo’n 145 andere talen.
Maar goed, hier bij ons mag het dus niet. En dan bedoel ik niet het prescriptieve ‘mag’ van ‘Ohhh, jij schrijft ik wordt, dat mag niet!’ Dat is een spellingskwestie, vastgelegd volgens een min of meer willekeurige afspraak. Ik heb het over het descriptieve ‘mag’: een fenomeen dat de diepere programmatuur van een taal aangaat. Zoals dat je in het Nederlands niet ‘koekje het’ kunt zeggen (maar in andere talen juist wel, zoals Aramees). Of een ŋ aan het begin van een woord of lettergreep kunt gebruiken.
En dat geeft gelazer met een woord als koningin. In de niet-verhaspelde uitspraak klinkt het namelijk heel erg alsof die laatste lettergreep met een ŋ begint: ko-ni-ŋin. Probeer het maar. En omdat dat verschijnsel nergens anders in het Nederlands ook maar in de verste voorkomt gaat er bij sommige sprekers een alarmvlaggetje omhoog: ‘Ho, dit kan niet de manier zijn om dit woord uit te spreken’. Waar ze in principe een punt hebben.
Dat moet dus opgelost. Er moet een uitspraak van koningin worden gevonden die wèl fonetisch klopt. Wat te doen?
Nou, U kunt bijvoorbeeld zeggen: kieper die hele ŋ eruit en vervang hem door een g: ko-ni-gin. Klinkt u wel als oude adel, maar u schendt in ieder geval de fonetische parameters van het Nederlands niet.
De andere optie is: draai de ŋ en de n om: ko-ni-niŋ. Hups, de ŋ netjes naar het eind van de lettergreep waar hij hoort, net als bij koning, en een veilige, fonetisch volkomen acceptabele n aan het begin ervoor in de plaats.
En ziedaar onze kandidaat. Metathesis, heet dat omwisselen van klanken; hetzelfde verschijnsel als bij weps, Geldrop en bakkeljauw. Klinkt beter dan verhaspelen nietwaar?
P.S. Wie mij een video- of audiofragment met de haspeluitspraak van koningin(nedag) kan linken zij geprezen in den hoge. Ik heb mij een bult lopen zoeken, maar tot dusver geen succes. Giel Beelen! Doet het geloof ik ook.
Update: In de tussentijd is hier (op 0:57) alvast nog een andere interessante uitspraakoptie: konigiŋedag:
Update 2: Deze jongeheer ligt er niet specifiek wakker van, verder:
Ja, nee, Pierre en Georg zouden een ronde dansje van pure levens vreugd hebben gemaakt om deze heugens waardige ont wikkeling. Hoe ra!
WaaromzijnwenietgewoonlekkerSeptuagintastijlscriptiocontinuablijvenschrijven?Datzoueenhoopgelazerhebbenvermeden.
Ik droomde dat ik op een of ander diner was met allemaal dure mensen; althans, dat werd me verteld dat ze dat waren want de setting en iedereens verschijning was betrekkelijk informeel. ‘Dat meisje daar,’ wees men mij op een jonge blondine met krulletjes, ‘die heeft een gouden handtekening.’
In de rij voor het buffet schoot ik haar jolig aan: ‘Zo, en van wie is die gouden handtekening die jij thuis aan de muur hebt hangen?’ Ze kon er, gek, nauwelijks om lachen en legde uit dat ze Barbara (of soortgelijke voornaam) Nokia heette. Bij nader beschouwen had ze inderdaad distinct Finse gelaatstrekken.
And it was like. So I was like. And then she went like. It was like. Like. Like. So it was like. And I was like. It was like. So like he said, like. And she was like. Like. Like. Like. Like, like. So it was like. And I was like. So yeah, like. Like. Like. Like. Like. Like, like, like she went like, like. Like. Yeah, like, so I was like, yeah. So it was like. He was really like. And I was like. Like, it was like, like those cheese cakes? Like. Like, and then he was all like. Like. Like. Like. Like. Like. Yeah, but you have to like, like. Like. Like, I was like, it was, like. Like. Like. Like. Like. Like, like, I like went like, like. And she went like. So I was like. It was like. Like, what? So, like, yeah, like. And it was like. It was like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like; like? Like. Like. Like. Like. Like. It was like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. You know, like those, like, it was, like. Like. It was like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like, yeah, so, like. I was like. And I had like these, like, like, is this like Schiphol yet? Like, it was like. So, like. She was all like, like? Like. Like, like, like, like, like; like. Like. Like. Like. Like. Like. Like. Like.

Verder hadden ze het geloof ik over een ophanden zijnde trouwerij of zoiets.
Het zal u bekend zijn: in een schreefloos font ziet de hoofdletter I er nogal hetzelfde uit als de kleine letter l. Noord-Korea’s voormalig geliefd leider Kim Jung Il werd daarom nogal eens misnoemd tot Kim Jung II, wat vervolgens door sommigen weer vermakelijkerwijs als ‘de tweede‘ werd geïnterpreteerd.
Begrijpelijke fout, kan gebeuren, moeten die lui maar niet zulke gekke namen hebben, en wij niet zulke gekke lettertypes.
Maar eh, je mag toch verwachten dat de Noordkoreanen het zelf in ieder geval goed doen, vooral op hun officiële website. Nou.
Hmm, die twee letters zien er wel èrg er hetzelfde uit, vinnunie?

Het zal toch niet hè? Even de paginabron erbij halen, die gebruikt schreven.


Ik zou zeggen, gaat u maar rustig slapen; het zal met die nucleaire dreiging wel meevallen.