Wat het schrijven van een proefschrift met je doet.
Ruige luchten
Soms heeft een mens even behoefte aan natuurschoon om weer wakkergewaaid te worden. Daarom was ik maar eens een eind gaan fietsen in de fraaie poldergebieden ten noorden van Leiden. Zoals u zich misschien herinnert gingen de elementen afgelopen augustus behoorlijk tekeer, en daarvan kreeg ik op mijn tochtje dan ook het nodige mee. Behalve wakkergewaaid (en tot op mijn onderbroek aan toe natgehoosd) werd ik getrakteerd op een stel fenomenaal dramatische luchten, inclusief Zero Order Glow en een Rode Regenboog. Een betere remedie tegen galligheid had ik mij niet kunnen wensen!





![240820103025a []](https://drabkikker.com/wp-content/uploads/2010/09/240820103025a1.jpg)
De dominee en de lama
Twee schrijverijen uit de oude Drabdoos.
De dominee
Dikwijls deponeerden de dakduiven des duizelingwekkenden Domtorens diverse drollen, die doorgaans doodgewoon de dakgoot door dropen; doch ditmaal doordrenkte de derrie de dophoed der dominee, die deze donderdag de driedelige dichtbundel des Duitsen dichters Dolf Dimmelmann doornam. “Die druppel doet de deur dicht!” donderde de dominee, “Drommelse dieren! Deksels duivelsgebroed!” Dergelijke dreigementen drongen door de dikke deuren der Dominicuskerk. Desalniettemin daalden de drollen driftig door, de doorgewinterde deken danig desoriënterend; duizelig door de doordringende dampen der duivenpoep duwde deze de dure diamanten doopkelk dwars doormidden, draafde door de deuropening, de drukke dorpsstraat door, daarbij drie deftige dames dodend. Doortje, de dertienjarige dochter der dokter, die daar drentelde, dolblij dansend daar Diederik de deemoedige dijkgraaf dit dakloos deerntje dinsdags duizend dollar doneerde, deinsde, doch de dominee draaide duidelijk door: driemaal doorstak de dolk, die dominees destijds droegen, de darmstreek. De dikke drab droop druppelsgewijs, de daaronderliggende decembersneeuw donkerrood doordrenkend.
De lama
Langs de mijlenlange, angstwekkend brede tropenrivier de Tmanka’ sankoe, hetgeen betekent “de jonge vrouw die baadt in de melk van haar moeder”, aan de voet van de machtige berg Twoeka, die in de jaren van koning Ambar het volk zodanig veel ontzag inboezemde, dat honderden zichzelf bij wijze van zoenoffer met olie overgoten en in brand staken, liep, onder een staalblauwe hemel die, slechts gesierd met enkele roze wolkjes, als een goddelijk laken waarop een oneerbiedig persoon met aardbeiendrinkyoghurt gemorst heeft, de ene horizon met de andere verbond, in de warme bries die deze lenteochtend tot een haast paradijselijk geschenk maakte, de lama, vertwijfeld kauwend op een stuk zoethout, in de richting van zijn doel waarvan hij zelf nog niet wist wat het was, en hij zuchtte diep, als ware het een antwoord op het speelse geklater van de rivier, dat iets leek te vragen in de trant van “Domine, quo vadis?”, maar het bruingevlekte dier, dat uiteraard niet op de hoogte was van de Latijnse taal en derhalve niet wist dat dit de historische phrase was waarmee een Romein de toevallig passerende Jezus Christus aansprak, en die betekent “Heer, waarheen gaat gij?”, wandelde verder en sloeg, na het passeren van een oude pijnboom met takken die als de grijpende handen van een ‘s nachts door de moerassen dwalende schim naar de lucht reikten, linksaf richting de vlaktes van Battor, waar het krioelt van de leguanen, toen er plotseling een geluid klonk, dat nog het meest leek op het gekrijs van een adelaar welks klauwen met een botte bijl worden afgehakt en het geratel van wel honderd Mexicaanse ratelslangen tegelijk, waarvan de arme, immers welopgevoede lama zodanig schrok, dat hij twee decimeter de lucht in sprong, het stuk zoethout inslikte en bij het weer neerkomen op de rijkbemoste doch onplezierig harde grond zijn bewustzijn verloor.
Drabkikker is terug!
En daar ben ik weer!
Dat was bar hè, twee maanden zonder Drabkikker. Ik weet het, zelf heb ik mij ook behoorlijk gemist. Maar het moest even, want nu heb ik een belangrijk gedeelte van mijn proefschrift af, iets waarvan ik nooit gedacht had dat het ooit zou gebeuren. Er zijn natuurlijk nog allerhande stadia te doorlopen, zoals conclusies schrijven en stellingen poneren, dus we zijn er nog niet, maar in ieder geval is het einde nabijer dan ooit.
Zodoende kan ik schoorvoetenderwijs wel weer een beetje aan het blogposten slaan, vind ik. En u dacht natuurlijk niet dat ik in de afgelopen twee maanden helemaal niks aan materiaal heb lopen opsparen. Precies. Dus, omdat u zo trouw mijn wederkeer hebt afgewacht, ga ik u dat materiaal bij dezen in heel zijn volledigheid over u uitstorten. Zit u er klaar voor? Daar komen ze; één post per uur!
Tekentje van leven
Dag trouwe volgelingen! Hier even een kort blijk van het feit dat ik nog ademhaal. Sterker: het gaat zelfs erg goed. Ik moet zeggen dat deze dissertatieretraite me prima bevalt, en de internetluwte bijzonder heilzaam op mijn algehele zielerust werkt. Ik verzet meer werk dan ik in maanden kan zeggen verzet te hebben. Het is misschien wat eenzaam, maar de afwezigheid van procrastinatieve zelfvervloeking die ik ervoor terugkrijg is onschatbaar.
Dus, als u het niet erg vindt blijf ik nog eventjes low profile. Maar ik hou nog steeds van u hoor! Hier, een paar rozen voor u, uit eigen tuin:
Tot nader!
Drabkikker buiten dienst
Zo, nu is het wel weer even mooi geweest met die buitendeurse uitspattingen van me. De komende tijd ben ik stevig aan het werk voor mijn proefschrift en zal dus voorlopig even geen Drabsels uitscheiden. Spit u in de tussentijd eens lustig door mijn oude materiaal heen. Voldoende voor middagen plezier.
Ik kom bij u terug!
Borát: Edward Vunzing
Wie dat nou eigenlijk is, Edward Vunzing. Dat u dat nu dus weet.
Sergey Tyukanov
Mensen die de bezoekers van hun website op flash-intro’s en lamme muziekjes menen te moeten trakteren verdienen slaag en petsen, maar Sergey Tyukanov’s kunstwerken zelf maken alles weer goed. Hier hou ik dus erg van, dit soort stijl. Een beetje Jheronimus Bosch goes Codex Seraphinianus. Intrigerende, mysterieuze sprookjeswerelden waar je het liefst in zou willen duiken om ze te verkennen. Enfin, ga maar gewoon kijken. De muziek kan overigens uit, heeeeelemaal linksonder.
Update. Ah, nog beter: Vermijd die flash-onzin altegader door gewoon regelrecht in de index te bladeren. Dank aan Blinde Schildpad voor dat.
Update. Ah, nog beter: vermijd die flash-onzin altegader door regelrecht in de index te bladeren. Dank aan Blinde Schildpad voor dat.Drabkikker terug uit Zweden
En daar ben ik weer, terug van mijn tweede reis in drie weken: de Achtste Internationale Taalkunde-Olympiade in Stockholm. Zo’n 100 briljante scholieren uit grofweg twintig landen kwamen daarheen om taalpuzzels van uitermate pittig niveau op te lossen. Bijvoorbeeld:
Gegeven zijn telwoorden in het Drehu in alfabetische volgorde en hun betekenissen gerangschikt van klein naar groot:
caatr nge caako, caatr nge caangömen, caatr nge caaqaihano, ekaatr nge ekengömen, köniatr nge köniko, köniatr nge könipi, köniatr nge köniqaihano, lueatr nge lue, lueatr nge lueako, lueatr nge luepi
26, 31, 36, 42, 50, 52, 73, 75, 78, 89
(a) Bepaal de juiste correspondenties.
(b) Schrijf in cijfers: köniatr nge eke + caatr nge luepi = ekaatr nge ekako; luengömen + luako = ekeqaihano
(c) Schrijf in het Drehu: 21, 48, 83.
Lost u ‘m even op? U heeft zes uur voor vijf van zulke opgaven.
Maar hiernaast en vooral is zo’n week natuurlijk een puike gelegenheid om contacten op te doen met internationale medepubers en de geneugten van een toffe stad te proeven. Want dat is Stockholm; echt een buitengewoon fraaie plek, met water, pastelkleurige gevels en schemering tot na middernacht. Dankzij de nodige excursies kregen we alle kans om er afdoende indruk van te krijgen. Jammer dat een biertje er 7 euro kost, maar verder hoort men mij niet klagen. Leuk volk ook weer, net als vorig jaar in Wrocław, veel mensen herontmoet, zelfs nog een avondduik in een bergmeer gedaan met de mensen van de organisatie. Het Nederlandse team was weer een heel ander groepje dan vorig jaar, leuk om alle verschillende karakters te ontdekken. En ze zijn allevier in de prijzen gevallen: drie eervolle vermeldingen en een bronzen medaille! Ik doe het ze niet na.
Drabkikker terug uit Irak
Zo, ik ben weer terug hoor! Was erg de moeite waard; veel gezien, veel mensen ontmoet, mooie natuur gezien en ook stuitende betonbouw. Een snelle greep uit de dingen die ik gedaan heb:
– Driedaags congres bijgewoond dat volledig in het modern-Syrisch werd gehouden;
– Een lezing op voornoemd congres gegeven, ter plekke vertaald door een tolk;
– Op audiëntie geweest bij de Chaldese bisschop;
– Op audiëntie geweest bij de Assyrische bisschop;
– Op audiëntie geweest bij o.a. de Decaan van de faculteit van Taalkunde en bij de Minister van Cultuur;
– Heel veel gezeten en thee gedronken;
– Heel veel en heel erg lekker gegeten;
– Daar de nodige innerlijke consequenties van ondervonden;
– Nederland – Spanje gekeken via Al-Jazeera op groot scherm in een restauranttuin;
– Natgeflatst in het kader van het ‘Nusardel‘-feest;
– Overnacht in hevig idyllisch bergdorpje;
– Een Yezidi-heiligdom bezocht;
– Ongeveer vijf kloosters en zeventien kerken bezocht;
– Had ik zitten, thee drinken en lekker eten al genoemd?
Update September 2010: Hier kunt u een verslagje lezen van onze reis. Mijn eigen (en veel leukere) verslag komt ook nog, beloof ik.
Drabkikker naar Irak
Goed, zoals aangekondigd ben ik per vandaag een weekje in Irak. Drabkikker in Mesopotamië, hoe verzin je het!
Wat ga ik daar nu eigenlijk doen? Wel: ik ga samen met een Leidse hoogleraar naar de Salahaddin Universiteit in Erbil (ofwel Arbil / Hawler), waar we onder meer een lezing gaan geven, en de mogelijkheden bespreken over het opzetten van een samenwerkingsprogramma in de Aramese Studiën. Ze gaan daarvoor mensen nodig hebben die bijvoorbeeld Syrisch kunnen doceren, wat dus eventuele toekomstperspectieven voor mij in petto zou kunnen inhouden.
Natuurlijk retestoer, zo’n reis, maar ook best een tikje spannend. Niet zozeer qua onveiligheid ofzo (Noord-Irak is betrekkelijk in orde op dat gebied), meer dat ik benieuwd ben hoe ik het daar ga vinden. Wat voor mentaliteit heeft men daar? Kun je oprecht jezelf zijn of moet je de hele tijd een diplomatieke façade ophouden? Is het een stel fanaten met wie geen genuanceerd gesprek mogelijk is, of staat men open voor afwijkende zienswijzen? Sta ik open voor afwijkende zienswijzen?
Maar kom, het heeft geen zin om dit soort dingen vooraf te bespiegelen. Ik ga gewoon zo onbevangen mogelijk daarheen en laat de indrukken over me heen komen. Het zal hoe dan ook een interessante ervaring zijn, en naar alle waarschijnlijkheid zelfs regelrecht leuk. Naar Irak, wie beleeft er nu zoiets!
Ik zal al mijn wederwaardigheden te boek stellen, zodat u ze na mijn terugkeer kunt lezen. Woensdagavond de 14e ben ik weer terug.
PS. En uiteraard wordt het ook lekker warm. Mij benieuwen hoe dat combineert met het dragen van nette pakken.
Zelfvoorzienende slavinken
Hier dan nog even rap de aandacht aan twee rare woorden: zelfvoorzienend en slavink.
Zelfvoorzienend is raar omdat er een –en– teveel in staat: zelfvoorziend was al voldoende geweest.
Slavink is raar omdat ik u uitdaag een woord te vinden met een nòg bizardere etymologie:
Neologisme, in april 1952 geïntroduceerd door de Larense slager Ton Spoelder in samenwerking met J. Boerwinkel, directeur van de Internationale Keurslagersorganisatie, voor het snel-klaarproduct dat hij toen op de markt bracht en dat naar zijn zeggen lekker smaakte bij de sla en leek op een vink. De slavink had een korte braadtijd en werd aangeprezen als zomers vleesproduct dat zeer goed paste bij sla en andere voorjaars- en zomergroenten: Er is volop Sla. Geniet nu eens van een lekker aangemaakt kropje Sla met heerlijke gebraden Slavinken [,] iets nieuws, waar U Uw tong bij inslikt [1952; Texelsche Courant]. De slavink werd in Nederland al gauw zeer populair. Het tweede lid is gevormd naar analogie van de oudere blinde vink ‘gehakt opgerold in een lapje (kalfs)vlees’.
Vink als benaming voor een stukje vlees, naar de kleine en gedrongen vorm van een vink, is al ouder: vnnl. plockte vinken, potpasty ‘soort stoofschotel’ [1567; Nomenclator 94b], vincken, plocke vincken ‘id.’ [1599; Kil.], nnl. vinken “vleesch aan kleine vierkante stukjes gesneeden” [1710; Halma NF]. Volgens een oud volksgeloof zongen vinken het best wanneer zij blind gemaakt werden: Als de Vink blind is, zoo zingt hy best [1636; iWNT vink]; nog tot in het begin van de 20e eeuw werd vinken daartoe bewust mishandeld: de blinde vink als benaming voor het vleesproduct [1899; Matthey 2002], in BN loze vink genoemd, kan dus een connotatie van kwaliteit zijn.
Volgens EDale en WNT Aanv. is het eerste lid sla de stam van het werkwoord slaan, omdat het zingen van vogels van oudsher ook wel slaan wordt genoemd: de quackel slaet int coren [ca. 1540; iWNT slaan]. Inderdaad komt slagvink voor als gewestelijke volksnaam voor de vink, maar slavink niet.
Volvo bestraft lesbische zomerlinde
Update maart 2016: Wie bakt het beste teletekstsonnet?
Bekijk eens de volgende Vlaamse teletekst-pagina’s. Valt u iets op?
Ziet u het? Niet op de inhoud letten, maar op de opmaak. Precies! De regels zijn allemaal even lang!
‘Ja, en?’ hoor ik u verveeld tegenwerpen, ‘Dat heet uitvullen’. Maar nee, beste lezer! We hebben immers met een monospace lettertype te maken, waarbij elk teken (inclusief de spatie) dezelfde breedte heeft; hou er maar een liniaal verticaal langs. Dat betekent dat alle regels uit hetzelfde aantal tekens bestaan. Elke regel is exact 35 tekens lang!
Beseft u wat dit inhoudt? Er is dus bij de Vlaamse teletekst iemand in dienst die voor elk afzonderlijk nieuwsfeit tijd en moeite loopt te steken in een staaltje inventief formuleren van heb ik jou daar, louter om te zorgen dat het kopje op 35 tekens uitkomt! Terwijl dat helemaal nergens voor nodig is!
Van zoiets wordt een mens toch op slag vrolijk? Absent Martian (die dit ontdekte) en ik wel tenminste.
Update 30-6-2010: Uiteraard zijn we niet de eersten die dit ontdekken: hier bijvoorbeeld ook een stukje.
Drabkikker is drukbezet
Dag trouwe volgelingen. Ja, dat jullie niet denken van, die Drabkikker heeft zijn brui aan de wilgen gegeven, maar ik weet gewoon even niks, qua blog. Zal ook wel van de hitte komen, en doordat ik het ongans druk heb ook gewoon vooral. Waarmee? Wel, bijvoorbeeld met het voorbereiden van werkgerelateerde reisplannen. Volgende week vlieg ik naar Irak, twee weken daarop naar Zweden. Ja, ik weet ook niet hoe ik daar nou weer in verzeild ben geraakt. Iets met oude Arameeërs en taalkundepuzzels (respectievelijk). En vooraf aan dat alles word ik nog jarig ook, zodat mijn tuin drastisch gewied moet worden want anders denkt iedereen van, die Drabkikker wiedt zijn tuin niet. U begrijpt dat er op zo’n manier niet bijster veel van bloggen komt.
Het betere klokwerk
Oeha, deze wil ik voor m’n verjaardag! De Corpus Clock:
Voor als u echt niets te doen heeft
Hier een lekker verslavend nutteloos applicatietje voor op de zondagmiddag.
Borát: Een lied voor de vissers
Tijd voor muziek. De Vissers zingen het onovertroffen lied “Dat is toch geen vis man, dat is een schelpdier”.
Er was laatst een visser al achter de pier
Die had maar één arm en die ander was niet hier
Hij zat daar te vissen, vertrok er geen spier
Dat is toch geen vis man, dat is een schelpdier (2x)
Vraag hem dan: Visser, waar is toch uw arm?
Hij zegt: Die ben ‘k verloren al in een zeearm
Ik kon het goed zien want er hing nog een spier
Dat is toch geen vis man, dat is een schelpdier (2x)
Phraaie photographie
Hier, een tof stel zwartwitfoto’s voor u.

Toch een puik bijverschijnsel van een ooitmalig gebrek aan mogelijkheden, die zwartwitfotografie. Een goed voorbeeld dat beperking verrijking in zich kan dragen. Ik bedoel, dat alles tegenwoordig kan is best leuk hoor, maar het leidt wel tot belevingsinflatie.
Gastpost op Blinde Schildpad 9
Wat is dit? Lees het antwoord op Blinde Schildpad!
De blog of het blog?
Even terzijde dat ik het woord blog een beetje vies vind klinken maar het bij gebrek aan een kernachtig alternatief toch maar gebruik, zou ik het vandaag willen hebben over het bijbehorende lidwoord. Wat vindt u? Is het het blog of de blog?
Ik zeg zelf het blog. Maar waarom ik daar de voorkeur aan geef zou ik niet direct weten; mogelijk zit er een redenatie achter à la ‘blog komt van weblog, log komt van logboek, boek is een het-woord, dus blog ook’. Maar je komt minstens zo vaak de blog tegen, en ook dat is prima te onderbouwen: (we)blog is een Engels leenwoord, en die krijgen meestal het lidwoord de. Het lijkt erop dat beide opties even goed zijn; Onze Taal vindt dat ook.
Sommige woorden kun je nu eenmaal op meerdere manieren zeggen. Zie bijvoorbeeld ook auwto/oto, puzzel/puzel, het matras/de matras. Het is bij dit soort dingen een grappig verschijnsel dat aanhangers van de ene optie zich altijd enorm fel tegen de andere optie keren: ‘Het is tractor! Trekker is LELIJK en FOUT en de mensen die dat zeggen al HELEMAAL!’. Maar over het algemeen is er voor beide opties evenveel (of liever: even weinig) te zeggen. De beweegreden is meestal dezelfde als die voor het lidmaatschap van een bepaalde voetbalclub/politieke partij/geloofsgemeenschap: ‘X is goed omdat ik X doe, en ik doe X omdat ik dat altijd al doe, en dus is X goed, en Y niet.’
Kortom: mensen die de blog zeggen zijn stom. Ook al zijn ze in de overgrote meerderheid. Mensen die deze blog zeggen in plaats van dit blog zijn daarentegen juist stom omdat ze tot de minderheid behoren.























