Ik beval taal wel

“Ik lust dat niet.”

Het is 1674 en uw tot dusver hartelijke gastheer kijkt u ineens misprijzend aan. Oei, heeft u zijn kookkunsten beledigd? Nee, het blijkt niet om de pens-met-zult te gaan, maar om uw belabberde Nederlands. “U bedoelt, het lust u niet?” krijgt u broeierig toegeworpen. “Eh, precies,” antwoordt u wat bedremmeld, en voegt er verduidelijkend aan toe: “Ik hoef dat niet, want ik blief geen kaantjes-met-hangop. Niks persoonlijks verder.”

Nu is het echt mis. Van welk boertig allooi bent u wel niet? Iemand die niet eens weet dat je “Dat hoeft mij niet” en “Dat b(e)lieft mij niet” hoort te zeggen moet toch wel tot de allerlaagste regionen worden gerekend. Je zegt toch ook niet: “Ik luk dat niet”? Zonder toetje (dodo-ei met moederkoren) wordt u buitengesmeten.

Het tripje naar de zeventiende eeuw is niet wat u zich ervan had voorgesteld. U reist gauw terug naar de eenentwintigste, waar ze de dingen tenminste normaal zeggen. Van de weeromstuit gaat u een broek kopen. Maar, het is ook altijd wat, hij zit te krap. U schiet derhalve de dienstdoende broekverkoper aan en zegt “Ik pas deze broek niet.”

“Meneer,” antwoordt de beambte in kwestie korzelig,” u staat overduidelijk die broek wel te passen. Het probleem is dat hij u niet past.”

Sjees. Wat hèbben de mensen toch, de laatste eeuwen? U gaat in bed liggen mokken en komt er pas in 2074 weer uit. En u moet nog steeds een broek hebben. Gelukkig heeft u uw lesje geleerd en geeft het personeel van de Brooks 4U ditmaal in correct Nederlands te kennen: “Neemt u mij niet kwalijk, maar de STAG Trainingspants Sr past mij niet.”

Vertederd kijken ze u aan en zeggen “Aww, kijk nou, die opaatje is nog van voor de Twin Towers. Moeten we even helpen, of lukt u het zelf?”

We kunnen het bevallen of niet: taal is immer in beweging. Niets is fout; hoogstens oud. Of nieuw.

Iets met Gummiberen en My Little Pony’s

Ja nee, er komt namelijk alweer zo’n taalpost aan die uitsluitend uit tekst bestaat, dus ik dacht, ik plaats eerst even iets met Gummiberen en My Little Pony’s.

Update 12-5-2010: Oja túúrlijk. Blinde Schildpad moet ook weer zo nodig iets met My Little Pony’s. Verzin zelf eens wat, zwitsalhoofd!

Lacunes in de taal: bemooien e.a.

Ja! En dan had ik nu (of liever: al een jaar of veertien) graag de volgende lacune in het Nederlands opgevuld gezien: die van een klasse werkwoorden waarmee je het ondergaan van een emotie kunt uitdrukken vanuit het perspectief van de teweegbrenger van die emotie.

Oftewel, in gewonemensentaal: je kunt in het Nederlands zeggen Ik vind Charlotte mooi, maar er is geen goede manier om hetzelfde uit te drukken in een zin met Charlotte als handelende persoon: Charlotte ?bemooit? mij, of de bijbehorende passief: Ik word ?bemooid? door Charlotte.

Ik ervaar dit als een reëel gemis. In mijn optiek is het namelijk Charlotte die veroorzaakt dat ik haar mooi vind, niet ik. Net als ‘kwijtraken’ lijkt me ‘mooi (lelijk, ontroerend, welriekend) vinden’ toch hoofdzakelijk iets wat je overkomt, niet iets wat je actief doet; en dus zou ik zeggen dat een zinsconstructie met de veroorzaker als handelende persoon meer voor de hand ligt dan andersom. Maar nee dus.

Nu bestaan er wel een paar losse veroorzakersperspectief-werkwoorden, zoals bekoren, of het Engelse endear, maar die zijn maar heel specifiek toepasbaar. Wat ik zou willen is een productieve klasse van het type bevreemden: werkwoorden die rechtstreeks uit elk gewenst bijvoeglijk naamwoord kunnen worden gevormd om het perspectief van de ervaring (het ‘mooi vinden’) te verplaatsen van de ontvangende partij (‘ik’) naar de zendende partij (‘Charlotte’).

Er kunnen niet anders dan massa’s talen op aarde zijn die deze woordvorming toestaan (in het Vioziaans kan het bijvoorbeeld prima), maar het Nederlands behoort daar niet toe: het trucje van bevreemden kun je niet zomaar met elk willekeurig bijvoeglijk naamwoord uithalen. Ik zie eigenlijk niet zo goed waarom niet. Goed, je loopt een beetje het gevaar van overlapping met reeds bestaande werkwoorden van dit type (believen, benauwen), maar waarom zouden we niet bemooien, belelijken, begrappigen, etc. kunnen zeggen?

Weet u wat? Ik begin gewoon vandaag nog. Als een woord als gekte binnen de kortste keren normaal gevonden kan worden, dan kan bemooien dat ook.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Update 10-5-2010: Tjonge, dit is een subtiele kwestie. Ik dank eenieder voor haar reacties, die mij doen inzien dat ik eigenlijk niet helemaal correct heb uitgelegd wat ik nou precies bedoel.

Ten eerste was mijn keuze voor het woord ‘vinden’ (als in ‘mooi vinden’) mogelijkerwijs verwarrend, omdat het verstaan kan worden als ‘van mening zijn’, terwijl ik meer doelde op ‘het ondergaan van een emotie’, oftewel ‘ondervinden’. Wat ik zoek is een werkwoord dat uitdrukt:

x vervult mij van een emotie die me ertoe brengt te constateren: “Wat is x y!”

waarbij men voor x het object van de constatering (bijvoorbeeld ‘de manier waarop Sjoerd en Truus met elkaar omgaan’) kan invullen en voor y het bijvoeglijk naamwoord dat aan x wordt toegedicht (bijvoorbeeld ‘aandoenlijk’).

Ten tweede is mijn voorstel om voor dat werkwoord het voorbeeld van bevreemden na te volgen niet goed houdbaar, aangezien, zoals Absent Martian juistelijk aantoont, de semantiek van dat woord niet is zoals ik impliceerde.

Maar hoe het werkwoord morfologisch in elkaar zit is wat mij betreft van secundair belang. Waar het mij om gaat is dat het bovenvermelde semantiek uitdrukt, en de meest voor de hand liggende manier om dat te doen lijkt mij door het werkwoord uit y op te bouwen, omdat je dan een productieve klasse hebt die voor elke y toepasbaar is. Ik blijf mij mijn overtuiging dat er talen moeten zijn waarin dit kan.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Update 26-5-2010: En wat vinden jullie van de (ik geloof betrekkelijk nieuwe) formulering ‘that grosses me out‘? Volgens mij beantwoordt die precies aan mijn wensen: ‘x grosses me out’ = ‘x makes me find x gross’. ‘Bewalgelijken’ dus zegmaar.

Koninginnehalo’s

Moet u nou eens kijken wat ik allemaal voor mijn koninginnedag kreeg!

Een omhullende halo met bovenraakboog:

Twee stuks bijzon (dit is de rechter):

Eénmaal circumzenithaalboog:

En een supralateraalboog* toe:

* Die van het bekende versje:
As d’n supraloateroal’n öp Keunegönn’ndag nevig wiek’n
dèn zol ’t öp d’n daarde Maai veustig ziek’n.


Gelegenheidspakketjes.nl


Heeft u een gelegenheid? Is uw nichtje geslaagd voor bruine band kickboxen, wilt u de buurman beterschap met zijn open benen wensen, of heeft uw zwaan een nukkige bui? Verheugt u dan in het hartelijk initiatief van mijn verblijdende oud-huisgenote Annabelle. Reeds bekend om haar felgekleurde taartjes, weergaloze organiseertalent en verwarmende persoonlijkheid in het algemeen, kunt u nu intekenen op haar eigenhandmatig professioneel vervaardigde pakketjes voor elke denkbare gelegenheid. Klikt allen op http://gelegenheidspakketjes.nl!

Kijk vaker omhoog

Dit, luisteraars, is nu een circumzenithaalboog. Die heet zo omdat het een boog is die om het zenith cirkelt.* Komt vaker voor dan u denkt; u kijkt alleen nooit omhoog, daarom ziet u hem niet. Voortaan, als er een beetje halfdoorzichtige nevel (cirrostratus, voor vrienden) voor de blauwe lucht hangt, of nog beter, van die uitgewaaierde vederwolken (cirrus fibratus), kijk dan even naar het stuk lucht boven de zon. Dikke kans dat u met een circumzenithaalboog wordt beloond (al zal het niet direct zo’n schófterig goed gelukt exemplaar als dat hierboven zijn), en anders wel met een 22-graden-halo of een paar bijzonnen. De hemel is nog veel mooier dan de Jehova’s Getuigen u willen doen geloven.

* Het is dus geen regenboog. Regenbogen worden veroorzaakt door waterdruppels en bevinden zich precies tegenover de zon; circumzenithaalbogen worden veroorzaakt door ijskristallen en bevinden zich recht boven de zon. Ze komen vaker voor dan regenbogen en zijn feller van kleur. Dat ze minder gezien worden komt serieus omdat mensen niet geneigd zijn om recht boven zich te kijken.

Hier een CZB die ik vorig jaar zelf heb gefotografeerd:

(Meer uit dezelfde reeks hier.)

Update 16-4-2010: Nog meer reden om omhoog te kijken: zoals u vernomen zult hebben loopt momenteel de Eyjafjallajökull (dat spreek je zo uit) de boel onder te assen, en dat gaat interessante dodelijk saaie zonsondergangen opleveren de komende tijd. (En -opkomsten ook, neem ik aan, maar er zijn natuurlijk grenzen aan wat een mens voor hemelschoon over heeft).

Staatsie

ik ben op ferkantsie geweest luek he en we zijn nar het strant gewest leuk he en mama ging met me sweme maar toen kwame der steets golfe maar ik fon het hil leuk en toen gigne we wir nar hius en ik hep en barbie gekrege luek he

Een vraagje ter uwer overpeinzing: ik ben al jaren benieuwd waarom het woord staatsie (als in staatsieportret e.d.) is gespeld alsof er zich een driejarige mee heeft bemoeid. Waarom is het niet gewoon statie? Het Etymologisch Woordenboek geeft uitgebreide achtergronden (dat het met ‘staan’ te maken heeft; ja hèhè), maar verheldert niets over de ongebruikelijke spelling. Iemand enig idee?

(Ik had deze zelfde afvraging met het woord intelligentsia, maar inmiddels weet ik dat dat zo gespeld is omdat het rechtstreeks uit het Russisch is geleend.)

Update 21-4-2010: Ha, dit is wat de Nederlandse Taalunie erover zegt:

Waarschijnlijk is staatsie (‘pracht en praal’, ‘plechtige optocht’) een versmelting van het aan het Frans ontleende stage (‘verhoging’) en staat (in de betekenis ‘vertoon’, ‘praal’, ‘pracht’, ‘luister’). Met dit woord zijn verschillende samenstellingen gevormd, o.a. staatsiebed, staatsiedegen, staatsiefoto, staatsiekleed, staatsiekoets en staatsiewagen.

Naast staatsie komt ook het woord statie voor, met onder meer de betekenissen ‘afbeelding van een gedeelte van Christus’ kruisweg’ en ‘standplaats van een priester’. Dit woord wordt bovendien gebruikt in de samenstelling statiegeld (‘waarborggeld’).

Ik denk dat de pluimen dus andermaal naar Absent Martian gaan. Passen ze er nog bij?