ffi

Eigenlijk horen typografische ornamenten zich te houden aan de regel ‘als het opvalt is het teveel’, maar deze ffi-ligatuur is dan weer dermate fraai dat ik het door de vingers zie:

Uit: Louis Costaz, Grammaire syriaque, Beyrouth 1955 (pdf hier). Iemand een idee welk lettertype dit is?

Update 31-5-2010: Nog geen respons van I Love Typography; daarom het plaatje maar eens op het forum van MyFonts gezet.

Update 17-9-2011: En we hebben een oplossing! Het lettertype is Giraldon Bold. Lees er hier alles over.

Ik beval taal wel

“Ik lust dat niet.”

Het is 1674 en uw tot dusver hartelijke gastheer kijkt u ineens misprijzend aan. Oei, heeft u zijn kookkunsten beledigd? Nee, het blijkt niet om de pens-met-zult te gaan, maar om uw belabberde Nederlands. “U bedoelt, het lust u niet?” krijgt u broeierig toegeworpen. “Eh, precies,” antwoordt u wat bedremmeld, en voegt er verduidelijkend aan toe: “Ik hoef dat niet, want ik blief geen kaantjes-met-hangop. Niks persoonlijks verder.”

Nu is het echt mis. Van welk boertig allooi bent u wel niet? Iemand die niet eens weet dat je “Dat hoeft mij niet” en “Dat b(e)lieft mij niet” hoort te zeggen moet toch wel tot de allerlaagste regionen worden gerekend. Je zegt toch ook niet: “Ik luk dat niet”? Zonder toetje (dodo-ei met moederkoren) wordt u buitengesmeten.

Het tripje naar de zeventiende eeuw is niet wat u zich ervan had voorgesteld. U reist gauw terug naar de eenentwintigste, waar ze de dingen tenminste normaal zeggen. Van de weeromstuit gaat u een broek kopen. Maar, het is ook altijd wat, hij zit te krap. U schiet derhalve de dienstdoende broekverkoper aan en zegt “Ik pas deze broek niet.”

“Meneer,” antwoordt de beambte in kwestie korzelig,” u staat overduidelijk die broek wel te passen. Het probleem is dat hij u niet past.”

Sjees. Wat hèbben de mensen toch, de laatste eeuwen? U gaat in bed liggen mokken en komt er pas in 2074 weer uit. En u moet nog steeds een broek hebben. Gelukkig heeft u uw lesje geleerd en geeft het personeel van de Brooks 4U ditmaal in correct Nederlands te kennen: “Neemt u mij niet kwalijk, maar de STAG Trainingspants Sr past mij niet.”

Vertederd kijken ze u aan en zeggen “Aww, kijk nou, die opaatje is nog van voor de Twin Towers. Moeten we even helpen, of lukt u het zelf?”

We kunnen het bevallen of niet: taal is immer in beweging. Niets is fout; hoogstens oud. Of nieuw.

Lacunes in de taal: bemooien e.a.

Ja! En dan had ik nu (of liever: al een jaar of veertien) graag de volgende lacune in het Nederlands opgevuld gezien: die van een klasse werkwoorden waarmee je het ondergaan van een emotie kunt uitdrukken vanuit het perspectief van de teweegbrenger van die emotie.

Oftewel, in gewonemensentaal: je kunt in het Nederlands zeggen Ik vind Charlotte mooi, maar er is geen goede manier om hetzelfde uit te drukken in een zin met Charlotte als handelende persoon: Charlotte ?bemooit? mij, of de bijbehorende passief: Ik word ?bemooid? door Charlotte.

Ik ervaar dit als een reëel gemis. In mijn optiek is het namelijk Charlotte die veroorzaakt dat ik haar mooi vind, niet ik. Net als ‘kwijtraken’ lijkt me ‘mooi (lelijk, ontroerend, welriekend) vinden’ toch hoofdzakelijk iets wat je overkomt, niet iets wat je actief doet; en dus zou ik zeggen dat een zinsconstructie met de veroorzaker als handelende persoon meer voor de hand ligt dan andersom. Maar nee dus.

Nu bestaan er wel een paar losse veroorzakersperspectief-werkwoorden, zoals bekoren, of het Engelse endear, maar die zijn maar heel specifiek toepasbaar. Wat ik zou willen is een productieve klasse van het type bevreemden: werkwoorden die rechtstreeks uit elk gewenst bijvoeglijk naamwoord kunnen worden gevormd om het perspectief van de ervaring (het ‘mooi vinden’) te verplaatsen van de ontvangende partij (‘ik’) naar de zendende partij (‘Charlotte’).

Er kunnen niet anders dan massa’s talen op aarde zijn die deze woordvorming toestaan (in het Vioziaans kan het bijvoorbeeld prima), maar het Nederlands behoort daar niet toe: het trucje van bevreemden kun je niet zomaar met elk willekeurig bijvoeglijk naamwoord uithalen. Ik zie eigenlijk niet zo goed waarom niet. Goed, je loopt een beetje het gevaar van overlapping met reeds bestaande werkwoorden van dit type (believen, benauwen), maar waarom zouden we niet bemooien, belelijken, begrappigen, etc. kunnen zeggen?

Weet u wat? Ik begin gewoon vandaag nog. Als een woord als gekte binnen de kortste keren normaal gevonden kan worden, dan kan bemooien dat ook.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Update 10-5-2010: Tjonge, dit is een subtiele kwestie. Ik dank eenieder voor haar reacties, die mij doen inzien dat ik eigenlijk niet helemaal correct heb uitgelegd wat ik nou precies bedoel.

Ten eerste was mijn keuze voor het woord ‘vinden’ (als in ‘mooi vinden’) mogelijkerwijs verwarrend, omdat het verstaan kan worden als ‘van mening zijn’, terwijl ik meer doelde op ‘het ondergaan van een emotie’, oftewel ‘ondervinden’. Wat ik zoek is een werkwoord dat uitdrukt:

x vervult mij van een emotie die me ertoe brengt te constateren: “Wat is x y!”

waarbij men voor x het object van de constatering (bijvoorbeeld ‘de manier waarop Sjoerd en Truus met elkaar omgaan’) kan invullen en voor y het bijvoeglijk naamwoord dat aan x wordt toegedicht (bijvoorbeeld ‘aandoenlijk’).

Ten tweede is mijn voorstel om voor dat werkwoord het voorbeeld van bevreemden na te volgen niet goed houdbaar, aangezien, zoals Absent Martian juistelijk aantoont, de semantiek van dat woord niet is zoals ik impliceerde.

Maar hoe het werkwoord morfologisch in elkaar zit is wat mij betreft van secundair belang. Waar het mij om gaat is dat het bovenvermelde semantiek uitdrukt, en de meest voor de hand liggende manier om dat te doen lijkt mij door het werkwoord uit y op te bouwen, omdat je dan een productieve klasse hebt die voor elke y toepasbaar is. Ik blijf mij mijn overtuiging dat er talen moeten zijn waarin dit kan.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Update 26-5-2010: En wat vinden jullie van de (ik geloof betrekkelijk nieuwe) formulering ‘that grosses me out‘? Volgens mij beantwoordt die precies aan mijn wensen: ‘x grosses me out’ = ‘x makes me find x gross’. ‘Bewalgelijken’ dus zegmaar.

Koninginnehalo’s

Moet u nou eens kijken wat ik allemaal voor mijn koninginnedag kreeg!

Een omhullende halo met bovenraakboog:

Twee stuks bijzon (dit is de rechter):

Eénmaal circumzenithaalboog:

En een supralateraalboog* toe:

* Die van het bekende versje:
As d’n supraloateroal’n öp Keunegönn’ndag nevig wiek’n
dèn zol ’t öp d’n daarde Maai veustig ziek’n.