De Taalcanon, waarvoor ik indertijd een bijdrage heb geleverd over de geschiedenis van ons schrift, zal eerspoeds een (ongewijzigde) tweede druk beleven, dus wie ’m nog niet had, hou ’t in de gaten! Wanneer de verschijntijd precies is weet ik nog niet, maar ondertussen kunt u de site er nog eens leuk op herbladeren en/of/c.q. filmpjes kijken op het bijbehorende Youtubekanaal.
Aflevering van The Allusionist over het Scots, zegmaar het Fries van Groot-Brittannië. Verguisd als plat en boers, balancerend tussen dialect en taal, net niet helemaal begrijpelijk voor een nietspreker maar toch voldoende om een eind te komen. Probeer maar eens de vertaling van Harry Potter and the Philospher’s Stone:
Te doen, nietwaar? De zinsbouw is gewoon Engels, net als veel van de woorden maar dan een beetje anders uitgesproken (prood= proud, tae= to, wid= would) of van een wat archaïschere wandel (jalouse= suspect).
Niettemin ook de nodige woorden waarbij men even over het hoofd krabt. Sommige kennen we misschien wel uit de clichéhoek zoals wee= klein en bairn= kind (zelfde als in het Fries), andere zijn met een beetje kennis van breder Germaans ook nog wel raadbaar (braw= goed, toom= leeg, earn= arend, muckle= veel/groot; vergelijk Zweeds bra, tom, örn en mycke), of zelfs nagenoeg hetzelfde als in het Nederlands (ane= één, keek= kijken, bizzom= bezem, ken= kennen/weten).
Maar er blijft toch ook een setje termen over waar je zonder nadere inwijding niet gauw uitkomt. Zo is een mowsereen snor, een craigieeen nek, een bawdrinseen kat (haha, daar zou ik mowser beter hebben vinden passen), foonertis uitgeput, beglamouredis betoverd en fernietickleszijn sproetjes. U ziet, ook qua gevoelswaardewoordenrijkdom lijkt het Scots op het Fries.
Een welaardig nieuw schrift waar ik een beetje mee loop te pielen. Eenvoudige lettervormen, die er echter lustig op los ligaturiseren zodat het toch tamelijk complex wordt. Móói vind ik het nog niet specifiek; misschien wordt dat beter van meer cursievigheid. Hier in ieder geval een proefje. Het schrift loopt van rechts naar links en heet (voorlopig) Diagonaalschrift.
Update: Ferm schuintrekken geeft ook wel een leuk effect:
En dat dan een beetje rap & vies verkalligrafiseren:
Om in de pijpzaksfeer te blijven: een met terugwerkende kracht best lekker geslaagd bonkiebonkremixje dat ik eens van een nummer van Yann Tiersen heb gemaakt:
Niet alleen Indiase percussie doet aan lettergrepen om muziekklanken weer te geven; ook doedelzakkers blijken zo’n mnemosysteem te hebben. Canntaireachd heet het bij de Schotten (uitspraak), oftewel “chanting”.
Het is een soort solfège-systeem, maar dan complexer. Niet alleen worden de basistonen weergegeven, maar ook de bijbehorende zogeheten voorslagen (grace notes, op z’n Engels): de typische korte ‘hikjes’ die doedelmuziek kenmerken.
Wil je bijvoorbeeld een kale B pijpen (zonder hikje), dan zing je o. Komt daar een G-voorslag aan vooraf, dan wordt dat hio; met een E-voorslag krijg je eo, en in geval van een D-voorslag to. Etcetera:
Dat is de basis, maar daar komen nog allerhande extra’s bij, zoals cadences, doublings, throws, echos en grips (nee, ik weet ook niet wat dat zijn), met navenante lettergrepen als ra, dili, hedale,tro, adeda, hiharin en natuurlijk chehedari. (Check u zelf even verder).
Op deze manier zijn er dus megavetveel canntaireachdcombinaties mogelijk. Met een lekkere dosis onregelmaat, want helemaal consistent getrokken is het systeem nooit. Het stamt van ergens uit de achttiende eeuw, althans de manuscripten (talloze pdfs hier) en natúúrlijk zijn er meerdere versies in omloop.
Zelf canntaireachd leren? Dat kan, er is een (dure) app!
Ik had me bij die stem eerder een soort sjamaan van twee bij drie meter voorgesteld, maar de baard klopt verder vrij aardig met mijn geestbeeld. Hier (links) (of rechts) (hangt ervan af of het onderschrift klopt) (ik neem aan van wel) (ja toch) (waarom zou je dat omdraaien) (nee precies) (lijkt mij ook) dan eindelijk eens het gezicht achter de bas der bassen in Koyaanis‐ en de andere qatsi’s: Albert de Ruiter.
Toegegeven, heel diep heb ik niet gegraven, maar behalve deze foto en enkele bijdragen aan andere muziek kan ik in het geheel geen gegevens over de man vinden, laat staan of hij überhaupt nog leeft c.q. met die naam van hem gewoon hier bij mij achter in de Lombokstraat woont.
Update: Ah, hier iets meer over de foto in een Italiaans artikel. Het betreft inderdaad de baard op links. Snelle & vuile vertaling:
Weet u nog? Godfrey Reggio’s buitengewone film Koyaanisqatsi. Muziek van Philip Glass, de donderende en buitengewone stem van Albert de Ruiter.
Welke van de twee? Wilt u nu beweren dat u het lichaam van een bas niet herkent? (Ik help u, aan de linkerkant…). Albert De Ruiter slaagt erin een gezonde anonimiteit te bewaren ten opzichte van de dwaze gekte van het web, het was niet gemakkelijk om hem te vinden. Maar ik wil een uitzondering maken om eer te bewijzen aan een van de meest buitengewone stemmen die ik ooit heb gehoord … Vanaf het eerste moment, toen ik deze film als jongen zag.
Kijk hoe hij zijn vingers houdt… Deze spontane mudra – zoals de studenten van de Canto Armonico-school goed weten – houdt de verticaliteit actief en goed gedefinieerd, ten voordele van een strak, diepgeworteld en krachtig geluid. De vingertop is nauw verbonden met de opgaande beweging van de schedel, het geluid wordt naar boven gebracht, naar de harmonische regio, waardoor de wortels stabiel blijven. Het geluid opent zonder iets te hoeven doen, zonder technieken.
Het stuk meldt vervolgens dat we in onderstaande eindbeelden van Koyaanisqatsi vanaf 4:17 De Ruiter zijn stembanden de vrije loop horen laten, maar dat klopt niet: dat zijn keelzangmonniken uit Kundun die de maker van het clipje er waarschijnlijk zelf in heeft gemixt. Ook mooi, daar niet van.
Janee, dit is uiteraard Edwin “als kind vond ik dit altijd doodeng” Rutten, maar de teksten zijn van Willem Wilmink en het verrast me nu pas hoe goed in hun eenvoud die zijn.
Haha, oh. U kunt goed zien aan welk programma ik al jaren niet meer kijk hoe lang ik al niet meer naar dat programma kijk, want die blijken dus hun volle seizoen 2018 aan Willem Wilmink te hebben gewijd.
Even pauze hiero, zoals u merkt. Ter intermezzo een prachtvideo van hoe meesterkerver David Bull een van zijn traditionele Japanse houtsnijdrukken vervaardigt, van begin tot eind in real time.
Wie dik drie uur te lang vindt kan ook terecht bij de krap driekwartiers versie.
Leuke taalpodcast van de taalpodcast* The Allusionist over het (wan)gebruik van namaste in Westerse yogakringen. Spoiler: het betekent niet dit. Ook niet dit. Of dit.
* Ja, hadden ze maar moeten zorgen dat podcast niet zowel ‘een individuele podcast’ kan betekenen als ‘een (groep/instantie/website) die podcasts podcast.’