
Taaldrab 58: Voorheen

ቁ३ⵥɀ
Stel, je wandelt over een netwerk van paden die louter uit zevensprongen bestaan. Op elke kruising die je tegenkomt komen zeven paden samen (inclusief het pad waar je net vandaan kwam), netjes in gelijke hoeken verdeeld:

Aan het eind van elk pad van een zevensprong onspringt weer een nieuwe zevensprong; aan die zevensprongen zitten weer nieuwe zevensprongen vast, etc. Hoe ziet het patroon eruit (ik noem het maar even een heptaweb) dat je dan krijgt?
Laten we het eens bouwen. Dus, aan het eind van elk pad van een zevensprong plaatsen we een nieuwe zevensprong, zodanig dat de paden recht aansluiten:

En zo het hele rondje rond:

U ziet, we krijgen nu kruisende paden, maar we stellen ons voor dat die over elkaar heen lopen (middels bruggetjes, tunnels, alternatieve dimensies, ziemaar) en geen gelijkvloerse splitsingen opleveren waar de wandelaar onverhoopt zou kunnen afslaan.
De volgende generatie doen we weer precies zo: aan het eind van elk van de tweeënveertig uiteinden (want 7 × 7, min 7 voor de zevensprong in het midden die we al hadden) plaatsen we weer nieuwe zevensprongen:

En met nog een generatie erbij (en de lijntjes dun voor beter overzicht) krijg je dit:

Juist. Dat wordt dus binnen de kortste keren ridicuul complex, en daarmee machtig interessant. Hoe ver kun je hiermee doorgaan? Komt het patroon vroeg of laat weer op zichzelf uit (bijvoorbeeld na zeven of veertien generaties), of loopt de complexiteit oneindig op en vult uiteindelijk het hele vlak zich met lijnen? Ik weet het niet, er zal ongetwijfeld onderzoek naar zijn gedaan, niet in de laatste plaats door islamitische patronenbedenkers.
Ik heb deze plaatjes handmatig in elkaar zitten pielemieren; programmeren in iets als Processing is natuurlijk stukken netter en efficiënter en dan weet je in een muisomdraai hoe diep het konijnenhol gaat, maar dan moet ik eerst even leren hoe dat moet. Daarover misschien eens later.
Nou, omdat patroontjes altijd reden tot feest zijn natuurlijk. Nee, maar, ik was aan het knutselen aan een schriftsysteem met vormen die zich op zo’n zevenvoudig rooster bevinden, zodoende. Ik denk, ik doe eens wat spannenders dan driehoeken, vierkanten of zeshoeken:
Zoals bekend zijn dat de enige regelmatige veelvlakken waarmee je naadloos een muur/vloer kunt betegelen. Neem enig ander regelmatig veelvlak – vijfhoeken, zevenhoeken of alles daarboven – en je raakt in de problemen: er ontstaan gaten tussen je tegels, die niet met diezelfde tegels te dichten zijn zonder ze met elkaar te laten overlappen:
Een vijf-, zeven- of hogervoudig rooster geeft dus onherroepelijk complexe situaties en daar houden wij van (zolang het niet het echte leven betreft natuurlijk). Zo moet het complete heptaweb per definitie ook dit soort kringetjes in zich huisvesten:


Dus, mocht het schrift niks worden (het heet Heptawirwar, omdat het principe hetzelfde is als bij Wirwar, maar dan hepta) houden we er in ieder geval een leuk zijspoor met intrigerende plaatjes aan over. Kijk, met opgepimpte kleuren wordt het ook wel lekker kosmisch:


Ach welaan, als Richard Kroes zijn fijne eindejaarlijkse Lekkerkijklijs plaatst, waarom deponeert Drab dan niet ook weer eens een duit in soortgelijke zakken. Hier een royale greep uit mijn complete bekekenheden van dit jaar, in grofweg achterstevoren volgorde. Een wonderschoon 2025 aan u allen en stop nou eens met ruzie maken!
(Om te voorkomen dat uw kijkkast ontploft van het harde laden heb ik de video’s over meerdere pagina’s verdeeld: zie de navigeerknopjes onderaan.)

Weet je wat je pas écht niet moet doen als je ooit nog buiten wilt komen? In het konijnenhol duiken dat ‘modulaire synthesizers‘ heet. Doe het niet. Blijf daar weg. Ga een leuke complottheorie aanhangen of aan de halfzware shag, da’s gezonder.
Nee, namelijk. Ik stiet een tijd geleden (op zoek naar gratis muziekmaaksoftware) op het programma VCV Rack: een open-source digitale emuleerder van wat mensen met geld teveel in analoge vorm aanschaffen: losse modules (= kastjes met electronica erin) die je onderling met snoertjes aan elkaar kunt pluggen tot hele wandmeubels waarmee je je eigen electronische geluidscreaties kunt synthetiseren. Vandaar ‘modulaire synthesizer’.
Elke module doet relatief saaie basisdingen: een sinusgolf produceren, hoge of lage frequenties wegfilteren, een galmeffect toevoegen, verschillende voltages afwisselen, noem maar op. Maar door dat basismateriaal kreatief aan elkaar te patchen kun je de fascinerendste scala’s aan gaafheid construeren. Met enige vaardigheid zijn er dingen te bouwen die helemaal zelfstandig hun eigen generatieve soundscapes voortbrengen zonder dat je er verder nog aan hoeft te zitten.
En van die modules biedt VCV Rack er dus letterlijk duizenden, veelal compleet kostenloos en kant en klaar invoegbaar in je synthesizerbouwsel. Alles kan en mag en de hemel is je limiet en overal zitten talloze konopjes op waar je naar ganser hartelust aan kunt draaien. Het resultaat is een hilarische wirwar aan kabeltjes en de ene verbazing na de andere van wat je nú weer ontdekt hebt door per ongeluk de output van je DELAY in de V/OCT van de VCO te pluggen in plaats van in de VCA:
Dit kietelt dus hinderlijk veel nerd-zenuwuiteindjes bij me hè. Een complete audiotieve legospeeltuin met onbeperkte steentjes! Waarom maken ze zoiets nou gratis? Dat is toch misdadig. Ik heb er dikke lol mee, maar serieus: het eet tijd en slaap en sociaal leven, dus weet waar u zich in begeeft. Mocht u nou echt denken, ‘kom zeg, hoeveel kwaad kan een beetje uitproberen nou helemaal’ (ach, u zoet zomerkind): begin hier:
En dan verder heel veel trial and error en handleidingen raadplegen (bijna elke module heeft zijn eigen naslagwerk) en waarom-hoor-ik-niks-ervaringen (omdat je je offset niet op bipolar had gezet, dûh) en dan komt Youtube vroeg of laat vanzelf wel met de tutorials van Omri Cohen op de proppen zetten want die zijn van topkwaliteit.
Weljaaa! En dan in één moeite door bouwt Victor dan ook maar eventjes een cmykwave–generator alsof het niks is. Noujaaa. Hoe is het mogelijk, dus je kunt in JavaScript gewoon definiëren dat die lijnen op de juiste manier kleurmengen als ze over elkaar heen lopen. Wat cool.
Het zijn nog even geen waves, da’s lastiger programmeren, maar er wordt aan gewerkt! Ha, ik vind het zo ook al geweldig.
Instant-tip van Victor: dingen proberen te schrijven waarbij je steeds maar twee lijnen ziet, zoals Er was eens een ananas:

Update nog dezelfde dag: en we hebben golven! Woepwoep!
Tevens ook de oorspronkelijke alfabetletterstippen met al dan niet lijnen daartussen voor wie overzichtelijker wil terugpuzzelen wat er staat:
En nu ook nog met desgewenst grijs achtergrondje voor beter contrast, alsook de keuzeoptie om de losse letters onder je schrijfsel te zetten:
Het is een pracht. Hoog tijd voor het bijwerken van mijn uitlegpagina!
Meer update: nu ook in optionele geïnverteerde-kleurenversie, zodat je dus zegmaar rgbwave krijgt:
Tepatî: een schrift waarbij één en dezelfde mededeling talloze verschillende vormen kan krijgen, en toch ontcijferbaar blijft. Compleet met heuse app, gecodeerd door Victor!
De oorsprong van het schrift is zoals vaak al een paar jaar oud. Met een dorre stift (en dito gemoed) droedelde ik op zekeren novemberavond een setje van dit soort vormen op ruitjespapier:
De vormen betekenden niks (mijn gemoed ook niet), maar ik vond ze sympathiek van aard en ging aan de puzzel of er niet een schriftsysteem van te kleien viel. Is er een generatief principe te bedenken dat dit soort vormen oplevert en dat er dan nog iets staat ook?
Enkele gedachtenprocessen later (“zou leuk zijn als de vormpjes voor hele woorden kunnen staan. Een soort hoekig karakterschrift. Zou op zich theoretisch mogelijk zijn want het aantal combinatiemogelijkheden van lijntjes in ruitjes blijkt behoorlijk enorm. Maar hoe koppel je die vormpjes op een systematische manier aan betekenisdragende eenheden? Random toebedelen is een beetje flauw hè. Mjeh. Dan toch liever met losse letters werken? Dan hou je de boel tenminste logisch herleidbaar. Maar je wilt niet één letter elke keer dezelfde vorm geven, da’s suf. Okee, dan een zekere mate van gecontroleerde keuzevrijheid?”) kwam daar een werkend systeem uit, onder het principe: je laat het aantal lijnstukjes voor bepaalde letters staan, maar de precieze configuratie van de lijntjes mag de schrijver grotendeels zelf bepalen.
Waarna het schrift op de Drabplank “nog nader uit te werken voor op m’n blog” belandde, die zoals gebruikelijk gemoedelijk staat door te buigen onder het gewicht van wat daar allemaal nog meer op assertieve ontvlammingen mijnerzijds ligt te wachten. Hee, ik moet ook nog werken en doedelzak spelen hè.
Maar wie komt daar van de week in de bocht? Medeschriftbedenkgenoot Victor! Die is met Tepatî aan het programmeren gegaan (dat kan hij namelijk) en binnen een paar dagen tijd heeft hij er een gedigitaliseerde interactieve app van in elkaar gezet. Wat gaaf, helemaal functioneel, inclusief randomiseerfunctie en kleurenkeuze en wat niet al! Wauw. Ga hier kijken, gauw!
Ook voor de uitleg van hoe het precies werkt geef ik het woord aan Victor, want zelf zou ik het niet helderder hebben kunnen brengen:
Iedere letter bestaat uit twee blokjes, die boven elkaar staan:

Iedere letter heeft een code (update 29 sept: Victors systeem is nu uitgebreid met punten onder de tekens [in de alfabetlijst weergegeven als apostrof], zodat je nu veel meer letters en ook cijfers en leestekens kunt verTepatîseren):
De getallen staan voor het aantal lijnstukken per blokje [getal links van de komma = bovenste blokje; rechts van de komma = onderste blokje; apostrof = punt onder het teken].
Een horizontale of verticale lijn geldt voor 2, een diagonale lijn voor 1:

Als een lijn op de grens tussen twee blokjes staat, telt hij voor beide.
Zo kan de a (5,3) eruitzien:

Doordat blokjes elkaars grenslijnen kunnen delen, kunnen erg efficiënte combinaties ontstaan:

Dus (hier Dirk weer even) zoals hierboven vermeld mag de schrijver/app dus helemaal zelf kiezen hoe de lijntjes in het blokjesraster worden gepropt, zolang de aantallen lijnen per blokje maar kloppen, want die bepalen dus de letterwaarden. Dus ook hier staat telkenmale ik, want het aantal lijnen is steeds (6,2) (3,3), tel maar na:




En dankzij het uitgebreide systeem met punten kun je nu bijvoorbeeld ook 27 lynxen schrijven:




Afgelopen week was ik in Göttingen, vanwege een festiviteit van mijn werk waar ik heen mocht. Was aangenaam. Mooi stadje met snoepige vakwerkhuisjes (zij het regelmatig vol graffiti), prettig kerkwerk, smakelijke eetgelegenheden en uitgebreide natuur in de buurt om in te wandelen. Zou ik zeker eens gaan kijken als u in de gelegenheid bent.
Op zekeren dag kwam ik op mijn omzwervingen door de Nikolaistraße langs een toko-achtige winkel, waar boven het linker etalageraam Poorana's Asia Center stond geschreven, in een ferme Frakturletter zoals men in die streken (Duitsland, niet Azië) graag doet:
En boven het rechter raam stond dit:
Haha wat? Ik moest even vijf keer kijken om te constateren dat dat geen Duits is. Blijkt het dus Tamil te zijn (met hartelijke mededank aan mensen die meehielpen dat te achterhalen), maar dan dus in onvervalste Biergartenstijl met Lederhosen. Wauw, is me dat even een staaltje hybridetypografie van hebben wij ons u daar.
Wie, hoe, wat, waar vindt dit design zijn herkomst? Ik heb naarstig gezocht op het web (en o.a. What the Font ingeschakeld), maar geen succes tot dusver. Is het gewoon een bestaand lettertype? Het heeft er wel de schijn van, want er is duidelijk iemand met inzicht in beide schriftsoorten aan het werk geweest: om de krullerige kringeltjes van het Tamil op houtsnijdende wijze om te vertalen naar die strenge Gothische bredepennenhalen moet je nog best wat kalligrafisch vernuft uit je zak schudden.
Er staat naar alle waarschijnlijkheid (andermaal erkentelijkheid richting het ingeschakelde puzzelteam) பூரணாஸ் ஆசியா சென்ராஂ, oftewel pūraṇās āciyā ceṉrāṁ, oftewel Poorana’s Asia Center dan dus. Kijk en vergelijk:
Knap gedaan toch? Ik vind het geinig.
De volgende dag toen ze weer open waren ben ik de winkel in gestapt (vraag of ze t-shirts van de tekst verkopen, suggereerden de meehelpmensen), waar de mevrouw achter de balie (niet uitgesloten dat dat Poorana was) me desgevraagd uitlegde ‘Ja, je kunt Tamil in verschillende schriftstijlen schrijven: handschrift, drukschrift e.d., net als Engels.’ Haha, janee, dat snap ik ook, maar Fraktur? Maar verder dan deze toelichting kwam ik niet (mijn Duits is slechts marginaal beter dan mijn Tamil) en ze verkocht ook geen t-shirts (noch buttons of onderbroeken) dus ik ging onopgelosterraadsel (en met een zakje héle hete oosterse zoutjes) weer naar buiten.
Dus, nou. Mijn lezers enige suggestie tot verder speuren? Iemand in de zaal met bijvoorbeeld een redditaccount die bij https://www.reddit.com/r/identifythisfont/ kan? Of weet ik het, buren heeft die Trudhilde en Sivasubramaniam heten?
Klein updateje: Ik ben nog niet achter het exacte font, maar ik vind hier wel een vergelijkbaar design. Hier staat நிலவு nilavu ‘maan’, handgekalligrafeerd door iemand die Vijayaraj heet en nog allerhande meer moois maakt.
Najaaaah! Wat ik nou voor mijn verjaardag krijg.
Ik was weer ’s een uiterst aangenaam weekje op Terschelling en mijn vader was daar een tijdje tevoren in de kringloop een typmachine tegengekomen. Wetende dat ik daar een halfjaar geleden een dingetje mee had, heeft hij hem voor me gekocht. Wat gaaf! Net nu de vlaagwaan weer een beetje was geluwd, ghehe.
Maar het mooiste is: vader had verder geen actieve herinnering aan welk type typmachine het in mijn stukje precies over was gegaan, behalve dat het een leuk retro-ontwerp was. En je houdt het niet voor mogelijk: exact dit type was het: een Remington 2000! Waaat. Hahaha, hoe verzin je dat?
Het is een prachtding en hij verkeert in opperpuike staat. Vrijwel alles is van oerdegelijk metaal (met navenante gevolgen voor het gewicht) en er zitten wel veertienduizend onderdeeltjes in (give or take) die in principe allemaal kapot, verbogen, verstoft of verkleefd hadden kunnen zijn, maar niets daarvan. Hij blinkt als een bolide en typt als een tierelier, vooral met de ook door vader nieuw aangeschafte linten erbij. Superkado!
Met behulp van het serienummer moet in de Typewriter Database (want natuurlijk bestaat zoiets) achterhaalbaar zijn in welke maand van welk jaar hij gebouwd is, maar daar ben ik nog even niet uit.
Tja, en wat nu typen hè? Vroeger met Lego/Meccano had ik dat ook altijd: màhààm, wat moet ik nou makehhn? Nou. Vooralsnog dit:





Een nieuw schrift! Het werd weer eens tijd! Het heet Tiukû en het is voor de verandering eens niet compleet buitenaards. Dompel u er hier in onder.














