Auteur: Drabkikker

Dirk Bakker, geboren in de vorige eeuw, levend in de huidige.

Taaldrab 45a: Rock en/of roll

Deze vind ik al een half leven vreemd. Misschien ligt het grotendeels aan mijn fragmentarische muziekterminologiekennis, maar mijn wenkbrauwen gaan centimeters de lucht in als mensen de muziek van, zeg, Bill Haley en die van een Nirvana of Metallica allebei aanduiden als rock and roll.

Het reddit-commentaar dat mij tot deze post aanzette. (Ik kom nooit op reddit, dat is een leugen.)

Dit zie je vaker zo gebruikt worden en in mijn boekje is dat echt knetterweird. Bij rock and roll denk ik puur aan vetkuiven en petticoats en rijkbechroomde bolides in pasteltinten, niet aan langharige headbangers met hun wijsvinger en pink in de lucht. Dat is geen rock and roll, dat is rock. Of hard rock. Of (heavy) metal. Of metal rock. Niet rock and roll. Dat is Bill Haley. Of Buddy Holly.

Nu wordt de zaak er niet overzichtelijker op doordat Bill Haley en zijn Kometen het zelf over rock (around the clock) hebben. Maar rock and roll rock noemen vind ik lang zo bizar niet als rock rock and roll noemen.

Voor zover ik het kan overzien komt dit omdat we hier te maken hebben met een gevalletje “hoofdcategorie heeft zelfde naam als subcategorie” en daar dan verwarring tussen. Net zoals geit zowel de subcategorie “een vrouwelijke geit” als een lid van de hoofdcategorie “de diersoort geit als geheel” kan betekenen, kan rock zowel het overkoepelende genre rock aanduiden als eender welk van zijn vele subgenres, zoals rock, of metal, of rock and roll, of deathgrind of hoe jullie jongeren dat ook allemaal maar noemen met jullie skateborden.

Dus als je Nirvana rock and roll noemt, verwar je in mijn perceptie een subcategorie (rock and roll) met de hoofdcategorie (rock) die hetzelfde heet (rock) als de subcategorie (rock) waar de hoofdcategorie (rock) zijn naam (rock) aan te danken heeft. Alsof je alle geiten ongeacht geslacht bok noemt, omdat er ook geiten bestaan (grofweg de helft) die een bok zijn.

Helder? Fijn zo. Nou niet meer doen hè.

Taaldrab 44: Slaapap & magmami

Hier per ommegaande nog twee nieuwsknipsels, puur omdat ze opmerkelijke woorden bevatten:

Fagradallsfjallmagmamigratie

Gniffel.

Oja, plus deze podcast die ik laatst doorstuurde aan een vriendin, die zich daarop minutenlang afvroeg wat in vredesnaam een loreem is:

Altijd vermaak, woorden die zich gemakkelijk mis laten lezen. Op de website van DirkJan Vos zijn er nog massa’s meer te vinden.

Taaldrab 43: Griekse eiland Corfu

Wat is taal toch altijd weer nét anders dan je dacht. Ik zie zojuist deze kop langs komen en mijn innerlijke prescriptivist roept direct: “Nee, het is bij Grieks eiland Corfu, niet Griekse!”

Maar hoezo? Krantenkoppentaal is immers niets anders dan het weglaten van lidwoorden en aanverwant overbodig vulmiddel, en de overige woorden precies zo laten als ze waren?

  • Een opgetogen weeskind wint de lotto => Opgetogen weeskind wint lotto
  • De uitslag van het borduurtoernooi hangt aan een zijden draad => Uitslag borduurtoernooi hangt aan zijden draad
  • Het dak waait van een flat in de Leidse Atjehstraat => Dak waait van flat in Leidse Atjehstraat
  • Een Russische violiste vindt een kunstgebit in haar Griekse salade => Russische violiste vindt kunstgebit in Griekse salade

Dus dan zou je analogischerwijs ook verwachten:

  • Er zijn nog twaalf vermisten na de/een brand op de/een veerboot bij het Griekse eiland Corfu => … bij Griekse eiland Corfu

Kwestie van de het weglaten en klaar is Kostantinos. Maar nee dus, vindt mijn taalonderbuik!

Op de een of andere manier moet je bij het-woorden (zoals eiland) voor correct krantenkops niet alleen het lidwoord weglaten, maar ook de e-uitgang van het bijvoeglijke naamwoord (Grieks). Alsof de vol-uitgeschreven versie bij een Grieks eiland Corfu was. Wat evident niet zo is, want er is maar één Grieks eiland Corfu en dus kan er alleen maar het bedoeld zijn geweest.

Maf. Hier is vast literatuur over, maar die zou ik niet direct bij de hand weten.

Nadere overdenkingen

Via analoge kanalen met blogvolger Absent Martian nog een beetje over zitten heenenweren. Hij komt met het voorbeeld Frans staatshoofd arriveert in Maleisië (o.i.d.) versus Franse staatshoofd arriveert in Maleisië. Wij beiden vinden dat het het eerste moet zijn, net zoals bij Corfu dus, ook al lijkt het taaltechnisch alsof je daarmee een Frans staatshoofd bedoelt, quod non want er is er maar één. Maar hoe langer ik ernaar staar, des te minder écht fout vind ik de tweede optie. Hij voelt duidelijk minder juist dan de eerste, maar ook weer niet 100% onacceptabel.

Interessant schemergebied dus. Benieuwd wat u, lezer, hiervan denkt. Voelt de ene optie voor u correcter dan de andere, of kunnen ze wat u betreft allebei even prima?

  1. Frans staatshoofd arriveert in Maleisië
  2. Franse staatshoofd arriveert in Maleisië

(Er zijn inmiddels trouwens nog maar elf vermisten. Sorry dat ik een beetje naar bericht heb gebruikt voor deze taalobservatie.)

Nog een overdenking

Wat ik me nu ineens bedenk: misschien zit de foutvoelendheid van constructie 2 hem er wel in dat je met Griekse eiland Corfu en Franse staatshoofd lijkt te suggereren dat je het over de eiland en de staatshoofd hebt? Wat natuurlijk compleet ongrammaticaal is, dus dat je om dat te vermijden een extra signaal van het-heid in het leven moet roepen, namelijk het verwijderen van de –e achter het bijvoeglijk naamwoord?

Hmm! Zou best eens een stukje verklaring kunnen leveren.

“ DziPng hocm. dzien_g- boem lala”, of iet.:; de rgelijks.

Hoe ontstond de taal? Nou, zo, blijkens een advertentie voor een boekje uit de vorige jaren ’20:

Pl”Of . Dr. 0 . . Jesper:-<•n, ne ontwi kkeling en de 001·:- pronl?’ van cle taal. Nnnr h<’t Th><‘n!’ch door Prof. Dr H. J,og(•man. Amsl<‘rdnm, Mij. voor Goede en G()(•<lkoo1w Lf’ctuur. f 2.50.

111 bc:-chaafde kringen – in onbeschaafde pleegt men zich gemeenli.1k ””m i i~ vragen te s t ell en omdat men al t evreden is, wanneer men wed IP anlwoorden op door lrndcren g·este1de vragen – in de kl’ingen <hrn vm1 dl’gcnen, die iets meel’ hebben geleerd Yan de Ncde1’1Hndsche taal en zich ho\ Pll<l ien meel’ of min<ler hel spreken Val\ vt·ecmde talen hebben eigen 111•1 11ankt, pleegt Jllcn z ich nog· altijd een volkomen onjui ste voorst ellini.t l:<‘ 1naken ,·an de heide zaken, wanrover dit aardige en zt•e1· leesba1·c hoekje \,lil Professor ,Jei-;persen h a ndel t : de ontwikkeling n.l. en de oorsprong’ nn r1c taal. Zonder hit•1· t erJoops par tij te will cu kiezen in den st ri.irl t u srlwn w1·epnvoudig-clc spellin~ en die volgens de \’1’Ïcs en te \\’inkcl (h\ec 1wsteme11 l’ll nieb meer ) denken wij aan de dikwij ls uit wetend rn ppelijk oos.,’1)unt allel’zotslc beweringe11 uit den mond der a nti-Kollewijuimien omtrent ZOOJ.!t’naan1cl “taal”-bederf, \’t’ranning der taal en wnt c1 meer \’Oor \’el’sclnikk(•]ijke inlcnlics aan de vcn•t•n\ oudi,gcrs zoo al word<’n lt>n Jaste g;elcg«l. Ook 0111tre11t het zoog«ma<1nHt “minder n1ooie” vHn dt• pn•t> ktcial teg-~11ovt•r clc s(‘h ri.i ftaal, over cle \\ n:m1c der di alecten. heP1·clw11 wanbegnppen, “aad cg-cn s lechts <leg-em•n tol de t anden g-cwapend z ii 11. <lic zelf nog· w;i1 111<‘1’1’ l<PnnP11 dan cPn montl.i t• vol Fransch, Duilsch t 11 l~ngelsch vernH·r nlel’Cl n1 t’L de taalregeli< uil C<‘ ll sehoolboek je. dom· cc•n 1111ck1wijzer gcsch1·cH• 11 , en clir liefst eenig·e i-;ludie hebben gemaakt VHn de. vooral in cl(‘ laatslt• vi i f’ en twintig of vij ftig j:-i rPn wetensclrn PJ)PJi.ik he oefen<le taalvel’~·elijki 11 g.

Wij kennen geen \\e1·k. dal op zoo duideli.ikt•. intere:-;sante wijze O<‘ 1 i’ uita t en v~m de \’C’rgelijkcnde taalstudie mm· hn:edc k1ingen open legt ·1Js hC’t bo\·eng-enot•mdt>, onlang·l’ ,·erschenen hoek van .Jesperf’e n. Profo s- 01· Log-eman lweft lwt mor • ederland he\\ erkt <‘ 11 :ille Scandinavi!>rlw \OOr beelden ‘m1 .fospe1·s<‘l1 i>f do01· ;..Tederlanclsch<‘ \'(‘l’Vangen Of aangcvnlcl 1 wt \’oorheelclen uit :in<lcr<‘ talen. Het h(>(‘f’t \’001· den llollandschen lez<.’r 1 icnloor ongetwi.i fcolil aan hclangTijkheid ge\\ onncn. Ziehier een karaklt•- 11 tiPke :!linea, cfü· \H’ ter \\ ille van onze lezers uit dt• door den bewr rl\er r1•hnlikte ” \’t’l'(:’PllVOll<lig·dc” ‘ overzc•tten in de HP<‘lli n:r vm1 de Yries Pil l(• \\Tinkel :

“St Pl eens clat \ \’P hi.i ‘L aanschouwen van <ie E$O’Ptü~che p,na- 1 Hd<’11 een p:l’ocpjt· \’1·ic•1lC1<’11 i11 jeugdig- over-‘t-hoofd zien van de 0111- 1 ancl ighe<len het li<><1 hoorcn wmheffe11, .,Wer ha l cl ich du schöner Wal cl. mf’ge bm1l so hoc:h cln clrol.Jen” . – het niet toepasseli.ike \’an die woorclen tl dan .ittist 0<’11 i11clrnk cr \’an de zanger :;; cloen hijhli.in•n en wanneer 7.<‘ h t na een j ,t:tl’ or tien op PPns weer hoor en, ze de gfinx dadelijk r in de gedachte l>rcngen. En ab zoo in dt•n oertij d de een<‘ : ndere .stam den \’i,iancl ,·cn;Jasrcn heeft en de o,·ern·innanr::; een vreugd<‘- 11 ~ aanheffen ab ” DziPng hocm. dzien_g- boem lala”, of iet.:; de rgelijks. rl 111 l unnen wij ons g<•makkeliik w>0rst ell c11 rlat dit gezang met die gel t 111 tenis geassocieerd ‘ ‘ nr<ll r n b.v. kai1 gaan beteckenen “wij hebben f ( 11 a nderen) g-ec1uchten vijand verslagen”, of “De vijalld is ver s lagen” of tPI \ m1 dien aarcl. \ ·oor <‘<-’n andel’ k an h et bctcckencn ” Heii1111cr .i<‘ it \\ t’I ria l we toen clit- 11 \’i.inncl verslagen hel>hen” C’ l1 waar de stam W<‘t’l ‘ t ~·en een ancleren opt rekt zm1 ‘l kunnen gaan hct<‘ekenen: “La t en we hen \l’I’ han (zoo :1 ls W<‘ • • Ï<‘ ” P<‘I nog wel, toen die l’ll cl ic vers lag·en hebLen)” ·n zoo zi<’n we hoe <·en 111clodiezin ab “Dziengboemla” de element en kan l>hJ kl’n te IJe \·ntten \”an wat wij nu in onze gelcl’r<lhei cl zouden noemen k i 1 0011 lll<‘< n ou<I , a<lhm ·tatiY u~ van ’t wer k\\ om·<l n~ l’sl n:m : .. Laten “1′ \ 1sl rnn”. – man frisch d’ru f !”

Zouden WC’ h<‘ lel’ kunn<’n prijzeP, dan door te zeggen, dat dit een echt 11 > k t’ is voo1· ,.Licht”-lczers: de resultaten van een jonge. belang rijk!’ \ l’t 11 chnp in <‘<‘ 11 Z<‘ Pl’ :1:mfrr>kkelijken Pn heg1ii p<‘1i.i l«’n rnrm ?

Mooi spul hoor, OCR. Misschien toch beter als u het origineel er even bij pakt:

Afkomstig uit het tijdschrift Licht, tweede reeks, deel 28.

Bubbels Skivor

Nou, dan meteen maar voor de draad met de geit, nietwaar? Dankzij mijn menu-opfrissing kreeg ik spontaan last van inspiratie voor een nieuw schriftsysteem. Of eigenlijk is het een deelse voortzetting op het nooit voorbij zijn foetale stadium gekomen Bubbels. Alleen lijkt het nu niet meer zo heel erg op bubbels, meer op gekleurde cirkels met stokjes ertussen, dus een passendere naam komt misschien later.

Updateje: ik aarzel tussen Gekleurde Cirkels Met Stokjes Ertussen en Skivor, wat Zweeds is voor “schijven” en met zo’n lekkere chfshwh-klank aan het begin dient te worden uitgesproken. En toonaccent 2 uiteraard.

Uppdatering två: okej, Skivor det ska vara. Med ett litet tack till Ea för den oavsiktliga inspirationen!

Het globale idee

Zevenentwintig bubbels

Het idee is: letters van het alfabet hebben de vorm van cirkels, die in drie verschillende eigenschappen van elkaar verschillen: grootte van de cirkel (groot, middel, klein), dikte van de zwarte rand (dik, middel, dun) en kleur (bijvoorbeeld rood, geel en blauw). Geeft zevenentwintig combinatiemogelijkheden dus daar past een alfabet in.

Bij het schrijven worden de letters met elkaar verbonden middels stokjes, waar een paar leukigheden bij komen kijken die de boel interessant maken.

Stel dat je bijvoorbeeld walvis wilt schrijven, dan kan dat er bijvoorbeeld zo uitzien (merk op dat de stokjes de randdikte van de voorgaande letter aannemen):

Een hele saaie manier om walvis te schrijven

Leukigheid 1: vrije schrijfrichting

Maar dat is natuurlijk knettersaai, zo’n rechte lijn. Hier komt Leukigheid 1 van dit schrift uit de hoek: de richting waarin je de cirkels met elkaar verbindt is geheel vrij. Dus dit mag ook:

Een minder saaie manier om walvis te schrijven

Of dit:

Een zo niet nóg minder saaie manier om walvis te schrijven

Enzovoort, al naar gelang smaak. Merk op dat we dan wel een stipje in de eerste letter (hier de w) zetten, om bij te houden waar je moet beginnen met lezen. Verder is het een kwestie van de stokjes volgen.

Leukigheid 2: cirkels in cirkels

Maar het wordt nog leuker, in de vorm van Leukigheid 2: kleinere cirkels mogen in grotere worden geplaatst.

Meergespecificeerd: als er een reeds geplaatste cirkel in de directe nabijheid is die groter is dan de cirkel van de nieuw te plaatsen letter, dan mag de kleinere cirkel in de grotere worden geplaatst. Die grotere cirkel kan de direct hiervoor geplaatste zijn, maar ook een langer geleden geplaatste: dat maakt niet uit, zolang hij zich maar direct naast de nieuw te plaatsen letter bevindt.

Zo is de l in walvis bijvoorbeeld een kleinere cirkel dan de a, en dus mag hij erbinnen worden geplaatst. Idem voor de s die in de i past:

Een ronduit opwindende manier om walvis te schrijven

Hier komt het stokje dat de grotere cirkel met de kleinere verbindt dus binnen de grotere cirkel te liggen (zie in dit voorbeeld de stokjes van de a naar de l en van de i naar de s), en eventuele stokjes die vanuit een ingebedde kleinere cirkel naar buiten steken kruisen daarmee de rand van de grotere cirkel (zoals hier het stokje van de l naar de v).

Ook wat de cirkels-in-cirkels-methode betreft zijn er allerlei alternatieve keuzemogelijkheden toegestaan om een woord te schrijven. Bijvoorbeeld door niet alleen de l in de a te plaatsen, maar de v ook nog eens in de l, waardoor je dus drie concentrische cirkels krijgt:

Een bijkans niet draaglijk meer zo coole manier om walvis te schrijven

Maar wat bijvoorbeeld ook mag is de s in de a plaatsen:

Maak me gek.

Enzovoort! Uw hemel is uw limiet (binnen de kaders van redelijkheid).

Werk in uitvoering

Wel een jottem concept, vond ik zelf. Zoals gebruikelijk moet ik nog wat aan de poets qua details, bijvoorbeeld welke letters welke vormen krijgen zodat je de leukste combinaties krijgt, maar het idee functioneert alvast en daar slapen wij van Drab tevreden op.

Hieronder nog een paar probeersels met hetzelfde proefalfabet (kan nog veranderen). Paar dingen om op te letten: stokjes die elkaar dreigen te overlappen worden kromgebogen, en als een set concentrische cirkels een beginstip bevat wil dat zeggen: begin te lezen bij de buitenste van deze cirkels.

hallo
cirkels
Nog een keer berkentak, maar met een ander proefalfabet en in paars, beige en turquoise.
walvis in datzelfde alfabet

Driedee

En het systeem leent zich natuurlijk ook uiterst aardig voor 3D-vormen. Hier andermaal walvis, waarbij ik “dikte van de rand” heb omvertaald naar “dikte van de schijf” en de stokjes de kleur van de voorgaande letter heb gegeven:

walvis in driedee

Talen & Schriften: vernieuwd menu met plaatjes!

Mijn huidige bloglayout is misschien nog niet helemaal hoe ik ’m wil, maar wat ik nu in ieder geval wél heb gedaan is het hele menu opdirken. Met aanklikbare plaatjes van al mijn schriftsystemen voor de visueel geëngageerde mens, nu eindelijk eens overzichtelijk bijeen in plaats van dorre tekst of dat je eerst helemaal naar een aparte pagina moet want dit is potdonders tweeduizendvier niet! Klik bovenaan op Menu en schouw de vooruitgang in het gelaat. Nieuwe schriften zal ik uiteraard aan de lijst toevoegen als die zich aandienen.

Het nieuwe Drabmenu

Conscripts & -langs: new menu with thumbnails!

And since this blog has the happy honor to be visited occasionally by international guests who like my writing systems/conscripts/neographies (come on y’all, make up your minds, this is already as niche as it gets): welcome! Click on the menu that’s called Menu and you’ll find all of my scripts (as well as the occasional conlang, but those not so much) neatly gathered together at ye clickinge of ye thumbnaile. For now, most information is still in Dutch; perhaps I’ll get around to changing that sometime in the future. In case of questions, feel free to drop me a line!

Woordgenerator, de app

Kijk mij de eenentwintigste eeuw betreden hebben! Ik heb zojuist een app gefabriceerd van mijn fameuze Woordgenerator. Klik op het plaatje hieronder en hij zou zowel mobiel als online moeten werken.

Woordgenerator, de app!

Doet hij het?

Even ter opfrissing van de achterliggende gedachtegang, hier wat ik er in mijn ooitmalige blogpost over schreef:

Zoals u weet staat het Nederlands bepaalde klankcombinaties wel toe en andere niet. Dit is waarom u meteen ziet dat kroei een Nederlands woord is en mkuew niet, ook al heb ik die woorden hier ter plekke verzonnen.

Maar waarom bestaat het woord kroei dan niet, terwijl het volgens de Nederlandse klankwetten wel is toegestaan? En hoe zit het met snoord? En raknuifTripochel? Wat een goudmijn aan mogelijkheden wordt hier veronachtzaamd! Vind je het gek dat je crisis krijgt. Hoog tijd dat ik hier een vinding uit mijn oude doos voor u opdis.

Nou, en wat die vinding – idem in appvorm – simpelweg doet is de begin-, midden- en eindstukken van bestaande Nederlandse lettergrepen willekeurig aan elkaar her-Frankensteinen. Bijvoorbeeld: het beginstuk van plank, het middenstuk van deur en het eindstuk van zich: resultaat pleuch. Wat dus puur op grond van zijn bouwstenen prima een Nederlands woord had kunnen zijn, maar dat niet is (voor zover ik weet). En zo verder, tot ieders vermeienis ende vermaak.

Vette dank aan Eliza, die me hedenmorgen tot deze woordgeneratoire heropleving inspireerde met de nachtelijke overpeinzing: wat zou de ratio tussen wel- en niet-bestaande woorden zijn als je alle toegestane lettercombinaties de revue laat passeren? Het precieze antwoord weet ik niet, maar afgaande op mijn (taalkundig niet denderend verantwoorde) app lijkt de kans op een niet-bestaand woord in ieder geval stukken groter dan op een wel-bestaand woord. Wat op zich te verwachten is: er zijn per slot van rekening veel meer kansen om je dartpijltje niet in de twintig te gooien dan wel.

Voor beduidend geavanceerder woordgenereerwerk kon u overigens al geruime tijd bij Victor terecht.

En hoe staat het intussen met de Canto Ostinato?

Uit een scriptie over de Canto Ostinato (Stacey Low, 2020)

Ja nee, ik begrijp het volkomen als u bij die titel alleen al gillend de kamer verlaat, want eerlijk is eerlijk: de Cantomoeheid (of -⁠moordlust, geheel naar keuze) ligt zwaar op de loer bij zo’n onaflatende overdaad aan uitvoeringen. Ik denk dat er onderhand met gemak zo’n honderd versies in officiële en -⁠euze omloop zijn en dan reken ik allerlei spontane mafketels op stationspiano’s nog niet mee. Mijn Youtube-Canto-Ostinato-afspeellijst barst in ieder geval in toenemende mate uit zijn voegen:

Dit is dus een afspeellijst. Klik naar links/rechts om tussen de honderden clips te navigeren.

En ik zal niet ontkennen dat ik soms ook enige verkalking in de onderriemse regionen ervaar bij dingen als Canto Meets Jazz, fijn een stukje associatief de Canto van je af schilderen en – ik zou mezelf niet geloofd hebben als ik mezelf dit zou hebben horen vertellen als het niet de werkelijkheid was – groepsgewijs hometraineren op de Canto. Ik sluit niet geheel uit dat dit tekenen van de Eindtijd zijn. (Op zich ook wel weer eens verfrissend, daar niet van.)

Dit was dus in 2012. Zie je wel. Eindtijd.

Maar, zoals de zoon van mijn vader altijd pleegt te zeggen: je kunt het een kunstenaar niet aanrekenen als diens kunstuiting door anderen wordt overgehypet, en de kunstuiting puur om die reden afwijzen zou zonde zijn.

Want ik blijf het, ondanks perioden van er even hélemaal klaar mee zijn, een tof stuk vinden. En ook anno jaren 20 duiken er af en toe nog altijd mooie nieuwe glimmertjes op in de goudpan van de rivier des eh, ja jemig bedenkt u anders even zelf een metafoor. Hieronder bijvoorbeeld, met orgel van oudgediende Aart Bergwerff en zang van Wishful Singing (die u misschien wel eens heeft zien langskomen in connectie met Herman Finkers):

(Haha, kijk dat kind op 2:47 nét te laat haar gaap onderdrukken.)

Er is ook een hele cd van, die tevens (in delen opgehakt – waarom dóen mensen zoiets? O ja, zodat je de cd koopt natuurlijk) op Youtube is te vinden. Hoor naast de zang ook hoe leuk dat orgel er zachtjes op los puft en sist en daarmee subtiel een onbedoeld goed uitpakkende ritmesectie aan het openingsgedeelte toevoegt. (Of dat treurig-dissonante stoomlocomotiefje aan het begin helemaal de bedoeling was durf ik niet te zeggen, maar het heeft wel iets koddigs.)

Aart Bergwerff & Wishful Singing – Canto Ostinato

Tuurlijk, ik besef terdege, hier kun je ook hard Hu bij roepen, maar ik vind het mooi, dus puh. En als u er lekker bij wilt linoleumgutsen of onderwaterqigongen, doet u maar fijn uw ding hoor, ik ben ook weer de kwaadste niet. Smaak blijkt opmerkelijk subjectief, in dat opzicht. Behalve waar het Canto Meets Jazz betreft natuurlijk, dat is gewoon letterlijk het equivalent van de broer van mijn zus die vroeger expres door haar heen ging etterbakken als ze een liedje wilde zingen.

En als u ’m echt niet meer trekt, die Canto, dan is er altijd nog mijn afspeellijst van Steve Reichs Music for 18 Musicians!

Mini-uitdaging: tel de keren dat-ie daadwerkelijk door 18 musici wordt uitgevoerd.

Taaldrab 42: Taal aan de wandel

Ga eens ras op de kanalen van Yoïn van Spijk kijken, want die wemelen van de taaltoffigheden.

  • Zoals: hoe zouden Latijnse woorden die het niet in hedendaagse Romaanse talen hebben gered er in die Romaanse talen hebben uitgezien als ze het wél zouden hebben gered?
Als de knoflook er geen stokje voor had gestoken.
  • Of: waar het woord lijk allemaal in verstopt zit:
Hee broodkneedster, wat heb jij een lekkere gestalteomhulling.
  • Of: waarom je Ζεύς niet uitspreekt als Tsuis maar als Zdews:
Luistert u even mee, meneer Zeinstra?

En massa’s meer!