Lego-Antikythera

Even rap voor de oningewijden: het Antikythera-mechanisme, een voor zijn tijd (honderd jaar vóór meneer Van Nazareth, ongeveer) onmogelijk geavanceerd astronomisch rekenmachientje, begin vorige eeuw opgedoken bij het eiland Antikythera. Bevat iets van dertig tandwieltjes die hun gelijke in verfijndheid pas tegen de Renaissance weer kenden, en waarmee je onder meer de stand van de planeten en zonsverduisteringen kon simuleren. Compleet mysterie, retebipsegaaf. Filmpje, artikeltje, website, boek.

En nu heeft er dus een maniakale gek (lees: compleet gave knakker) het mechanisme nagebouwd in Lego. Dat zijn nou van die omstandigheden waarbij ik het woordje awesome wèl gepast vind.

Dank aan Blinde Schildpad, via BoingBoing.

Update: En waarom leer ik pas vandaag van het bestaan van Tatjana van Vark? [raapt onderkaak van vloer en boekt enkeltje Ede]

Beste Sinterklaas

Hoi. Ik wil graag de volgende kado’s van u hebben:

– Dick Swaab, Wij Zijn Ons Brein:

– Bas Haring & Ionica Smeets, Vallende Kwartjes:

– Deze deurknop:

– Guy Deutscher, Through the Language Glass:

– Een bismutkristal:

– Erwin J.O. Kompanje, De Penisverkorter:

– Simon Garfield, Just my Type (komt in twee kleuren, zie zelf maar welke u kiest):

– Kate Winslet (komt in twee kleuren, maar ik wil de rode):

Arika Okrent, In the Land of Invented Languages:

Nou. Zo was ie wel. Als me nog meer te binnen schiet sms ik wel even.

Bedankt alvast, en succes morgen,

Drabkikker

– Zwiep –

Okee, alles goed en wel met die weersomstandigheden, maar: hoe komt die sneeuw eigenlijk zo glad?

Ha, die weet ik! hoor ik u denken. Mijn gewicht oefent druk uit, waardoor het laagje sneeuw (of ijs) onder mij een beetje smelt. Nat is glad, en zo zit dat.

En dat is dus fout. Samen met dat van die vliegtuigvleugels staat dit antwoord in elk leerboek gewoon blatant onjuist te wezen. Hoe, namelijk bijvoorbeeld, verklaart u dat ook een ijshockeypuck gladheid van het ijs ondervindt, terwijl die maar anderhalf ons weegt? Als je aan het berekenen slaat blijkt dat zelfs Paul de Leeuw op klapnoren de temperatuur van het ijs nog geen graad doet stijgen, veruit onvoldoende om het vloeibaar te maken.


Maar, hoe zit het dan wel? Houd uw adem in: dat weten we niet. Gewoon, niet! Ontwikkelde gissingen te over (het is de wrijving / nee man, ijs heeft gewoon van zichzelf al een intrinsiek laagje vloeibaar / ah nee juh, het komt door al dat diwaterstofmonoxide in ons drinkwater), maar geen ervan slaagt erin te verklaren waarom Paul bij de minste schuifel vol op zijn kanis gaat.

Tsss, en dat bouwt torens van een kilometer en stuurt ruimteschepen naar Pluto. Gelukkig dat we tenminste wel weten hoe poezen spinnen – oh, wacht.

Perpetuum (Im)mobile

Ahwww, wat aandoenlijk, deze jongen is er serieus van overtuigd dat hij bijna een perpetuum mobile voor elkaar heeft. Het blijft ook verleidelijk hè.

Uiteraard trapt elk knutselend jongetje vroeg of laat een keer in deze val, en ik moet zeggen dat ik ook niet direct zie waaròm dit apparaat niet kan werken,* maar het helpt wel als iemand je op een gegeven moment uit de droom helpt dat een perpetuum mobile per definitie een natuurkundige onmogelijkheid is.

Men kan zijn tijd wat dat betreft stukken beter verspillen aan iets wat wèl kan, namelijk een perpetuum immobile:

Met dank aan BoingBoing en Blinde Schildpad.

* Update: Ah, hierom niet.

Wat? (2004-2010)

Waar het raakvlak tussen boodschap en bericht het mededeelzame aanroert, daar bevindt zich de communicatie. Als handvat van de ene hersenpan naar de andere hakt de mens stukjes werkelijkheid in rudimentaire vormen die als visvoer dienen voor de camera obscura die ons waarnemingsvermogen heet. Symboliek als concretie; omen als nomen. Maar de praktijk zou de realiteit niet zijn als er in die wrijving van discoursen niet onverhoopt een faux pas de deux optrad. De dichter kan zijn strofen nog zo zorgvuldig formuleren, de tanden die aan de vergankelijkheid van zijn medium knagen vallen buiten de perceptiekaders van hetgeen hij uit handen geeft. Schilderij wordt fotokopie; sonate wordt sirene. De brug tussen intentie en interpretatie is geslecht door het wanbegrip van het overdrachtelijke, de achteloze passant in een vacuüm van misverstane abstractie achterlatend.

Met zijn werk Wat? (2004-2010) tracht veelbelovend jong opkomend talent D. Rabkikker in een reeks foto’s zonder weerga de serendipische kinken in de kabel van de babylonische informatiemaatschappij op onopgesmukte wijze in beeld te vatten. Gebruik makend van het spanningsveld tussen ruw, slecht afgewerkt materiaal en impulsieve kadreringen slaagt hij er op vernieuwende, welhaast innovatieve wijze in om een effect te bereiken.

Drabkikker gaat zijn proefschrift inleveren heeft zijn proefschrift ingeleverd!

Argh, wat een stresswerk. Honderden voetnoten langslopen, duizenden Syrische citaten dubbelchecken, miljoenen puntjes onder de h, en niet te vergeten: een Algemene Eindconclusie. Dat laatste is het engste en het enige wat nog af moet, en de bedoeling is dat dat vandaag gaat gebeuren. Waarna het kreng uitgeprint kan om naar de promotiecommissie gestuurd te worden. Wens mij wijsheid, sterkte, moed en wat u allemaal nog meer kunt bedenken!

Update. Zo dan, conclusie naar promotor gestuurd zodat die er nog even naar kan kijken, en dan kan de boel morgen de deur uit. Ik ben momenteel te gaar om dingen tot me door te laten dringen.

Update 29-10-2010. Het is gebeurd. Nu kan ik echt opgelucht ademhalen. Heel erg bedankt voor al jullie harten onder mijn riem! Drabkikker gaat een blik Schultenbräu opentrekken.