Een schrift waarbij boodschappen een soort doolhofachtige koraalstructuren vormen:
Elke letter is een vormpje opgebouwd uit een aantal lijnstukken met haakse hoeken daartussen; om mededelingen te schrijven worden die vormpjes op een voorgeschreven manier aan elkaar gekoppeld. Daarbij heeft de schrijver een ruime keur aan keuzevrijheid, waardoor één en dezelfde boodschap talloze verschillende eindresultaten kan opleveren.
Het alfabet
De lettervormpjes zijn als volgt:
Het rode bolletje onderaan iedere lettervorm markeert het ‘oorsprongspunt’ van die letter; de blauwe lijnstukken geven aan waar de eerstvolgende letter moet worden aangekoppeld: ik noem dit het ‘koppelsegment’:
Boodschappen schrijven
Om boodschappen te schrijven koppel je de lettervormen aan elkaar, en wel zodanig dat elke letter met zijn oorsprongspunt op het koppelsegment van de vorige letter komt te staan, middels een haakse T-splitsing.
Dit komt in de praktijk neer op:
- de nieuwe letter indien nodig roteren om hem in de goede positie ten opzichte van de vorige letter te zetten;
- bepaalde lijnstukken verlengen om de boel passend te maken.
De lettercombinatie du bouw je dan bijvoorbeeld zo: je roteert de u 90° naar rechts om zijn oorsprongspunt haaks tegen het koppelsegment van de d te laten passen, en je verlengt lijnen waar nodig:
Aan welke zijde van het koppelsegment je een nieuwe letter plaatst is vrij naar keuze. Dus de u mag ook aan de linkerkant van het koppelsegment van de d worden geplaatst – en moet in dat geval 90° naar links worden geroteerd:
Als je bij de laatste letter van een woord bent aanbeland, krijgt die letter een ‘woordstopper’: een enkele lijn die haaks op zijn koppelsegment wordt geplaatst – dus waar elders in een woord de volgende letter zou zijn gekomen.
Stel dat je woord dus is, dan moet de s dus een woordstopper krijgen. Bijvoorbeeld zo:
Net als bij letters mag de schrijver bij de woordstopper zelf kiezen aan welke zijde van een koppelsegment hij wordt geplaatst. Dus dit zijn ook mogelijke manieren om dus te schrijven:
De oriëntatie van de beginletter ligt evenmin vast: die hoeft niet per se met zijn oorsprongspunt naar onderen te steken; elke andere windrichting is ook toegestaan:
Het zij duidelijk dat de vrijheid in lijnstukkenlengte, oriëntatierotatie en koppelsegmentkantkeuze een aanzienlijke variatie aan mogelijke eindresultaten oplevert; hoe langer een mededeling, des te navenant exponentieel meer mogelijkheden.
Is je boodschap uiteindelijk klaar, dan laat je de kleurmarkeringen van de oorsprongspunten en koppelsegmenten verder weg – met uitzondering van het oorsprongspunt van de allereerste letter, anders weet je niet meer waar je moet beginnen met lezen:
Boodschappen van meerdere woorden
In meerwoordsmededelingen wordt de eerste letter van elk nieuw woord haaks tegen de woordstopper van het vorige woord geplaatst. De woordstopper fungeert dan de facto als spatie:
Enige aanzetten tot interpunctie heb ik ook in wording; die komen hopelijk binnenkort nader uit de verf, maar denk aan dit soort vormpjes:

Visuele variaties
In de voorbeelden hierboven heb ik steeds haakse hoeken en rechte lijnen gebruikt en de vormen globaal tot zo compact mogelijke doolhoven geconfigureerd omdat ik dat leuke esthetiek vind opleveren, maar dat zijn helemaal geen strikte vereisten voor Frummelschrift. Zolang de kenmerkende kenmerken van een letter (namelijk 1. de juiste onderlinge hoeken en 2. de juiste positie van het koppelsegment) maar herkenbaar blijven, mag een schrijver zo loos gaan als diens pet maar staat.
Hier bijvoorbeeld wat variaties op zalf:










