Maand: augustus 2018

Taaldrab 21: Canntaireachd

Niet alleen Indiase percussie doet aan lettergrepen om muziekklanken weer te geven; ook doedelzakkers blijken zo’n mnemosysteem te hebben. Canntaireachd heet het bij de Schotten (uitspraak), oftewel “chanting”.

Het is een soort solfège-systeem, maar dan complexer. Niet alleen worden de basistonen weergegeven, maar ook de bijbehorende zogeheten voorslagen (grace notes, op z’n Engels): de typische korte ‘hikjes’ die doedelmuziek kenmerken.

Wil je bijvoorbeeld een kale B pijpen (zonder hikje), dan zing je o. Komt daar een G-voorslag aan vooraf, dan wordt dat hio; met een E-voorslag krijg je eo, en in geval van een D-voorslag to. Etcetera:

cann.png

Dat is de basis, maar daar komen nog allerhande extra’s bij, zoals cadencesdoublings, throwsechos en grips (nee, ik weet ook niet wat dat zijn), met navenante lettergrepen als ra, dili, hedale, troadeda, hiharin en natuurlijk chehedari. (Check u zelf even verder).

Hiharin.png

Op deze manier zijn er dus megavetveel canntaireachdcombinaties mogelijk. Met een lekkere dosis onregelmaat, want helemaal consistent getrokken is het systeem nooit. Het stamt van ergens uit de achttiende eeuw, althans de manuscripten (talloze pdfs hier) en natúúrlijk zijn er meerdere versies in omloop.

Proud to play a pipe.png

Zelf canntaireachd leren? Dat kan, er is een (dure) app!

canntaireapp

Albert de Ruiter

Ik had me bij die stem eerder een soort sjamaan van twee bij drie meter voorgesteld, maar de baard klopt verder vrij aardig met mijn geestbeeld. Hier (links) (of rechts) (hangt ervan af of het onderschrift klopt) (ik neem aan van wel) (ja toch) (waarom zou je dat omdraaien) (nee precies) (lijkt mij ook) dan eindelijk eens het gezicht achter de bas der bassen in Koyaanis‐ en de andere qatsi’s: Albert de Ruiter.

Albert de Ruiter (L)

Toegegeven, heel diep heb ik niet gegraven, maar behalve deze foto en enkele bijdragen aan andere muziek kan ik in het geheel geen gegevens over de man vinden, laat staan of hij überhaupt nog leeft c.q. met die naam van hem gewoon hier bij mij achter in de Lombokstraat woont.

Koya

Powwaq

Naqoy

PS. Haháá. Ik wil dit t-shirt.

Qatsi

Update: Ah, hier iets meer over de foto in een Italiaans artikel. Het betreft inderdaad de baard op links. Snelle & vuile vertaling:

Weet u nog? Godfrey Reggio’s buitengewone film Koyaanisqatsi. Muziek van Philip Glass, de donderende en buitengewone stem van Albert de Ruiter.

Welke van de twee? Wilt u nu beweren dat u het lichaam van een bas niet herkent? (Ik help u, aan de linkerkant…). Albert De Ruiter slaagt erin een gezonde anonimiteit te bewaren ten opzichte van de dwaze gekte van het web, het was niet gemakkelijk om hem te vinden. Maar ik wil een uitzondering maken om eer te bewijzen aan een ​​van de meest buitengewone stemmen die ik ooit heb gehoord … Vanaf het eerste moment, toen ik deze film als jongen zag.

Kijk hoe hij zijn vingers houdt… Deze spontane mudra – zoals de studenten van de Canto Armonico-school goed weten – houdt de verticaliteit actief en goed gedefinieerd, ten voordele van een strak, diepgeworteld en krachtig geluid. De vingertop is nauw verbonden met de opgaande beweging van de schedel, het geluid wordt naar boven gebracht, naar de harmonische regio, waardoor de wortels stabiel blijven. Het geluid opent zonder iets te hoeven doen, zonder technieken.

Het stuk meldt vervolgens dat we in onderstaande eindbeelden van Koyaanisqatsi vanaf 4:17 De Ruiter zijn stembanden de vrije loop horen laten, maar dat klopt niet: dat zijn keelzangmonniken uit Kundun die de maker van het clipje er waarschijnlijk zelf in heeft gemixt. Ook mooi, daar niet van.